Vliegend vluchten

 

Wettervögel worden ze in 1924 in een Duitse publicatie ook wel genoemd. De Engelse vogelaar van tegenwoordig heeft het over snowrushes, en wij noemen het gewoon sneeuwtrek: een gedwongen vertrek uit de voorheen geschikte overwinteringsgebieden, vanwege een grote hoeveelheid sneeuw en koude die het onmogelijk maakt om hier nog voedsel te vinden. Het is een fenomeen wat zeker in deze winter nogal eens is waargenomen. Dat het bijzonder interessante materie is, blijkt wel uit de spraakmakende aantallen vogels die aan de instandhouding van dit fenomeen hun steentje bijdragen.

 

Het is uitzonderlijk dat in de huidige winter sneeuwtrek verschillende keren is waargenomen, ook bij ons in de Alblasserwaard. Arbitrair gesproken zou ik zeggen: jùist bij ons in de Alblasserwaard, want als het om vogeltrek gaat kan telpost Kinderdijk genieten van nationale faam en erkenning. Maar dat terzijde. Ik moet mijn geheugen pijnigen om te kunnen vaststellen hoeveel keer onze polders de metamorfose van groen naar wit en andersom deze maanden hebben ondergaan. Ik ben de tel eigenlijk een beetje kwijt. Het eerste begin was op 17 december, dat weet ik dan nog wel. En de laatste sneeuwrushes zagen medetellers op 30 januari. Maar daartussen is massale verplaatsing ook aan de orde geweest. Allemaal veroorzaakt door aan- of afwezigheid van sneeuw.

 

Zelden is de tweedeling in winters weer in ons land nadrukkelijker voorgekomen dan deze winter. Noord Nederland heeft wekenlang dik in de sneeuw gelegen. Zuid-Nederland ook wel, maar vaak toch onder een iets bescheidener sneeuwdek. En dat wisten ganzen op de een of andere manier. Want half januari was zo’n beetje de halve populatie ganzen die normaal gesproken in noordelijke provincies de winter doorbrachten, bij ons te vinden, naast nog eens duizenden ganzen die altijd al bij ons overwinteren. Op de bijzondere 16e januari 2010 waren in de gehele Alblasserwaard tenminste 45.000 ganzen te vinden. In de Krimpenerwaard, Lopikerwaard en Brabant en Zeeland was het spektakel niet minder groot. Ganzen zaten overal. Ik moet wat verklaren om aannemelijk te maken dat het juist ganzen waren die gewend waren noordelijker te overwinteren, die nu bij ons zaten. Er is een behoorlijk aantal ganzen dat voor de wetenschap een halsband om de nek heeft gekregen. Deze halsband heeft een herkenbare kleur, en een duidelijke code, bestaande uit drie tekens. In de grote groepen Alblasserwaardse ganzen werden allemaal ganzen met halsbanden door ons waargenomen en afgelezen. Voer je die codes vervolgens in op de website geese.org, dan krijg je een keurig overzicht van alle waarnemingen van dat individu. En wat zie je dan: bij heel wat ganzen blijkt dat ze in de weken voor onze waarneming verbleven in noordelijke provincies, met name Friesland. En dat ze in de achterliggende jaren ook daar zijn waargenomen.

 

Eigenlijk gaat het tot nu toe om lokale verplaatsing, veroorzaakt door sneeuw. Maar echte trek hebben we ook over ons heen gehad. Half december van ganzen, veldleeuweriken, kieviten en reigers, over onze eigen Alblasserwaard, strak richting zuidwest. Een telpost in zuidoost Engeland telde een paar dagen later in een paar uur tijd 15.000 veldleeuweriken en 34.000 kramsvogels. Aantallen waar je het als trekteller koud van krijgt, allemaal veroorzaakt door een dik pak sneeuw.

Kortgeleden was het weer raak. Ik vind het een schoolvoorbeeld, een zwart-wit situatie: 30 januari 2010. Duizenden, tienduizenden ganzen zijn het beu. Ze hebben genoeg sneeuw gezien, lijkt het. Bij bosjes gaan ze op de wieken, vluchten ze naar beter oorden. Een handvol tellers in zuidwest Nederland zien het spektakel met grote ogen aan. “Dit is ongekend” heb ik ze later zien uitroepen. En het was ongekend! Op Kinderdijk werden in een ochtendje tellen ruim 11.000 kolganzen aan het papier toevertrouwd. En ruim 6600 brandganzen. De sneeuw van de vroege ochtend van 30 januari is de vlok geweest die de emmer deed overlopen. “Big brother” telpost Dordtse Biesbosch maakte nog veel meer spektakel door. Een paar uur onafgebroken tellen in de ochtend en middag liet de teller daar steken op zevenenzeventigduizend brandganzen en tweeëntwintigduizend kolganzen. Totaal een somma van zo’n honderdduizend ganzen die deze telpost op één dag in hun vlucht gepasseerd zijn. Het aantal brandganzen is een record in de Noordwest Europese flyway. Er zijn er nog nooit zoveel op een dag een telpost in Noordwest Europa gepasseerd. Is dat niet spraakmakend?

 

Een tot twee dagen later is het opnieuw prijs. Nu zijn de kramsvogels aan de beurt. 24.000 langs een telpost bij het IJsselmeer, 13.500 over de Dordtse Biesbosch en nog vele duizenden anderen elders in het land. Het leuke hieraan is wel dat ze duidelijk niet uit Nederland komen. Dit zijn vogels die de koude en sneeuw in Polen en Duitsland ontvluchten. Want ook daar is het bitterkoud; nog veel erger dan bij ons. Min twintig, min dertig graden Celsius, en vele decimeters sneeuw. Wat dat betreft zijn ze bij ons goed af, want de dooi slaat even toe, en er is dus weer wat voedsel beschikbaar. Maar niet voor erg lang, want de winter komt er opnieuw aan. Dat zijn we wel gewend de afgelopen weken.

 

In een notendop is dit een illustratie van snowrushes .Vliegend vluchten is energievretend. Het draait dan ook allemaal om voedsel. Ik ben benieuwd naar het verloop van de rest van de sprokkelmaand. Al die gevleugelde vrienden moeten ook nog een keer terug, achter de kougrens aan. Het duurt niet lang of de broedgebieden moet weer bezet worden. Ergens in dat hoge noorden zal het ooit weer leefbaar worden voor kramsvogel, kolgans, brandgans en zovele andere soorten. Zullen ze op weg daarheen ergens in maart nog een keer over Kinderdijk vliegen?