VISIE GEBIEDSINRICHTINGSPLAN 

 "DE ALBLASSERWAARD"

 

 maart 2005

 

Dit rapport is opgesteld door de werkgroep Planologie van de

 Natuur- en Vogelwacht "De Alblasserwaard"

door Mw. R. Franken, Mr. A. de Kaper, dhr. L. den Ouden

 

Postbus 171 - 3350 AD  PAPENDRECHT - www.nvwa.nl


 

 

VISIE GEBIEDSINRICHTINGSPLAN  "DE ALBLASSERWAARD"

Inhoud

1.                Inleiding 

2                 Historie

3                 Stand van zaken 

4.                Visie van de Natuur- en Vogelwacht "De Alblasserwaard"

  4.1              Bestuur

  4.2              Recreatie

  4.3              Wonen

  4.4              Agrarisch

  4.5              Waterberging

  4.6              Landschappelijke waarde

  4.7              Cultuurwaarde

  4.8              Natuurwaarde

  4.9              Educatie

  4.10            Slotopmerkingen

 5.                Conclusie en advies 

 

1.                Inleiding. 

-                  Het convenant Alblasserwaard Vijfheerenlanden, waarvan het Landschapsplan de uitwerking is, zal dit jaar aflopen. In het Landschapsplan staan plannen uitgewerkt, die in de Alblasserwaard Vijfheerenlanden gerealiseerd moeten worden. De hoofdstukken 5 en 6 van dit plan behandelen respectievelijk de thematische uitwerkingen en de voortgangsrapportage. Het lijkt of de problemen meevallen echter het tegengestelde is waar.

Als voorbereiding op het nieuwe convenant lieten de gemeenten in de Alblasserwaard Vijfheerenlanden door het RBOI het rapport Regionale Structuurvisie schrijven (2004). Den Hâneker schreef een voorzet tot een gebiedscontract (2004). 

-                  Aan een aantal, in deze rapporten, vernoemde punten inzake landschapsinrichting, zal in dit rapport aandacht worden geschonken, met de volgende afkortingen: Landschapsplan (LP); Regionale Structuurvisie (RS) en Gebiedscontract (GC) 

-                  In de afgelopen jaren hebben veel activiteiten plaatsgevonden. Vooral op cultuurhistorisch gebied, zoals aandacht aan boerderijen, molenbiotopen, verplaatsen van boerderij en opbouwen van een molen. Ook kleine landschapselementen zoals onderhoud van tiendwegen, het (her)inrichten van EHSen (Ecologische Hoofd Structuren) zoals Smoutjesvliet en de Elzenweg kwamen aan de orde. 

-                  In het rapport Regionale Structuurvisie en het rapport van Den Hâneker staan belangrijke zaken genoemd, vooral de kernwoorden:

"Openheid, Groen, Rust, Authentiek en Waterrijk".

Dat zijn nu  precies de kernpunten waar alles om draait.

Juist deze kernpunten worden niet of te weinig toegelicht.

                   Wij zullen op deze kernwoorden terugkomen in hoofdstuk 4.6.  

-                  In het rapport van Den Hâneker worden 62 actiepunten gegeven, echter op de concrete inhoud en uitvoering wordt praktisch niet ingegaan. Op deze wijze wordt slechts in summiere mate richting gegeven.

                   Wij begrijpen niet, hoe op deze wijze, een goede kostenraming kan worden gemaakt.

-                  Tijdens het lustrum van Den Hâneker stelde een wetenschapper, dat de agrariërs beter riet kunnen telen. Het hilarisch gelach, gaf aan dat de agrariërs die kant niet op willen. Maar welke kant dan wel? Uit dit voorval blijkt de noodzaak om een nieuw convenant te ontwerpen, waarin de neuzen van de agrariërs, de overige bewoners van de Alblasserwaard en vooral ook de overheid dezelfde kant opstaan.

                   Als dit niet gebeurt, zijn alle activiteiten, geld en tijd, verspilde activiteit, weggegooid geld en verspilde tijd.

-                  De NVWA heeft vanaf het begin meegewerkt binnen het convenantoverleg.

