Een wandeling in herfst, naar Noordeloos dit keer. Het dorp
werd door voormalig burgermeester van het plaatsje, Maarten Willem Schakel, ooit geschetst
als een kraal aan de rijgdraad van een veenriviertje.
En
dat veenriviertje is de Giessen. Inderdaad, een rijgdraad, hier even tussen de lippen
genomen om het scherpe eind goed door het kleine kraaltje te krijgen. De Giessen heeft
hier weinig meer van het open karakter dat ze stroomafwaarts zo rijkelijk laat zien. Ze is
hier nog een kleine dreumes aan de hand van moeder Alblasserwaard. Kijkt u ook zo graag
naar kinderen?
Onze wandeling begint aan de voet van de Bonifatiuskerk,
een veertiende eeuws bouwwerk met Romaanse trekjes. Zoals zoveel kerken in de waard was de
kerk v��r de reformatie een katholieke kerk. Bonifatius werd in 723 door Paus Gregorius
tot bisschop van Utrecht verheven. Noordeloos behoorde in die tijd tot het bisdom Utrecht.
KAMPERFOELIE VERMENGD MET
GISTEND FRUIT
Het is absoluut de moeite waard de kerk ook van binnen te bezichtigen.
Echter, het prachtige vijftiende eeuws massief stenen doopvont, karakteristiek zestiende
eeuws 10 geboden bord, de sierlijk verluchte zeventiende eeuwse preekstoel, het werkelijk
schitterend achttiende eeuws marmeren grafmonument en het welluidend negentiende eeuws
orgel bewaren we graag voor een andere keer. Vandaag geen kerkenpad. Er moet gewandeld
worden! En hoe. Eerst stroomafwaarts, naar het puntje van rijgdraadje de Giessen.
Boerderijen spiegelen in het water. De zoete geur van de herfst prikkelt in je neus;
kamperfoelie vermengd met gistend fruit. Drie eenvoudige stenen op nummer 100 verwoorden
een eeuwenlange strijd. Drie simpel gebeitelde stenen en het leed erachter. Leed dat nu
vergeten schijnt.
Een stukje verder, daar waar de Giessen zelfs geen Giessen meer mag
heten, nog zon boerderij met die zo dramatische jaartallen. Het moet toch wel bar
zijn geweest. Er stonden niet voor niets zoveel molens in de Waard, allemaal nodig om de
voeten droog te houden. Zoals de stijve molen die ook nu nog op gezette tijden wordt
ingezet om het water uit de polder te krijgen. "Stijve molen" hoe komt men aan
zon naam? vraagt de wandelaar zich af. Zon ranke molen associeer je eerder met
een sierlijke dame dan met een stramme heer.De molen wordt zo genoemd omdat hij zo strak
en sterk is. Dat is ook wel nodig, want deze molen heeft een vlucht van ruim 27 meter,
��n van de grootste in haar soort. Een gemiddelde wipmolen heeft wieken van 25 meter.
Wie iets af weet van centrifugale krachten zal onderschrijven dat die 2 meter veel vragen
van molenhuis en raderwerk.
KLAPPEREND KABAAL
Onze stijve spieren zijn inmiddels goed los gelopen, reden te meer om
verder te gaan. Aan het eind van de Noordzijde, iets rechts en dan direct links over het
brugje ligt de Langensteinse kade. Deze is toch ��n van de mooiste in de Waard. Hier te
mogen lopen, het gras soms kniehoog, de eerste paddestoelen. De rode vruchten van de
lijsterbes steken zo helder af tegen een strak blauwe lucht, een houtduif gaat met
klapperend kabaal op de wieken, een kleurige fazant zoekt een veilig heenkomen in
beschermend struweel. Een valk staat biddend in de lucht, snelle vleugelslagen prevelen
een woordloos gebed en hoe zoet smaken de wilde bramen de wandelaar. Ooit liep de kade
achter de eendenkooi, maar het is niet meer mogelijk zo te lopen, via een heuse
wegomlegging voor wandelaars komen we bij het moderne pompstation van het waterleiding
bedrijf. Zo modern dat Almere dichterbij lijkt dan Ameide.
Eenmaal op de verharde weg even goed opletten, want na pakweg 200
meter, juist voorbij het bos, helpt het rood-wit LAW-teken ons weer naar de kade terug.
Een kade hier zo breed dat het lijkt alsof men in een ver verleden een dikke streep wilde
zetten onder het open karakter van dit begenadigd landschap.
En dan, twee buizerds
wiekelend op de najaarsthermiek. Even stil blijven staan, kijker bij de hand en dit
boeiend schouwspel gadeslaan. Een tikje jaloers misschien, die vrijheid te
bezitten, maar met twee benen op de grond weten dat hier oog voor hebben ook
vrijheid is.Wat later, een grote bonte in een boom. Goudriaan aan de horizon.
Over een wiebelplankje weer op de verharde weg komen, langs de Tiendwegwetering de Kerkweg
op. De altijd lispelende populierenrij heeft iets van een kathedraal, de bladeren geven
een devoot concert. Alsof we door een koorgang het dorp naderen.
Noordeloos, eerder een pareltje aan een rijgdraad, dan een
kraaltje aan een veenrivier!
Dorp
Ik moet er nog zo vaak aan denken,
mijn dorp, klein gehucht, De Dam
waar zelfs het kleinst gerucht
tot een ieder kwam.
Het wenken van een vrouwenhand,
het wuiven van de rieten waterkant,
een witte was,
een groene bleek,
een volle klas,
met hoge ramen,
die op een regenachtige dag wee�g geurde
naar dampende wollen truien
en op het bord de namen
van kinderen
die bij nog een kruisje
in de hoek moesten staan.
In de verte het klokkeluien
als iemand was doodgegaan
en de wind scharrelde
dwarrelend
over het dak van ons huis,
terwijl een lantaarnpaal
takken spoken
projecteerde op het behang
na een verhaal
dat altijd sprak:
'hij is gelukkig
die het kleine eerde'
de moraal die moraliseerde
en ik was niet meer bang.
Aan de einder
zwaaiden wieken
hun luid zoevend verhaal
en bij het krieken
van de dag ,
bad een valk
voor zijn morgenmaal.
Jaap de Ruiter
Deze wandeling wordt
u aangeboden door Wandelaar.nl