Toen ik wat googlede op biodiversiteit kwam ik op een officiële website echte nonsens tegen. Ik moest erom glimlachen. Ik zag het namelijk al voor me: een jonge, gedreven ambtenaar op een Haags ministerie, opgezadeld met de taak een politiek correct stuk te schrijven over biodiversiteit, voor de website 2010.biodiversiteit.nl. Ik stelde me zo voor dat een deel van de daarvoor benodigde informatie wel uit ervaringskennis bestond. De tekst van het ‘verdrag’ – the Convention on Biological Diversity, in beleidstermen kortweg CBD – kende de ambtenaar ongetwijfeld betrekkelijk goed. De vertaalslag van het verdrag naar hedendaags Nederlands zal – verwacht ik - meer gevergd hebben. Z’n stuk over biodiversiteit moest immers voor de gemiddelde Nederlandse leek begrijpelijk zijn. En, zoals het hoort, zocht onze ambtenaar bij het rooskleurige verhaal over verdwijnende biodiversiteit een paar treffende voorbeelden. Aanschouwelijk onderwijs werkt immers het best.
Ik denk dat het hier fout is gegaan. Misschien was het Wikipedia die hem de fout instuurde. Of de keuze voor wat minder controversiële soorten dieren. Maar de fout is voor een wat beter onderlegde natuurkenner snel duidelijk. Ik citeer een gedeelte van de tekst: “Ook in Nederland zijn er dieren verdwenen of aan het verdwijnen, zoals de wolf vroeger en nu bijvoorbeeld de paling. Ook sommige vlindersoorten komen minder voor dan vroeger. Typisch als Nederlands aandoende vogels, zoals de aalscholver, trekken over de hele wereld en als hun stop of overwinterplekken bedreigd worden, zien we ze hier niet meer terug.”* De laatste zin moest ik een paar keer doorlezen voordat ik het snapte. Maar toen ik ‘em snapte, prikte ik direct door de formulering heen: hier staat echt onzin. Dat de aalscholver een vogel is die Nederlands aandoet, daar zit wat in. De aalscholver is een viseter bij uitstek (maar let wel: hij eet voor 70% sprot, een vissoort vol graten), en wij Hollanders nuttigen met z’n allen ook heel wat tonnen vis. Die vergelijking kan er dus nog mee door. Maar dat ‘ie over de hele wereld trekt, klopt echt niet. Een lesje taxonomie zal ik hier niet gaan geven. Maar de meest noordelijk voorkomende aalscholver (Latijn: Phalacrocorax carbo sinensis) komt hooguit in Noord-Afrika om te overwinteren. En dat komt uit bronnen die ik hoger heb staan dan het verhaal van onze gedreven ambtenaar.
Een fout als deze valt natuurlijk te overzien. Pas las ik echter in een blad van een overheidsorgaan een interview met een persoon in vrij hoge functie. Hij is adviserend lid van de Werkgroep Brede Heroverwegingen Leefomgeving en Natuur, kortweg de natuurbezuinigswerkgroep. Een deel van zijn visie deden mij de haren te berge rijzen. Wàt een kortzichtigheid als die maatregel uitgevoerd wordt! Ik zal het toelichten. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) ligt onder vuur: de verwerving van nieuwe natuur loopt achter, evenals de inrichting. Bovendien is het geld bijna op, ondanks dat er nog 8 jaar op geteerd moet worden. En het is crisis, dus moet de overheid bezuinigen. De aankoop van Fortis Bank moet ergens van betaald worden! Een van de opties voor bezuiniging op natuur, noemt deze man de ‘kaasschaafmethode’. Het komt in het kort hierop neer dat Staatsbosbeheer stukje natuur die buiten de EHS liggen, opgeeft. Dat betekent einde natuur voor die stukken grond.
Wat mij vooral tegenstaat in deze visie is dat aan de natuur binnen de EHS een grotere waarde wordt toegekend dan aan natuur waar het stempel EHS niet op staat. Vanwaar zo’n arbitrair onderscheid? Wat maakt de natuur buiten de EHS minder? Ik zou juist zeggen dat we – zeker in een tijd van bezuinigingen – de waarde van stukken natuur buiten de EHS moeten benadrukken. Maar nee, ze worden gezien als financieel buffer om de tekorten van de overheid met een paar miljoen te dichten. Op z’n best worden deze gronden landbouwgrond, en in het meest negatieve scenario verrijzen er industriële complexen of een woonwijk.
Stel dat deze bezuinigingsmaatregel uitgevoerd gaat worden door het nog te vormen kabinet, er even vanuit gaand dàt er een kabinet komt. Dan heeft dat voor de natuur bij ons in de Alblasserwaard heel wat gevolgen. De Alblasserbossen Kortland, Grote Nes, Oud-Alblas en Papendrecht staan dan op de lijst van verdwijnen. Net als het Kraaienbos, (een deel van) de Avelingen, de plasjes van Slingeland en alle andere stukken (en stukjes!) natuur die we hebben. We houden dan Kinderdijk, de Donkse Laagten en de Zouweboezem over, met enkele verbindingszones tussen die gebieden. Wielewalen zien en horen we dan nog maar zelden ‘duudoljo-en’, net zo min als we matkoppen nog horen. Nooit meer klinkt dat dichterlijk vaak bezongen gezang van de nachtegaal in ons bos. Nooit meer de sensatie van een opgeschrikte bosuil. Velen van ons hebben uren doorgebracht in al ‘onze’ gebieden, ja zijn er zelfs voor een deel mee vergroeid. Jaar in jaar uit hebben ze hier gelopen, geteld, getuurd en geturfd.
En nu pas besef ik dat ik al die tijd heb gelopen over een zak met geld. Geld voor een kaasschaaf.
Vandaar dat mijn haren te berge rezen; wie dit heeft verzonnen maakt een onoverkomelijk grote fout! We staan in ons land aan de vooravond van belangrijke politieke beslissingen. Het mes moet zeker in de uitgaven van de overheid. Maar die kaasschaaf mogen ze van mij in hun bureaulade laten liggen.
Anthonie Stip