Uniek

 

Het zou niet origineel zijn om deze column te vullen met dingen die algemeen aanvaard zijn, en door iedereen zonder moeite worden geconstateerd. April is bij uitstek de maand om over de lente te schrijven. Ik zie ervan af. Dat wordt overal al breed uitgemeten. Hoe aaibaar, tastbaar, ruikbaar en hoorbaar ook: ik schrijf nu niet over springende lammetjes, bloeiende planten of zingende vogels. Weidevogels laat ik maar even voor wat ze zijn – ze zijn er gelukkig weer, of moet ik zeggen: nog? En neem nou die wilgenkatjes: wie heeft ze niet op de foto gezet de afgelopen weken?

 

Nee, het gaat mij om wat anders. Als ik zeg dat ze er op de Veluwe anders over denken en spreken dan hier, snapt nog niemand het. Maar het feit dat datgene waar ik aan denk aan de basis staat van het leven, moet wat meer herkenning oproepen. Bij stormachtig weer ziet het er ruwer uit dan bij rustig weer. En een laatste herkenningspunt: in veenweidegebieden is het onmisbaar: water.

 

Water is heel actueel. Het WereldWaterForum, gehouden in Istanbul, ligt nog maar net achter ons. Water is ook nauw verbonden met natuur. Nog niet zo heel lang geleden deed een term veel stof opwaaien in agrarisch Alblasserwaard: de Natte As. Het was het element water dat de boeren nattigheid deed voelen. Ik snap dat wel. Wie zou het niet moeilijk vinden om zijn levenswerk (deels) te zien worden opgeslokt door nattigheid? Zonder over deze discussie een waardeoordeel uit te spreken, wil ik wel een oproep doen.

Het veenweidelandschap is eeuwen geleden door mensenhanden gemaakt. Onze voorouders hebben het gecultiveerd, en de huidige generaties hebben innovatieve exploitatie mogelijk gemaakt. Openheid is een verworven goed in veenweidegebieden. Pestbosjes, griendjes, houtwallen, tiendwegen en eendenkooien horen thuis in de Alblasserwaard. Laten wij er met elkaar voor zorgen dat ze in het landschap blijven. En laten we het water vooral niet vergeten. Zonder water immers geen veen.

 

Als we de Alblasserwaard tot haar recht willen laten komen, hoort daar ook een ecologische verbindingszone in thuis. Juist (onder andere) de waardevolle blauwgraslandjes zorgen voor de meerwaarde van het agrarische landschap. Wat aan flora in de gangbare landbouw bij lange na niet meer wordt gevonden, bloeit en groeit nog wel op blauwgraslandjes. (Gaat het stiekem toch nog over de lente!). Waarom ons dus verzetten tegen natuurland? Dat geeft juist perspectief! We willen toch niet dat de Alblasserwaard verwordt tot een grote productiesteppe? Afwisseling in het landschap maakt het aantrekkelijk. Dat zal bij recreanten zeker niet onbekend blijven!

 

Om dat te illustreren een voorbeeld uit het veld. Vorig jaar mei kwam ik tijdens een schitterende voorjaarsavond een Duits echtpaar tegen. Afkomstig uit de regio Karlsruhe. Een groot deel van de dag hadden ze doorbracht rond de Zijde en de Donkse Laagten. Ze waren geheel onder de indruk van de rust en de stilte die van het landschap uitging, vertelden ze. Hier zag je tenminste nog vogels, bloeiden er schitterende planten. Bei uns findet man das nur im schwer geschutzte Gebieten!” riepen ze enthousiast uit. Ze wisten niets af van alle lokale problematiek, hadden nog nooit van een Natte As gehoord, maar verwoorden wel de omgeving zoals het was: Het is hier schitterend. Ons als inlanders valt het zo weinig op. Maar we leven wel degelijk in een internationaal uniek gebied. Kortom: de schouders eronder! Met elkaar houden we de Alblasserwaard uniek. Boer en natuur bijten elkaar echt niet!