Eigenlijk hoort er deze maand geen column te verschijnen. Het vele veldwerk wat verricht wordt, noopt de vogelaar tot het uitstellen van administratief werk. Later in het seizoen, zeg maar in juli, dan wordt het toch komkommertijd: dan mag het administratieve werk wel komen.
Toch is ‘ie verschenen, deze column. En wel om deze oproep te doen: mocht u niks achter uw pc te zoeken hebben, sluit hem dan af, ga naar buiten en geniet van wat er daar gebeurt. Het is tenslotte volop lente! Vele planten bloeien weer, bomen staan weer volop in blad, en aan vogels, vlinders, amfibieën en zoogdieren geen gebrek!
Schril is het contrast met het andere deel van de werkelijkheid. Er is namelijk een drama geschied. Nee, het zijn er eigenlijk twee. De lange-gras-revolutie heeft weer plaatsgevonden. Er zijn bedrijven geweest waarop de boer in overleg met de vrijwilliger, netjes en ruimschoots om de weidevogelnesten heen gemaaid heeft. Gelukkig zijn ze er! Ik kan niet genoeg benadrukken hoe blij ik ben met het feit dat deze boeren er zijn! Tegelijkertijd zijn er ook bedrijven geweest waarop in hoog tempo het gras, voor de regen, van het land is gehaald. En niet zomaar, nee met moordend materiaal. Gemiddelde maaisnelheid 20 km/h of meer, gemiddelde afmetingen van de opraapwagen 7x3x4 meter. Uitzonderingen daargelaten. Alles wordt plastgewalst. Als zo’n bullebak je passeert op de gewone weg, voel je de grond onder je voeten bewegen, alsof een mol met grof geweld zich onder het wegdek een weg omhoog baant. Het lijkt wel alsof sommigen niet meer beseffen op welke grond er geboerd wordt. Veen. Daar moet je niet met zulk materiaal gaan bulderen. Het is geen Groninger klei, dat bij vele paardenkrachten nog niet meegeeft. Nee, nog steeds is de Alblasserwaard van veen. Reken daar nu eens mee!
Het werk is verzet, op het nippertje. Als de rust is weergekeerd, de trekkers weg zijn, wordt de schade zichtbaar. Van het land van de buurman keren de weidevogels terug. Onwennig. Eerst was daar de afwisseling van vrouwlief en manlief met het bebroeden van het nest. Nu is zelfs de plaats van het nest niet meer herkenbaar. Er rest een kale vlakte, alleen nog maar geschikt voor foerageren. Misschien, als de condities er nog naar zijn, wordt een tweede poging gewaagd. In de hoop dan even met rust gelaten te worden. Nog triester wordt het, als je bedenkt dat vele grutto’s en andere weidevogels voor het verzorgen van nageslacht enkele duizenden kilometers afleggen. Dit jaar voor niets. Weer voor niets. Hoelang gaat dit nog door?
De tweevoud van het drama hangt met het eerste deel samen: het went. Eigenlijk is dit verhaal niet nieuw. Eigenlijk hebben de meeste mensen dit al veel vaker gehoord. Eigenlijk is dit zo standaard. Eigenlijk kijken we er niet meer van op. Eigenlijk is dit de teneur, de miserabele staat waarin de Nederlandse weidevogels verkeren. Griezelig als je bedenkt dat de wereldpopulatie van de grutto voor 80% in Nederland broedt. Of eigenlijk: voor 40% jaarlijks door het onder Europese dwang voorrang verlenen van economisch belang voor ecologisch belang mislukken daarvan.
De lange-gras-revolutie, inclusief nasleep is geschied tussen 20 en 25 april 2009. Voor de zoveelste keer.
Ik moest het kwijt…
Met inachtneming van het feit dat het ook anders gebeurt,
Anthonie Stip