                   Ook onze vereniging wil een vervolg. Het is verstandig om de wijzigingen binnen de maatschappij te analyseren en aan de hand hiervan af te stemmen, welke richting het best kan worden ingeslagen.  Voor onze vereniging is een beheer van flora en fauna - zoals deze z'n 50 jaar geleden noodgedwongen voor kwam - van groot belang. Toen waren broedende Kieviten Grutto's, Tureluurs, Veldleeuweriken en Graspiepers alsmede een cultuurnatuurlijke flora nog gemeen goed. 

-                  De hiervoor genoemde punten zijn redenen voor de werkgroep Planologie van de Natuur- en Vogelwacht "De Alblasserwaard" om hun visie op de toekomst te geven, rekening houdend met de stand van zaken van de voornoemde rapporteringen.

 

2.               Historie

-                  In 1300 is de ontginning van de Alblasserwaard gestart. De woonstroken lopen in de Alblasserwaard van Oost naar West langs de riviertjes. Vanaf de rivier, een veenriviertje of een ander natuurlijk water werden sloten (slagen) het land ingegraven van noord naar zuid, voor de ontwatering van het veen. De kop van de kavels had een vaste maat. De inrichting van een kavel ging over het algemeen via een vast patroon. Op de kop kwam de boerderij met daaromheen een moestuin en hoogstamfruitbomen (hiervoor was klei noodzakelijk). Daarachter het bouwland, later werd dit weiland. Door de slechte afwatering werd het land daarachter te nat en er was te weinig mest voor de bemesting van dat land. Dit natte land nam 2/3 van de Alblasserwaard in beslag! Hierop werden hooilandjes aangelegd, die één keer per jaar werden gehooid. Als het overige land nog natter was, werden griendjes of eendenkooien ingericht voor brand- en geriefhout alsmede noodzakelijke aanvulling van de voedselvoorziening. De boezems zijn later aangelegd om het overtollige water van de "zakkende" Alblasserwaard uit te slaan.

Op deze wijze is de gehele Alblasserwaard ontgonnen. Dus geen natuur, maar wel veel cultuurnatuur. Zo zag de Alblasserwaard van 50 tot 100 jaar geleden er nog uit.

 -                  De huidige Alblasserwaard is nog een redelijk ongeschonden gebied. Beschermd tussen drie rivieren. De landinrichting is tot op heden nog steeds afgestemd op melkveehouderij. Historische dorpen en stadjes, zowel aan de Lekdijk, als in de polder en langs de Merwede, met de stad Gorinchem. Tot op heden is het slagenlandschap redelijk bewaard gebleven. Dit in tegenstelling tot de verrommeling van veel polders buiten de Alblasserwaard.  

-                  Wij willen ons inzetten om iets van bovengenoemd historische landschap terug te krijgen en te behouden.  

-                  Met nadruk willen wij er op wijzen dat onze visie alleen betrekking heeft op de landinrichting van het buitengebied van de Alblasserwaard. Molens, boerderijen, historische dorpen en steden, archeologie e.d. laten wij gaarne over aan de deskundigen.
 

3.                Stand van zaken. 

                   Er staan grote veranderingen op stapel in de Alblasserwaard. De belangrijkste veranderingen betreffen de agrarische sector. Hierdoor zullen, ook op andere gebieden, grote veranderingen plaatsvinden. De agrarische sector heeft met grote moeilijkheden te kampen en in onze visie zullen deze alleen maar groter worden. In de huidige situatie verdwijnen de agrarische bedrijven snel.

                   In een streekfax van de landschapsplancoördinator werd aangegeven, dat het aantal agrariërs in de Alblasserwaard Vijfheerenlanden eind 2004, over de laatste 5 jaar met 40%, was afgenomen tot 700 agrariërs. Dit tegenover een stijging van 35% over de laatste 5 jaar van het aantal arbeidskrachten in de recreatiesector tot 1300 arbeidskrachten.

                   De Nederlandse agrarische sector zal steeds vaker geconfronteerd worden met verschillende bedreigingen zowel van buitenaf als van binnenuit. 

                   Deze bedreigingen zien er als volgt uit: 

3.1              Er wordt in Europese Unie verband gesproken om de subsidie aan de agrarische sector af te bouwen. Nu kunt u zeggen dat dit nog wel enkele jaren zal duren, maar de kinderen van de huidige agrariërs, als ze al geïnteresseerd zijn om agrariër te worden, zullen daar zeker mee geconfronteerd worden. 

