Een paar weken geleden was het er opeens weer. Ik werd ’s ochtends wakker, buiten was het nog donker maar ik hoorde een Roodborst zingen. Ik had hem nog niet eerder gehoord dit najaar, waarschijnlijk is hij net geariveerd uit het noorden of oosten van Europa. En hij zegt het meteen maar duidelijk: “Dit is deze winter mijn territorium!” Voor mij betekent de zang van die Roodborst dat de drukkere periode er weer aankomt in de tuin. Ik heb een doorsnee huis met een doorsnee tuin in een doorsnee wijk: niks bijzonders. Ik moet de vogels in deze wijk dan ook delen met alle andere doorsnee tuinen. In de zomer zijn er maar weinig verschillende soorten te vinden in onze tuin. Een paartje Merels, Kauwen die ons oude brood van de schuur halen, een klein groepje Huismussen en wat Spreeuwen die aangeven dat mijn druiven rijp zijn. In de verte kan ik af en toe nog net een Zanglijster en Heggemus horen zingen en aan het einde van ons huizenblok zit een paartje Boomkruipers. Dat is dan nog wél leuk in zo’n woonwijk. In de winter wordt het leuker in de tuin. Dan krijgen we weer bezoek van de Roodborst, Vinken, Koolmezen en Pimpelmezen. En net voordat die vogels allemaal weer naar mijn tuin komen krijg ik ieder jaar een mooie catalogus met het beste vogelvoer in de brievenbus. Help de vogels de winter door! Mijn kans om de vogels uit de hele wijk naar onze tuin te lokken!
Bladerend door de catalogus zie ik een broedkast voor Huismussen. Een soort drie-onder-één-kap-kast. Een broedkast met drie kamers, een gaatje aan de ene kant, een gaatje aan de voorkant en een gaatje aan de andere kant. Met de Huismussen gaat het niet zo best in Nederland. Vroeger konden de Huismussen nog vrijelijk onder de dakpannen nestjes bouwen en gooide iedereen zijn korstjes brood en broodkruimels in de tuin. Ik ben nog geen dertig maar ik herrinner me de tijd nog dat er rijen Huismussen op de rand van de dakgoot gezellig zaten te tjilpen, iedere vogel voor zijn eigen nestje onder die dakpannen. Tegenwoordig mogen er geen huizen meer gebouwd worden met gaatjes erin, dus wèg nestgelegenheid. Ook de korstjes en broodkruimels worden minder in de tuin gegooid. Veel mensen drinken onderweg naar hun werk snel een ‘Goeiemorgen Drinkontbijt’. Of ze eten staande aan het aanrecht even snel een boterham en de kruimels worden haastig de gootsteen ingeveegd. Ondertussen is de Huismus op de Rode Lijst beland en gaat de soort hard achteruit. Niet de eerste keer dat Mussen hard achteruit gingen.
De chinese dictator Mao Zedong had als één van de onderdelen van ‘de Grote Sprong Voorwaarts’ een helder idee: 打麻雀运动 (voor wie geen chinees kan, de Grote Mussencampagne). Mussen moesten uitgeroeid worden want ze aten graszaden en verstoorde dus de landbouw. Om deze ‘plaag’ te bestrijden moesten alle boeren in China met potten en pannen lawaai maken als er Mussen in de buurt waren. De Mussen zouden nergens meer durven landen en zouden uiteindelijk uitgeput uit de lucht vallen. Het werkte best, er gingen tienduizenden Mussen dood en de oogst was beter dan het jaar daarvoor. Maar, zonder de Mussen werden de Sprinkhanen niet meer opgegeten en het jaar daarna kwamen er sprinkhanenplagen en een zeer grote hongersnood. Tussen 1959 en 1961 stierven 30 tot 40 miljoen mensen aan de honger als gevolg van de Grote Mussencampagne. Blijkbaar heeft iedere vogelsoort wel een bepaald nut, maar zien we dat niet altijd. Ik heb het niet zo op Sprinkhanen dus ik heb een mooi drie-onder-één-kap-broedkast aangschaft. Zal ik dan meteen maar voer bestellen? Help de vogels de winter door!
