Vlinders

 

Het is geen zelfkritiek waarmee ik begin. Maar toch allereerst een vraag: Wat valt er nu te verwachten van een column met zo’n titel? In december zou het niet misstaan om de vuurwerkhype eens te bekritiseren. In april, afijn, dat spreekt voor zich. De eerste trekken van de lente doen immers heel wat met mensen. In mei zou ik er nooit aan beginnen: vlinders als titel. Mei is de vogelmaand bij uitstek. En nu dan? Is het in juni…? Een vogelaar? Juni? Vlinders? Tsjah, dat is een heel verhaal!

 

Op de een of andere manier is de maand juni elk jaar opnieuw een heel diverse maand. Ligt het accent in mei duidelijk op vogels, in juni komen bij vogelaars de nevenactiviteiten aan bod. De een duikt de planten in, een volgende speurt naar insecten. En weer anderen duiken het water in, voor verkoeling en vakantie. Juni wordt in jargon nogal eens tot begin van de komkommertijd gedegradeerd. Niets is minder waar.

 

Het moet velen al opgevallen zijn dat er de laatste paar weken opmerkelijk veel vlinders rondvliegen. De meest voorkomende lijken qua grootte en kleuren een beetje op atalanta’s, maar vallen wat valer uit. Het zijn distelvlinders. De distelvlinder is een trekvlinder. Dat wil zeggen dat ze vanuit zuidelijkere streken elk jaar opnieuw noordwaarts trekken. De crux van het verhaal zit hem in het feit dat distelvlinders het ene jaar verder komen dan het andere jaar. En blijkbaar is dit jaar zo’n jaar dat ze werkelijk elke hoek van Europa koloniseren.

 

Vlinders hebben net zoiets als vogels. De overeenkomsten blijven niet steken in het feit dat beiden de vliegkunst beheersen. Nee, ook vlinders gebruiken hun kleurenpracht om indruk te maken. Op een andere manier, dat wel. Het accent wat ik wil leggen is de aaibaarheidsfactor. Overigens een woord dat sommigen wellicht aan Bokito doet terugdenken. Kent u Bokito nog? Hij die keek, zag en sprong, maar niet overwon. Weer eens wat anders dan wat Julius Ceasar deed: hij die keek, zag en wel overwon, zonder een sprong. Gelukkig zijn vlinders niet zo. Meestal zijn onze fladderaars nogal schuchter. Daarin hebben ze weer overeenkomsten met vogels. En: bepaalde vogelsoorten hebben het voordeel dat ze mensen charmeren. Wie is er immers niet onder de indruk van een ijsvogeltje? Vlinders hebben dat nog sterker. En dan ben ik weer terug bij wat ik wilde noemen: vlinders zijn aaibaarder dan vogels. De pracht van een dagpauwoog, een atalanta of een mannetje van het oranjetipje heeft al velen bekoord. Stuk voor stuk zijn het vlinders die naam maken. Charmekoning is echter de koninginnepage. Wie deze vlinder eenmaal gezien heeft, is verkocht. Verkocht aan de vlinders. Het lijkt er overigens op dat door de distelvlinderinvasie een heel aantal vogelaars geprikkeld worden tot vlinderen. Zelfs zonder het zien van een koninginnepage.

 

Vlinders zijn aan de andere kant ook lastige beestjes: probeer maar eens een vlinder op z’n plek te laten zitten als je hem fotografeert en toevallig je schaduw over hem of haar heen valt. Ik kan je verzekeren: die blijft niet wachten tot je klikt. Toch, over het algemeen gaat het fotograferen van een vlinder velen beter af dan het kieken van een vogel. Ik moet de eerste grutto, vink of koolmees nog tegenkomen die blijft wachten tot ik op tien centimeter genaderd ben. Eerlijk is eerlijk, ik was zelf ook al lang weg geweest. Maar een vlinder? Die stoort zich, als hij eenmaal prinsheerlijk op een zoet bloemetje of vlinderstruikje zit, aan helemaal niemand.

 

De vraag die de afgelopen tijd nogal eens gesteld is, is de vraag waar al die distelvlinders nou vandaan komen. Het is immers niet misselijk als honderdduizenden distelvlinders ons landje overspoelen. In Groot Brittannie lopen de schattingen eind mei al uiteen van 10.000.000 tot 50.000.000 exemplaren (echt waar, er staat geen nul teveel!). En dan te bedenken dat de zomer nog beginnen moet, en vele miljoenen eitjes nog maar net gelegd zijn. Maar nogmaals: waar komen ze vandaan? Isotoopbepalingen aan distelvlinders hebben uitgewezen dat de vlinders uit de buurt van het Atlasgebergte in Marokko komen. Ook individuele waarnemingen begin dit voorjaar hebben dat bevestigd. Vele honderdduizenden rupsen op een oppervlakte van een enkele hectare werden gemeld uit het Atlasgebergte. Zijn het geen bikkels, die distelvlinders? Helemaal uit Afrika, met hun een of twee gram gewicht!

 

Afijn, vandaar dus die vlinders in juni. Het moge duidelijk zijn dat elke distelvlinderwaarneming van harte welkom is. Voer ze dus getrouw in, via waarneming.nl. Ook al zijn het er honderden, uw distelvlinder is een vlinderstruik waard! En voor wie het nog niet begreep: ook vogelaars kunnen vlinder(r)aars worden.

 

Anthonie Stip