3.2              In de huidige tijd zal zeker de agrariër ervoor zorgen dat zijn kinderen een goede opleiding krijgen. Deze factor heeft consequenties voor de opvolging. Jongeren die de grote stad hebben leren kennen blijven daar naar toe trekken. Daar zijn banen, die geen 60 of 70 uur arbeid per week vragen, geen vuile handen bezorgen en toch goed verdienen. Friesland en Groningen zijn daar voorbeelden van. In deze provincies loopt de boerenstand achteruit en hun plaats wordt ingenomen door rijke randstedelingen.  

3.3              De concurrentie uit het buitenland zal steeds groter worden, mede door de toelating van Oost Europese landen. Daar hebben de agrarische bedrijven een belangrijke, misschien wel de belangrijkste economische functie, zoals in Polen. Ook Bulgarije en Roemenië zijn agrarisch georiënteerde landen, die zo snel mogelijk in de EU willen treden, evenals mogelijk Turkije.  

3.4              In "Veenweiden in de prijzenslag" (Vereijken en Agricola, Wageningen UR) wordt aangegeven dat de structurele overproductie van voedsel binnen de EU door de vrijere markt zal worden gecorrigeerd. De graasveehouderij beschikt over meer dan de helft van het areaal (in de Alblasserwaard is dit veel meer). Volgens de schrijvers kan deze sector niet mee in de prijzenslag. Hierdoor zullen de ambachtelijke bedrijven verdwijnen. Alleen door grootschaligheid kunnen de lagere prijzen worden gecompenseerd door een hogere productie. Dit zal leiden tot (semi) melkveehouderij industrie. Echter hoelang kunnen de bedrijven vergroten vanwege de enorme kosten van productierechten (melkquotum) en grond. Dit is een uitputtingsslag waarbij de liberalisering en de uitbreiding van de EU met goedkope gronden en quota een belangrijke rol zullen spelen. 

3.5              De huidige prijzenoorlog in de supermarkten draagt ook niet bij aan de realisatie van hogere prijzen voor de agrariër, integendeel, de prijzen kalven af. De bestuursvoorzitter van Campina bevestigt dit.  

3.6              Hoewel lang niet altijd terecht, dient de agrarische sector te beseffen, dat zij een slecht imago hebben en een slecht imago werkt door, ook financieel. We noemen hier:

                   1) vogelpest; 2) MKZ; 3) veevoeder; 4) BSE; 5) varkenspest 6) overbemesting. 

                   De reacties op bovengenoemde punten zijn in verschillende categorieën in te delen: 

3.7              Sommige agrariërs zullen hun bedrijf trachten te vergroten en anderen zullen het bedrijf verkopen. De vraag is echter of dat vergroten en verkopen op den duur zal blijven lukken. 

3.8              Agrariërs, die stoppen en hun bedrijf verkopen, hebben dat geld hard nodig voor hun pensioen. In veel gevallen is daar in de loop der tijd geen voorziening voor getroffen. Daar komt nog bij dat altijd een zo hoog mogelijke prijs wordt bedongen. Deze hoge prijs heeft zeker consequenties voor de agrariër die koper is. Hij moet het geld maar hebben en kapitaalverstrekkers volgen de ontwikkelingen in de agrarische sector nauwgezet en op de voet.  

3.9              Een andere factor voor een hoge prijs zal veroorzaakt worden door een toenemende niet-agrarische vraag, vanuit dichtbevolkte gebieden. Te bezien valt hoelang een gemeente weerstand kan bieden tegen projectontwikkelaars met veel financiële middelen.  

3.10            Voor de agrariër die zijn bedrijf wil verkopen en daar toch wil blijven wonen bestaat er een optie: landgoederen, waarover later meer.

3.11            Het voortzetten van deze grote en kapitaalintensieve bedrijven door de volgende generatie lijkt een praktisch onmogelijke opgave te worden. Nu al zijn de grondprijzen circa tweemaal de agrarische gebruikswaarde. Naar onze mening zal het vergroten van bedrijven tamelijk beperkt blijven ergo er komt grondgebied vrij. 

