Aan het onbekende publiek,

 

Deze laatste column van 2009 gaat niet alleen over Alblasserwaardse natuur. Meestentijds juist niet, en ik heb mezelf het recht gegeven eenmaal van dit hoofdthema af te wijken. Uiteindelijk gaat het wel om natuur in deze column, maar dat moet u doorzien. Tevens een waarschuwing vooraf: ik kan niet optimistisch blijven in de decembercolumn. Dat heeft niets te maken met het sombere weer van de afgelopen weken, maar meer met dingen die ik om me heen hoor en zie gebeuren. U mag het volkomen met me oneens zijn. Daarover kunnen we op het forum discussiëren. Mijn bedoeling is niet u te overtuigen van mijn gelijk. Ik wil dat u nadenkt over, en beseft wat ons gedrag en onze levenshouding voor consequenties hebben voor de natuur.

 

De columnschrijver

Groei

Over economische natuur en de grenzen van groei

Vreemd. Iedereen waarbij ik de paradox aankaart, is het er met mij over eens. Iedereen stemt er mee in, maar weinigen handelen er ook naar. Ik bedoel dit: wij westerlingen hebben een vreemd, haast gespleten wereldbeeld. Elke ontwikkeling, maar in het bijzonder economische ontwikkeling, wordt gekenmerkt door groei. En zonder ontwikkeling gaat het niet goed, is de overheersende gedachte. Daarom kunnen we – beter gezegd: kan onze economie - niet zonder groei. Aan de andere kant: we kunnen niet zeggen dat ‘the sky the limit’ is, want er zijn wel degelijk grenzen.

 

Dit verhaal hoor ik om me heen. Dan vraag ik me af: waar zijn de grenzen dan? Beseffen we dat we tegen de grenzen aan, zo niet over de grenzen heen zitten? Ons westerse consumptiegedrag rijst werkelijk de pan uit! Op papier is het crisis, maar het gros van de westerlingen leeft er absoluut niet naar. Op papier hebben we alles goed geregeld, maar de praktijk overtuigd ons van het schrijnende tegendeel. Op papier hebben we wetten die natuur beschermen, maar in de praktijk heeft de natuur per definitie de laatste stem. Onze samenleving wordt geterroriseerd door de gedachte dat alleen economie belangrijk is. In feite gaat dit terug op de gedachte van de Verlichting: “Ik denk dus ik ben”, schreef Rene Descartes al eeuwen geleden. Tegenwoordig lijkt het credo “Ik denk en ik heb geld, dus ik ben” hoogtij te vieren. “Alles aan de kant voor de ontwikkeling van de economie”.

 

Leg mij niet in de mond dat economie onbelangrijk is. Mijn punt is: het is té belangrijk, we hechten er teveel waarde aan. Dat groeidenken is onlosmakelijk met het economische denkbeeld verweven. Ook natuur moet vereconomiseerd worden, omdat het anders niet verkoopt. Waarom moet de waarde van een heideveld, een loofbos of een blauwgrasland uitgedrukt worden in geld? Waarom mogen al die snippers natuur die ons land –gelukkig – nog heeft niet bestaan in zichzelf, omdat ze een intrinsieke waarde hebben? Omdat natuur gewoon natuur is, voor zover we het natuurlijk nog natuur kunnen noemen. Ik snap er niks van!

 

Er gaan miljoenen overheidsgeld naar het realiseren van ‘groen’ in het stedelijk gebied, met name de Randstad. Dat is ter bevordering van de volksgezondheid, want mensen kunnen in de natuur ontladen. De ene na de andere studie wijst uit dat een groene leefomgeving (en dan gaat het niet zozeer om een groen grasveldje voor de deur, maar meer om eenheden groen zoals weiden, bomen en struiken) een positieve invloed heeft op het welzijn van mensen. En de overheid maar krampachtig bos aanplanten rond de stedelijke agglomeraties. Het Bentwoud is er een recent voorbeeld van. Moet natuur pur sang worden, volgens de overheden. Maar wat zijn ze eigenlijk dom bezig! Want omdat ze in het Bentwoud bos aanplanten, kan er stuk verderop weer een nieuwe woonwijk de grond uit. Idem dito met de realisatie van de ecologische verbinding tussen de Oostvaardersplassen en de Veluwe, het Oostvaarderswold. Als die verbinding wordt gerealiseerd, wordt ‘ter compensatie’ Almere met 11.000 woningen uitgebreid. Cynischer kan het niet! Waar gaat het dan in feite om? Om die natuur? Welnee! Om die woningbouw! En was het maar natuur wat ervoor wordt aangelegd in het Bentwoud! Het zijn fosfaat- en nitraatbombodems, waarop in linie dezelfde soort bomen worden gepoot, en na elke vijf rijen bomen weer een wandelpad ligt. En een ruiterpad. En een mountainbikerspad. En een nordic-walkzone. En een hondenuitlaatzone. En een spartelvijver. En zo hebben we voor elke tak van sport wel een pad, een fasciliteit. Natuur? Tien koolmezen, vijf merels, twee vinken en na een paar jaar een paar grote bonte spechten. “Ja maar drie winters geleden zaten er wel zeven velduilen! Dat is toch natuur?”.  Dat zijn pioniers die op de ruigte afkomen van de ‘nieuwe natuur’, maar ook slechts één winter aanwezig zijn. Daarna is deze ‘natuur’ al niet meer geschikt voor ze. Missers zijn het, die gebiedjes, niet anders. Had hier nou een echt natuurgebied gemaakt voor Patrijzen, Kwartels of wat mijn part Roerdompen en Grote karekieten! Dat zijn natuurwaarden! Niet die tien koolmezen wiens verspreidingsgebied rijkt van ver voorbij de Oeral tot Gibraltar.

 

Het gaat nog verder. CDA Kamerlid Atsma kreeg begin december een zoete inval. Ik denk dat hij de inval kreeg toen hij het Sinterklaasgedicht voor het CDA-Sinterklaaspartijtje schreef, behorend bij het cadeautje voor mevrouw Gerda Verburg, onze minister van LNV (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit). “Om natuur rendabel te maken moeten we rond en in natuurgebieden windmolens gaan plaatsen. Dan leveren die gebieden tenminste nog wat op” aldus Atsma. Het spijt me, maar dit vind ik werkelijk een politicus onwaardig. Typerend voor de geldwolvengedachte die heerst in onze cultuur. Moeten onze Nederlandse natuurgebieden dan ook die ramp nog over zich heen krijgen, naast de problemen rond vermesting, verzuring, verdroging, verbraming, versnippering en vereconomisering? Hoe ver kan het gaan in een land? Het moge duidelijk zijn: het Natuurbeleidsplan van 2000 getiteld ‘Natuur voor mensen, mensen voor natuur’ is een utopisch drama. Het gaat om mensen en niet om natuur!

 

Er is in deze wereld maar één manier waarop groei gerechtvaardigd is. Niet het “growing within limits” wat een mondiaal rapport van dertig jaar geleden als dubieuze titel had. Dat werkt niet, want in het algemeen kent de mens zijn grens niet, maar focust hij alleen op groei. De enige plaats waar groei tot zijn recht komt is buiten, in de natuur. Daar gebeurt het ook zonder dat het ons fysiek schaadt. Daar hoeft de mens geen hand naar uit te steken. Dat gebeurt. Vreemd?

 

AS