Het is mei, de winter loopt ten einde. Hoe vreemd het ook klinkt, voor 2010 ging het op. De koudste meidagen sinds vijfenzeventig jaar hebben we ook weer achter de rug. Het wordt tijd dat alles weer verder gaat met groeien. Want je zou haast kunnen zeggen dat er een groeistop is geweest. Vele planten hoorden al lang te bloeien, maar bleven groen. Diverse vogelsoorten hadden al jongen, maar ik vraag me af hoeveel er het overleefd hebben. Herman Gorter bewoordde het begin van de lente meer dan een eeuw geleden al in zijn fameuze en paginalange gedicht Mei:
Een nieuwe lente, en een nieuw geluid.
Toen kwam de lente nog in Mei. Tegenwoordig – en ik spreek nu over de laatste vier voorjaren – komt de lente al in April. We zijn gewoon verwend met vroeg warm weer. En nu het dit jaar allemaal ietsje later is, moeten we niet klagen maar dragen.
Enfin, dit lijkt een hele morele opbeuring, maar ook ìk vond het niet alles dat het voorjaar zo langzaam op gang kwam. Maar ik moet eerlijk bekennen dat het ook weer tot fenomenale gebeurtenissen kan leiden. Zonder al te veel uit te wijden over tijd en plaats, wil ik één gebeurtenis toch noemen. Pas mocht ik met een collega-vogelaar een gebied inventariseren op broedvogels. Dat gebeurt te voet, en vroeg in de ochtend, omdat dan alle – nu ja, de meeste – vogels actief zijn met zingen. Als er veel vogels tegelijk zingen, is het raadzaam om even stil te staan, en na te gaan wat je allemaal hoort zingen. Immers, alles wordt genoteerd op een kaart, en dat moet secuur gebeuren. Mijn collega en ik liepen door een bebost terrein, en stonden even stil om te luisteren. Direct naast ons stond een vrij oude boom met holten. Mijn collega – ongegeneerd als hij is – liet op een nogal luidruchtige wijze een bel darmgassen ontsnappen. Als door de bliksem getroffen vloog er in de luttele milliseconden van de nagalm van deze eruptie een volwassen Bosuil uit de boom naast ons! Verschrikt langs onze neuzen met holle vlucht wegflappend, en ons in een scheurende schaterlach achterlatend. Toen we na een poosje de boom controleerden – uiteraard voorzichtig en zonder schrikgeluiden – keken we recht in de ogen van twee nietsvermoedende donsjongen. Ze waren naar schatting hooguit anderhalve week oud, want het vrouwtje liet de jongen nog niet alleen (wat ze wel doet als de jongen ouder dan tien dagen zijn). Naast de jongen lag een ei, die zo goed als zeker onbevrucht was.
Deze toch wel opvallende gebeurtenis – vooral door de context bepaald – geeft wel te denken. Niet zozeer aan wat de gevolgen van een darmgasexplosie kunnen zijn, maar meer aan de tijd waarop jonge Bosuilen in het nest aanwezig zijn. Normaal gesproken broeden Bosuilen vanaf eind februari of begin maart. Het broeden duurt achtentwintig tot dertig dagen. Dus zou je jongen vinden van de leeftijd van een dag of tien, dan zou het volgens de kalender, pak hem beet, half april moeten zijn. En het was half mei. Dus: het is mei, de winter loopt ten einde, de Bosuilen hebben jongen.
Het is kort door de bocht, ik weet het. Maar het is wel tekenend voor dit voorjaar. En om nog even terug te komen op die planten, die altijd-groen leken te blijven dit voorjaar: wat is het heerlijk dat ze nu wel bloeien! Je kunt met volle teugen genieten van de bloemen, op je gemakje de kenmerken bekijken, de soort determineren, fotograferen en genieten van de insecten die erop afkomen. En je hoeft niet bang te zijn dat ze wegvliegen door een scheet– zie dat maar eens te fiksen bij vogels! Er is slechts één maar: bij voorkeur mogen ze bloeien, dat vereenvoudigt de determinatie. Voorzichtig wil ik ervoor pleiten dat meer mensen de planten (en insecten!) induiken. In de winter kun je naar hartenlust vogelen, in de trektijd ademloos het mysterie van vogeltrek aanschouwen, en in de zomermaanden fanatiek naar planten en insecten kijken. Er valt wat dat betreft nog een wereld te ontdekken voor vele vogelaars in de Waard! Natuurlijk heeft ieder z’n smaak en z’n voorkeuren, gelukkig wel. Maar – en daar gaat het me om – in mei leggen alle vògels een ei, maar het kruid en de spriet, die leggen in de meimaand niet. Die leggen nooit.
Veel plantplezier de komende tijd!
Anthonie Stip