3.12            Andere commerciële activiteiten beginnen ernaast of in de plaats van. Van deze andere activiteiten vallen toch ook geen wonderen te verwachten. Bijvoorbeeld 100 bed en breakfast adressen zijn er wat te veel in de Alblasserwaard. Wel kan de recreatie en het toerisme worden bevorderd. 

3.13            Het natuurbeheer kan ter hand worden genomen en dat kan zeker geld opleveren.

                   Door subsidies inzake weidevogel- en ganzenbeheer, terreinbeheer van hooilandjes, terrasoevers en landschapselementen e.a.  Deze subsidies dienen voor langere tijd (25 tot 30 jaar) afgesloten te kunnen worden.  

3.14            Het imago is zeer zeker te verbeteren. Als agrariërs zich meer met natuurbeheer zullen bezighouden zal hun imago verbeterd worden. Ook hierbij zullen de financiën een positieve rol spelen. 

3.15            Het is van het grootste belang dat een aantal agrariërs hun bedrijf  kunnen blijven uitoefenen binnen de Alblasserwaard. Op deze wijze kan de Alblasserwaard open en (gras)groen blijven.

                   Neveninkomsten uit b.v. recreatie e.a. zijn noodzakelijk. Hiervoor dienen de recreatie mogelijkheden te worden vergroot. Gezien de grote aantallen mensen, die wonen in het zuiden van de Alblasserwaard en in de randstad, lijkt dit een ideale situatie. Immers de Alblasserwaard, door drie rivieren omgeven, met historische dorpen, boerderijen en molens is nog steeds een open landschap. Verbeteringen zijn echter noodzakelijk. 

3.16            Met de natuur is het niet goed gesteld. Tureluur, Veldleeuwerik en Graspieper worden een zeldzaamheid en Grutto en Kievit komen elk jaar minder voor. 50 jaar geleden, was de Alblasserwaard een oase voor dit vogelleven. Op de noodkreet inzake de grutto van Vogelbescherming (2005) dient actie te worden ondernomen. 

3.17            Wij willen iets van de oude Alblasserwaard terugkrijgen, dit ter ondersteuning van recreatie, natuur en niet in de laatste plaats voor het inkomen van de agrariërs. 

                   Onderstaand geven wij aan wat er kan - of liever gezegd zou moeten - gebeuren:


 

4.                Visie van de Natuur- en Vogelwacht "De Alblasserwaard". 

                   In het nieuwe convenant moeten ons inziens de volgende zaken worden gerealiseerd en beschreven:

-                  De neuzen van alle belanghebbenden overheid, agrariërs en bewoners moeten dezelfde kant op staan.

-                  De kernwoorden zoals openheid, groen, rust, authentiek en waterrijk moeten worden toegelicht, besproken en gerealiseerd.

-                  Meer aandacht voor de cultuurnatuur van het buitengebied.

-                  Een invulling van de kaart van de Alblasserwaard met recreatie, waterberging alle in combinatie met cultuurnatuur. In de bijlage 1 is een kaart van de Alblasserwaard opgenomen. 

                   Wij hebben onze visie op onderstaande wijze ingedeeld:  

 

4.1              BESTUUR 

4.1.1           Provincie

-                  Het convenant is opgesteld door de bewoners van de Alblasserwaard. Dit in tegenstelling tot de normale situatie, waarbij de Provincie een plan opstelt.

                   Het is nu aan te bevelen, dat ook de Provincie aangeeft wat zij met de inrichting van de Alblasserwaard wil bereiken. Dit inzake:

.                  Agrarische voedselvoorziening voor de bewoners.

.                  Wonen in een gebied, waarnaast een gebied ligt waar met de ruimte wordt gewoekerd.

.                  Recreatie, aan de rand van de Randstad met veel bewoning en weinig recreatie mogelijkheden.

.                  Landschapselementen met natuur, rust en ruimte voor de bewoners van de randstad. 

-                  Het is van belang, dat de provincie - in overleg met de betrokkenen - de hoeveelheden hectare (ha) c.q. kilometer (km) bepalen voor:

.                  Agrarisch terrein met weilanden; hoogstamfruitbomen; gruttoweiden; ganzenweiden; overige vogelweiden; slootkantbeheer 1 meter; terrasoeverbeheer 5 meter; hooilandjes; plasdras; griend; eendenkooien, boezemland, tiendwegen en pest- of huftbosjes.