Maar helpen we werkelijk de vogels de winter door? Ja, de vogels die van het voer komen eten help je inderdaad de winter door. Maar is het ook goed voor alle vogels? Die Koolmezen en Pimpelmezen leven de rest van het jaar waarschijnlijk ergens in een bos. Ze moeten daar concurreren met bijvoorbeeld de Bonte Vliegenvanger, die ongeveer hetzelfde eet en ook in boomholtes broedt. Na het broedseizoen, als de jongen zelfstandig zijn geworden, komt het verschil. De Bonte Vliegenvanger zwerft nog wat rond in bijvoorbeeld een dorp als Oud Alblas, maar gaat daarna met mooie nieuwe veren aan een lange reis beginnen. Hij kiest ervoor om de winter door te brengen in West-Afrika. Tijdens die reis heen en weer zullen er de nodige Bonte Vliegenvangers sneuvelen, maar ieder jaar zullen er ongeveer even veel terugkomen in Nederland. De Koolmees en Pimpelmees blijven lekker in Nedeland. Ze gaan rondzwerven en je komt ze soms tegen op plaatsen waar je ze niet verwacht. De eerste keer dat ik een Pimpelmees in de winter in een rietstengel zag hakken op zoek naar iets eetbaars, was ik toch wel verbaasd. Als het echt koud wordt komen er steeds meer mezen in mijn tuin. En juist op dat moment, als het echt koud is en er voedselschaarste is, zouden er veel Mezen dood moeten gaan. Zij trekken niet naar het zuiden maar lopen het risico hier in de winter te verhongeren. Doordat mensen juist op dat moment massaal voeren blijft er dus een onnatuurlijk hoog aantal Mezen in leven. In het voorjaar keren er dan meer Koolmezen, meer Pimpelmezen, maar een gelijk aantal Bonte Vliegenvangers terug in het bos. Er is dus sprake van oneerlijke concurrentie. Het is maar theorie. Of het ook echt zo in de praktijk is?
Wat wel praktijk is: Merels zijn van oorsprong echte bosvogels maar ze hebben zich ingeburgerd in dorpen en steden. Bij mij in de tuin was in het voorjaar een paartje druk in de weer. Ze vlogen samen een conifeer in met takjes; ze bouwden een nest. Later vloog alleen het mannetje de conifeer in met wormpjes; het vrouwtje zat te broeden. Weer later vlogen mannetje én vrouwtje de conifeer in en uit; er waren jongen. Na een paar weken vlogen twee jonge Merels de conifeer uit. Wat het is met die jonge Merels weet ik niet maar die beesten komen altijd net een paar dagen te vroeg uit het nest. Ze kunnen dan eigenlijk nog niet fatsoenlijk vliegen en kruipen en fladderen wat op de grond. Nou is een jonge merel op die donkere bosgrond misschien veiliger als met een paar jongen in een nest maar bij mij in de tuin is het zelfmoord! Minstens vier verschillende katten bezoeken regelmatig mijn tuin en zo’n jonge Merel die piepend en fladderend over de grond kruipt is hartstikke leuk om mee te spelen. Na een paar weken vloog alleen het mannetje de conifeer in met wormpjes; het vrouwtje zat te broeden. Van dit broedsel is uiteindelijk één jonge Merel groot genoeg geworden om bovenin de Sering te belanden. Die vogel zal het wel gehaald hebben.
Weet je wat ik doe? Ik bestel gewoon voer, al is het maar voor die Merel deze winter!
Martin Harskamp
Wilt u reageren op deze column? Dat kan! U kunt uw reactie kwijt op het Natuurforum Alblasserwaard. Wel dient u zich dan eenmalig te registreren. U kunt dan altijd meediscussiëren met andere Alblasserwaardse natuurlief-hebbers!