Massa

 

Herfstvakantie 2009 zal in menig vogelaarsgeheugen gememoreerd blijven als een week vol spanning. Hectisch. Zo kun je het fenomeen ook wel typeren. Massale toeloop van nieuwsgierigen, ik moet eigenlijk zeggen: hunters. Ze gaan niet zozeer voor het moment, maar voor de soort. Het begon allemaal op 17 oktober. Op Texel werd laat op de middag een nieuwe soort voor Nederland ontdekt: een Kaspische plevier Charadrius asiaticus. Een foto van Texel van de dag erop zegt mij al genoeg: een waar woud van telescopen, camera’s met lenzen waar je wat lengte betreft op kunt skiën, en een afdeling op militairen gelijkende mensen die al dit geschut bedienen. De orde ontbreekt alleen. Ongetwijfeld tot vreugde van Veerboot Texel en Co. Maar ik moet er niet aan denken in dit legeronderdeel te dienen. Afijn, het zal niet bij 250 man gebleven zijn die op de foto zichtbaar gehebt door de “Kasp” hun geschut op de soort richten. Ben ik even blij dat Texel een brug (of in dit geval: een pont) te ver is voor mij!

 

En dan komt die 23e oktober. Ditmaal speelt het tafereel zich niet op een onbereikbaar Waddeneiland af, maar in een schitterende uiterwaard. Het duurt even voordat het duidelijk is, maar opnieuw wordt een nieuwe soort voor Nederland ontdekt. En wat voor een! Wat mij betreft nog net even wat spannender dan een Kaspische plevier: een heuse Taigastrandloper Calidris subminuta! De 7e voor de Western Paleartic nog wel liefst. Als ik eerlijk moet zijn: bij de naam alleen al krijg ik zin om hem te zien! Taiga, dan denk ik aan een streek bovenin Scandinavie, waar Goudplevieren hun weemoedige “pjjuuu” laten horen, Kleine strandlopers in prachtkleed de rood-oranje tinten van hun omgeving aannemen en af en toe een opvallende Sneeuwuil zich laat zien. Maar eigenlijk is de taiga meer het gebied waar een soort als de taigagaai voorkomt, hoe kan het ook anders. In ieder geval: taiga doet meer met me dan iets Kaspisch. Het was een van de redenen om me te mengen in de massa. Mee te doen met het hectische spektakel dat twitchen heet. En niet zonder voldoening!

 

Als ik met een aantal collegavogelaars, alias medetrektellers de zaterdag na de ontdekking de Zwolse dijk betreed waar vanaf het beestje te zien is, is m’n eerste gedachte: “Is hier een reünie gaande?” Aan de lenzen van hun scoop gekleefd zien ik bekende en onbekende gezichten. Sommigen ingespannen door hun digiscoop turend. Voor een x aantal minuten bega ik hetzelfde: turend door de scoop ontwaar ik deze prachtige nieuwe soort voor Nederland. Want eerlijk is eerlijk, de tekening van deze juveniel gelijkende vogel is prachtig (mijn voorzichtigheid wat betreft kleed komt voort uit het ontbreken van eenduidige informatie hierover)! Eerlijk gezegd had ik me deze Taigastrandloper niet minder taiga-achtig voorgesteld. Zijn kleurenpalet doet me sterk aan dit habitat denken. Het wordt des te leuker als de Taiga vergezeld blijkt te zijn van een Gestreepte Strandloper. Ook een soort die nog nooit door mijn gezichtsvlak was gelopen of gevlogen. Twee vliegen in een klap dus. Ik kan je zeggen: ik heb genoten van dit tweetal!

 

Naast het kijken naar de betreffende vogelsoort zijn zulke gelegenheden bij uitstek geschikt om eens naar al de gekken om je heen te kijken. Het is snel duidelijk dat ongeveer dezelfde motieven als de mijne hen ook hierheen bracht. De manier van beleving is echter duidelijk verschillend. Meest opvallend is nog wel de vogelaar die angstvallig probeert de vogel te fotograferen, met zijn digiscoop. Niet zozeer de wat oudere man zelf, maar de attributen die hij draagt, brengen mij in een lachbui: hij draagt maar liefst drie verschillende brillen over elkaar heen, en tuurt met deze brillenflat op zijn voorhoofd naar zijn schermpje. Zeer vermakelijk! Zo nu en dan schuift de toren voor zijn ogen, maar ik vraag me sterk af of hij daardoor wel meer zag dan eerst. Misschien kan de man zelf het me ooit nog eens uitleggen, bij de volgende nieuwe taigasoort van Nederland.

 

Ook vogels kennen massa. Spraakmakende voorbeelden zijn fronten spreeuwen op doortrek van soms wel enkele tienduizenden tot honderdduizenden. En als ik oude trektellers mag geloven staat het record op een front van 8 MILJOEN spreeuwen in een enorme groep, over een telpost nabij Den Haag in de jaren ’80.

 

Op wat bescheidener schaal speelt zich deze dagen eenzelfde tafereel af. Koperwieken en kramsvogels zijn massaal aangekomen uit Scandinavie, in de nacht van 26 op 27 oktober. En ganzen lijken ook steeds meer binnen te druppelen uit hun Arctische broedgebieden. Eigenlijk allemaal hebben ze wel een beetje binding met de taiga. En allemaal zijn het voorbodes: de winter treedt in het noordelijk halfrond in. En daarom zijn deze fantastische soorten voor mij ‘flagship soorten’ voor hetzelfde gevoel: de noordelijke koude, de vorst en de sneeuw. Want stiekem hopen veel mensen dat aankomende winter net zo koud, of liever nog kouder wordt dan de vorige. En allemaal hopen we stiekem dat we weer massaal het ijs op kunnen.  Ik help het ze graag hopen. Maar nu geniet ik nog met volle teugen van al die aankondigers van de kou.

 

Anthonie Stip