.                  Wonen, verzorging en werken ten noorden van de Betuwelijn.

.                  Recreatie en Zorg.

.                  Natuurgebieden StaatsBosBeheer (SBB); landgoednatuurgebieden; Ecologische Hoofd Structuur natuurgebieden (EHS); waterberging gecombineerd met natuur..

-                  Hiervoor zullen financiële middelen vrijgemaakt moeten worden. 

-                  Het installeren van één instantie "Inrichting Alblasserwaard buitengebied" voor deskundig advies, opstellen contract, begeleiding en controle. Toewijzing van de betreffende deskundige aan agrariër c.q. particulier met landgoed. Dit onderdeel zou in het gebiedscontract opgenomen moeten worden. 

4.1.2           Gemeenten

-                  Evenals Rijnmond en Drechtsteden dienen de Alblasserwaardse gemeenten een dergelijke samenwerkinginstantie op te zetten b.v. De Alblasserwaard. Hierin dienen de diensten, die het buitengebied aan gaan, te worden ondergebracht o.a. de inrichting. Daarnaast zijn er nu diensten, waarvoor ambtenaren slechts enkele uren per week beschikbaar hebben o.a. NME. Binnen deze samenwerkingsinstantie kan een dergelijke taak door één of meerdere personen worden ingevuld. Hierdoor zal de kwaliteit sterk verbeteren.

-                  Tevens is overleg noodzakelijk, met de Drechtsteden en Rijnmond, om ontwikkelingen op elkaar aan te laten sluiten.  

-                  De Zondagsrust in de Alblasserwaard is een belangrijk punt. Bij de inrichting moet hiermede rekening worden gehouden.

 -                  Per onderwerp willen wij op hoofdlijnen aangeven wat bereikt zou kunnen (moeten) worden. 

 

4.2              RECREATIE 

-                  Een goede inrichting van de intensieve- als extensieve recreatie voor de bewoners van de randstad en de zuidelijke Alblasserwaard is noodzakelijk.

                   Voor intensieve recreatie stellen wij voor het gebied tussen Oud-Alblas en de Betuwelijn en het gebied tussen de Betuwelijn en de A15 bij Hardinxveld-Giessendam.

                   De extensieve recreatie kan door de gehele Alblasserwaard plaatsvinden. 

4.2.1           Voor de intensieve recreatie adviseren wij tussen Alblasserbos West, Oud-Alblas en N214 een groot bos aan te leggen. Met een forse parkeerplaats (1), spartelvijver (2); theehuis (3); mountainbike parcours (4), struinbos (5), een golfbaan (6), 7 hooilandjes (natuur); 8 bos met parkachtig landschap. Het slagenpatroon moet gehandhaafd blijven. Mogelijk kunnen oude boerderijen als recreatiepunten worden ingericht en kunnen de agrariërs gezamenlijk dit recreatiegebied exploiteren. Door uitbreiding van het Alblasserbos ontstaat een fors bosperceel.

                   Dit sluit aan op de Crezeepolder, de Gorzen en de Sofiapolder aan de ene kant en de Biesbos aan de andere kant. 

4.2.2           Voor de intensieve recreatie, in de vorm van camping en struinbos, zijn ook nog mogelijkheden tussen de Betuwelijn en de A15 bij Hardinxveld-Giessendam. Dit vooral voor de oost Alblasserwaard. 

4.2.3           Uitbreiding van de Ecologische Hoofd Structuren en nieuwe natuurgebieden van SBB verhogen de waarden voor extensieve- en natuurrecreatie. Deze percelen natuurgebied met daarom heen landgoederen en agrarisch natuurbeheer zijn noodzakelijk voor opvang van fauna en flora, zoals kikkers, weidevogels en de plantenwereld.               

-                  Wij hebben vernomen van Zuid Hollands Landschap (ZHL), dat zij - dus ook SBB - geen gronden kunnen verwerven in het convenantgebied, dit verbod moet worden opgeheven

4.2.4           Ten noorden van de Betuwelijn dient een strook van ca. 500M - de Merwezone - met waterrijklandschap en bossages te worden aangelegd. Hierin kunnen plasdras, terrasoevers, hooilandjes grutto- en weidevogelgebieden worden aangelegd. 

