Augustus zit er weer op, deze column is jammerlijk te laat. Conclusie: we gaan het hebben over september. Neem nou eens de bronst van edelherten in het Alblasserbos. Het had weinig gescheeld, of sinds 1 april 2009 hadden we werkelijk van deze beesten kunnen genieten. Vol van trots en kracht die kletterende geweien kunnen aanhoren, of dat imposante geburl in de vroege ochtendmist beluisteren. Idyllisch, nietwaar? En dat allemaal in die schitterende groene Alblasserwaard! Je zou bijna gaan denken dat je een folder van de Groene Hart Stichting ter hand hebt genomen. De ooievaars ontbreken nog.
September is ook de maand van het kleurende blad. Eigenlijk begint dat pas eind september, maar toch. En september is de maand waarin elke vereniging, stichting of zichzelf respecterende overheidsinstantie weer een contactblad uitgeeft. Nog meer bladeren dus. Maar ik wilde het nu eens niet over dat blad gaan hebben.
Ik sla een boek open. De naam van dat boek doet er even niet toe, dat blijkt snel genoeg. Iedereen die het in de kast heeft staan weet welke titel ik bedoel. Elke rechtgeaarde bezoeker van telpost Kinderdijk snapt dat ik in september dáármee aankom. September is de kriebelmaand. Vele mensen zullen die kriebels associëren met het voorjaar, maar wij, trektellers, krijgen bij aanvang van september ook de kriebels.
Het is namelijk weer zo ver: zoals elk jaar start de najaarstrek van vlinders in september. En daarvoor staan we massaal de lucht af te turen op het smalle asfaltpaadje bij molen 1 van de Overwaard. Voor iedereen verboden toegang, behalve voor trektellers. Als er dan geteld wordt, is de veelgehoorde klacht dat er zoveel afleiding is door gefladder van vogels. Zo kun je je niet eens concentreren op de massale doortrek van koolwitjes, en wat later de atalanta’s. Dan vliegt er weer een wolkje graspiepers door het beeld, waardoor je die kleine vos uit zicht raakt. Irritant is dat.
Ik blader weer verder, want het moge duidelijk zijn dat de voorgaande alinea slechts een brainwave was. “In het najaar trekken naar schatting 7-10 miljoen boerenzwaluwen zichtbaar over Nederland.” Slik! Maar, zo lees ik verder: “Vooral in het najaar heeft een aanzienlijk deel betrekking op lokale verplaatsing van onder meer foeragerende vogels, zeker 20%. De schatting komt daardoor te hoog uit. Het aantal trekkers in het najaar is in de onderzoeksperiode significant afgenomen.” En hier hebben we een fenomeen te pakken wat op Kinderdijk zeker te merken is. De afgelopen weken is er weer heel wat geteld, de trek van vogels welteverstaan. En dan zijn er tientallen boerenzwaluws die net doen of ze met een noodgang op weg zijn naar Afrika, maar ondertussen alleen maar naar polder Blokweer vliegen, en weer terug sjezen. Daar sta je dan: tikker in de hand, oog aan de telescoop. Weer twintig ‘boertjes’ strak naar zuidwest. Maar houd ze in de smiezen, want voor je het weet hangen ze weer kwetterend boven je hoofd. Overigens: heb je je ooit weleens afgevraagd hoe het komt dat zwaluws soms zo laag boven je hoofd vliegen? Nogal wiedes: je hebt lekker bloed, dat weken de muggen heel goed! Die muggen vliegen daarom allemaal rond jouw bolletje, en dat trekt weer zwaluws aan. Geloof je het niet? Probeer het maar eens uit, bij winderig weer.
Ondertussen is de boerenzwaluw wel een vogel die respect afdwingt, zoals zovele anderen meer. De Nederlandse broedvogels verblijven in West-Afrika en het westelijke gedeelte van Midden-Afrika, van november tot en met februari. Daar zijn ze naar op weg, als ze bij ons langs komen scheren. Ik bedoel nu wel de exemplaren die echt doorvliegen. Acrobaatjes met hun vorkstaartjes, altijd vrolijk, zelfs als ze die lange reis aan het maken zijn. En dapper dat ze zijn! Nooit zal ik vergeten hoe ik op een winderige en verregende, kille novembermiddag met een aantal vrienden een boerenzwaluw zag. Gewoon in polder Nieuw Lekkerland, zwoegend tegen de harde westenwind in. De opportunist kwetterde nog even ook. Dat was op 17 november 2004. Rijkelijk laat zou je zeggen. Wie weet waar hij wel niet vandaan kwam, misschien wel uit Midden Zweden, of Zuid Finland. Hij was nog op weg naar Midden-Afrika, had nog vele duizenden kilometers voor de boeg. En hij kwetterde. Dat noem ik nog eens optimistisch! Nicolaas Beets schreef eens in zijn Camera obscura het verhaal Hoe warm het was en hoe ver. Misschien vertelt die boerenzwaluw ons dat ook wel, als hij straks telpost Kinderdijk al kwetterend voorbijvliegt.
Anthonie Stip