Startpagina vogelwerkgroep

Juveniele Purperreigers op het nest. Gefotografeerd in de zomer van 2002 te Kinderdijk.
Juveniele Purperreigers te Kinderdijk (zomer 2002)

Door: Henk van der Kooij

De purperreiger is aan te treffen in de werelddelen Europa, Afrika en Azië. In Europa komen de belangrijkste kolonies voor in Frankrijk, Spanje, Italië en Hongarije. In België broedt de purperreiger niet en in Duitsland is de purperreiger wel broedvogel, maar waarschijnlijk met nog geen 10 paren. De Nederlandse broedgebieden liggen dus wat geïsoleerd ten opzichte van de belangrijke Zuideuropese en Oosteuropese broedgebieden.

Het is begrijpelijk dat in de Lage Landen aan de Zee de blauwe reiger (Ardea cinerea) veel bekender is dan de rode reiger (Ardea purpurea). Ons land herbergde in 1998 ongeveer 10.000 nesten van de blauwe reiger tegen ruim 300 van de rode reiger! Bovendien is de blauwe reiger groter. Deze soort heeft staand een hoogte van 90- 98 cm. en heeft een vleugelspanwijdte van 120-150 cm. Het is verder door de meer teruggetrokken, verborgen levenswijze dat de rode reiger veel minder bekend is. Beide soorten hebben als belangrijke kenmerken gemeen de slanke bouw, de fraaie waadpoten en de puntige stootsnavel met de S-vormige hals.

Purperreigernest

De eerste purperreigers kunnen eind maart arriveren. De eerste eieren worden gelegd in april. De hoofdmoot komt tot broeden in mei. De legsels bevatten vaak 4 à 5 eieren. Drielegsels komen regelmatig voor, zeslegsels komen weinig voor. Ze worden met tussenpozen van 1 à 2 dagen gelegd. Broeden begint met het eerste ei en duurt vier weken. De jongen zijn na 7 à 8 weken vliegvlug.

De purperreiger nestelt in Nederland vooral in overjarig waterriet en in struweel ( struiken), in klein aantal in drijftilvegetaties. Rietnesten hebben een hoogte van grofweg een halve à één meter. Voor de komst van de vos hadden struweelnesten een nesthoogte van 2 à 4 meter. Met de komst van de vos zijn de purperreigers hoger gaan nestelen. Hoogtes van 5 à 8 meter zijn normaal geworden. De laatste jaren wordt in het Nieuwkoopse Plassengebied zelfs ook genesteld in bomen tot op meer dan 10 meter hoogte!

Purperreigernest met juveniel.

De Alblasserwaard kent twee belangrijke kolonies. De kolonies in de Zouweboezem bij Ameide en die in de Hoge Boezem van de Overwaard bij Kinderdijk. De nesten van beide kolonies behoren tot het rietnesttype. Het gaat de beide kolonies de laatste jaren erg goed. Van de kolonie bij Ameide is over een lange periode het aantalsverloop berekend. Elk jaar wordt de kolonie door een groep tellers o.l.v. R.F. den Breejen in juni bezocht en veel jongen geringd. Het aantal nesten is de laatste jaren toegenomen. In 1999 was de kolonie met 68 nesten zelfs uitgegroeid tot de grootste van Nederland. Zesenvijftig jongen werden geringd. Deze groei is mede bevorderd doordat de voedselsituatie in de kolonie is verbeterd door het dras en plas maken van een aangrenzende graslandpolder. Het natuurontwikkelingsgebied De Boezem is in het broedseizoen rijk aan kikkers, waterinsecten en jonge vis.(R. Terlouw).