4.2.5           Tussen het Alblasserbos en het Zouwegebied dienen, langs de N214, om de 4 tot 5 kilometer kleine bospercelen en waterpartijen te worden aangelegd, voor uitwisseling van de reeënpopulatie met het Zouwegebied en de Bolgarijnsekade. Tevens is dit een ideaal wandelgebied. Een grootdeel is al als EHS aangemerkt. 

4.2.6           Cultuurwaarden van het slagenlandschap, molens, boezems, oude boerderijen en dorpen zijn reeds bekend en dienen te worden behouden. 

4.2.7           Landgoederen met openstelling verhoogt de landschappelijke waarde.

                   Deze landgoederen worden opengesteld voor het publiek, dus de wandelende- en fietsende recreant. Dus niet meer de alleen groene weiden, maar ook hooilandjes en andere natuur- en landschappelijke elementen. Hierdoor vindt enig herstel plaats van de situatie zoals beschreven in hoofdstuk 1 Historie. 

4.2.8           Diversen. Renovatie tiendwegen, aanleg voet- en fietspaden, paden over weiden, paardrijden, knooppuntenplan, routes, begeleiding, parkeerplaatsen, bewegwijzering, kanovaren, roeien, schaatsen, aanlegsteigers, voetgangerstunnels, openbaarvervoer en horeca zijn slechts beperkt gerealiseerd. Door het aanleggen van wandel en fietspaden langs de ruilverkavelingwegen wordt het gebied voor deze recreatie ontsloten.

  

4.3              WONEN 

-                  Het grondgebruik voor bewoning is en wordt steeds problematischer. Binnen dorpen en steden moet geïntensiveerd worden. Steeds meer personen op de km2. De nijging is echter te extensiveren, de huizen worden groter en het aantal bewoners per km2 minder.

                   In het buitengebied liggen mogelijkheden voor dit extensieve wonen voor agrariërs, en andere bewoners van het zuiden van de Alblasserwaard en de randstad, in de vorm van oude- of nieuwe boerderij in de bouwstrook.

  Als consequentie moet hieraan een landgoed worden gekoppeld.

                   Vrijgevallen gronden - vanuit de agrarische sector - kunnen hiervoor gebruikt worden. Deze landgoederen kunnen een mozaïek vormen in de Alblasserwaard. Hierdoor neemt de (oude) cultuurnatuurwaarde toe. De recreatie zal hierdoor toenemen. De bewoners, met voldoende middelen, kunnen ruim wonen en dragen bij aan deze natuurwaarde.

  Op deze wijze ontstaat een win win situatie voor landschap, recreatie en agrariër.             

4.3.1           Het invoeren van landgoederen door agrariërs met bedrijfsbeëindiging, zowel oude stijl als nieuwe stijl.

-                  De inrichting van landerijen dient zoveel mogelijk overeen te komen met de situatie zoals beschreven in het hoofdstuk 2.

-                  De overheid dient met deskundigen een beschrijving per element op te stellen.

                   Hierin dienen te worden opgenomen de inrichtingseisen b.v. plaggen, minimale oppervlakte en waterstand van hooilandjes en terrasoevers etc. alsmede het voorgeschreven onderhoud.

                   Voor (weide)vogels dient ook de omgeving in de beoordeling te worden betrokken, naast de uitvoeringsmogelijkheden zoals mozaïekbeheer e.d. Bij voorbeeld zo min mogelijke bossages in verband met de openheid en tegen predatie. Dit is noodzakelijk voor de weidevogels.

-                  De overheid dient voor deze natuurbouw 25 tot 30 jarige behoorlijk gehonoreerde contracten aan te bieden. Dit voor zowel inrichting als onderhoud. De jaarlijkse geldontwaarding dient gecompenseerd te worden.

-                  Bij inrichting en onderhoud is ook deskundig advies en controle noodzakelijk, zie bij hoofdstuk 4.4.4.

-                  De uitvoering van het onderhoud door de eigenaar moet - in het contract - financieel worden gegarandeerd.                   

4.3.2           Het invoeren van landgoederen voor particulieren, dient op dezelfde wijze te worden gerealiseerd als voor de agrariër.  