De kolonie bij Kinderdijk is een verhaal apart. Tientallen jaren lang werd hier het aantal broedparen.geschat op veelal minder dat tien paren. In 1997 werd de kolonie voor het eerst in het broedseizoen bezocht. In de jaren 1998 en 1999 gaf de drassige Hoge Boezem langzaam maar zeker haar geheimen prijs! Dat dit een moeizaam prijsgeven is, hebben Ad Kooij en Jan Schoonderwoerd zelf aan den lijve ondervonden. Hoe ontoegankelijk en desoriënterend kan hoog waterriet zijn! Naast heerlijk pingelende baardmannetjes en baltsende bruine kiekendieven steeg het aantal nestvondsten van min. 12 in 1997, naar min. 35 in 1998 naar minimaal 47 in 1999. Zo herbergde de Zouweboezem en deze kolonie in 1999 zeker 115 nesten van de rode reiger. Dit is ca. 30 % van het landelijk totaal.

De broedresultaten werden in 1999 in de kolonie bij Kinderdijk gevolgd. Ze waren prima. De verzamelde gegevens maken aannemelijk dat er gemiddeld per nest al gauw drie jongen vliegvlug komen. De voedselvoorziening moet goed zijn.

Het voedsel van de purperreiger in West-Europa bestaat vooral uit vissen, verder uit zoogdieren, insecten en amfibieën. In de Nederlandse kolonies neemt (wit)vis in het algemeen de eerste plaats in.

Reigers zijn oogjagers. Hoewel de ogen behoorlijk opzij in de kop staan, kunnen ze toch uitstekend langs de snavel heen met twee ogen kijken en zo feilloos de prooiafstand inschatten. In tegenstelling tot de blauwe reiger is de purperreiger een uitgesproken dagreiger.

De purperreiger foerageert graag in de visrijke poldersloten van laagveenweidegebieden. Veel purperreiger van de kolonie bij Ameide zoeken voedsel in de Alblasserwaard (R. Terlouw). De vogels van de kolonie bij Kinderdijk vliegen daarentegen "massaal" naar de Krimpenerwaard. De purperreiger heeft waarschijnlijk een voorkeur voor laagveensloten boven kleisloten.

Opmerkelijk blijft wel dat zo veel vogels van Kinderdijk naar het noorden vliegen. Dit facet vraagt nader onderzoek.

Henk v.d. Kooi in actie bij Kinderdijk.
Henk v.d. Kooij

De vogels kunnen tot meer dan 20 km. van de kolonie af voedsel zoeken. Er wordt solitair gefoerageerd. Ze zoeken hun voedsel vooral in ondiepe weilandsloten. Dit doen ze door in het weiland te dalen, naar de sloot toe te sluipen, even in het water te loeren om dan weer één à twee meter verder te lopen en dan weer in het water te kijken. Zo loopt de reiger al voedselzoekend de slootkant uit. Deze methode is goed uit te voeren in slootkanten met een korte vegetatie. Het kan zijn dat de Purperreiger op visplekken met een hoge vegetatie (waardoor het lopen sterk bemoeilijkt wordt), urenlang in het water loert naar voorbijzwemmende prooidieren. Deze methode van prooizoeken is vaak bij de blauwe reiger waarneembaar. Een grote vraag naar voedsel is er in de jongenperiode. Dit is met name het geval in de maanden juni en juli.

Veel jongen vliegen uit in juli en augustus. In het najaar trekken eerst de oudervogels en wat later de jongen naar het zuiden. In het winterhalfjaar is de purperreiger in West-Europa een zeldzame verschijning. De soort overwintert in tropisch West-Afrika. Pas in het voorjaar komt dit fraaie schepsel weer terug en het is elk jaar weer een vreugde om ze te mogen begroeten.

O Alblasserwaard, o Alblasserwaard.
Gij zijt een stipje op de wereldkaart.
Jaarlijks komt de purperreiger tot u getogen.
Teken van Gods alvermogen!

Heerlijk die rode reiger boven dat riet.
Prachtig die molens die je alleen bij Kinderdijk zo ziet.
Weilanden, boerderijen, rietlanden en sloten.
Bij elk bezoek heb ik weer genoten.

Kiekendief, baardmees, riet en water.
Gesnor, gepingel en eendegesnater.
Ja, sfeervol en landelijk is de hele Waard.
Dat het zò moge blijve op de wereldkaart.

     

©Natuur en Vogelwacht de "Alblasserwaard". Webadres: http://www.nvwa.nl