4.3.3           De verlaten boerderijen mogen alleen als landgoed (ook aan bedrijven) worden verkocht. Dit in tegenstelling tot het plan van Minister Dekker van Volkshuisvesting (zie streekfax 238 van 2005)

4.3.4           Ook voor eventueel nieuw te bouwen panden (binnen de bouwstrook, van oost naar west en met een Alblasserwaardse uitstraling, dus boerderijvorm) in het buitengebied gelden de regels voor een landgoed.

 

4.3.5           De landgoederen zijn minimaal 5ha (nieuwe regeling) of 10ha (oude regeling) groot maar mogen uiteraard ook groter zijn.  

4.3.6           Het wonen en het landgoed behoeven niet perse aan elkaar verbonden te zijn.                  

4.3.7           Een van de weinige punten in het rapport van Den Hâneker (GC) waar concreet man en paard wordt genoemd t.w. "5 landgoederen". Dit is juist een punt waar o.i. een veel grotere behoefte zal bestaan, zowel bij de vragende partij als bij de overheid.

 

4.4              AGRARISCH 

                   Onder "Wapenfeiten van Den Hâneker" staan slechts een beperkt aantal ha en km inzake slootkantbeheer, uitgestelde maaidata, botanisch beheer etc. en dit vinden wij juist de kern van de inrichting van het landschap van de Alblasserwaard.

                   Het probleem is, dat regelingen steeds worden aangepast door de overheid, zowel in uitvoerende- als financiële zin. Op deze wijze kan de agrariër niet werken. Maak er dan een nieuwe methode van, de oude contracten kunnen dan gehandhaafd blijven. Dit zal een stuk duidelijkheid geven naar de betreffende agrariër. 

4.4.1           Tot op heden is aandacht geschonken aan natuurbeheer zoals: weidevogelbeheer - controle bij het maaien (3357 ha), slootkantbeheer (127 km) en op beperkte schaal uitgestelde maaidata-, plasdras-, vluchtheuvel-, botanisch-, randen-, graslandbeheer en gebruik van ruige mest. Wanneer we de 127 km slootkantbeheer en 9,7 km randenbeheer vertalen naar 143 ha komen wij op 4545 ha komen wij op een laag percentage van 5 of 6%.

                   Voor zover bekend is er niet geplagd om hooiland in te richten (vroeger was 2/3 van de Alblasserwaard hooiland!). 

                   Dit beleid moet - zoals boven vermeld - drastisch worden verbeterd, veranderd en uitgebreid. Ons voorstel is: 

4.4.2           De provincie bepaalt de gewenste hoeveelheden ha van de verschillende natuur toepassingen. (hoofdstuk 4.1.1). Per soort toepassing wordt de inrichting en het onderhoud omschreven. Per soort wordt de prijs per meter of per ha gegeven ten behoeve van inrichting en onderhoud. 

4.4.3           Het huidige beleid wordt uitgevoerd door meerdere instanties en men tracht een waterdicht contract op te stellen. Dit is praktisch niet mogelijk. Het gaat om de richtlijn en deze reëel uit te voeren.

                   De overheid richt één instantie op, die de begeleiding en de contracten met de agrariër  en landgoedeigenaar afsluit. 

4.4.4           De methode. De agrariër doet een voorstel en een deskundige van die instantie controleert ter plekke of het voorstel reëel is en adviseert. Hij berekent de prijs, aan de hand van de verschillende oppervlakten en eventuele afwijkende methoden inzake inrichting of beheer. Ook de nodige experimenten dienen vooraf te worden afgesproken en vastgelegd. Dit wordt in een contract vastgelegd.

-                  Dit beheer kan later- door tussenkomst van de deskundige - worden aangepast, dus ook financieel.

-                  De agrariër dient een compacte opleiding natuurbeheer te volgen.

                   Fouten, die nu vóórkomen, kunnen hiermede zoveel mogelijk worden voorkómen, zoals:

.                  Het maaien in een grutto polder - direct na het uitkomen van de juvenielen  (jonge vogels) - kan niet, dan komen ze in de maaimachine. De agrariër, die direct na het uitkomen maaide kon dit "wettelijk" wel doen. Volgens de wet was deze handeling wel toegestaan.

.                  Het afsluiten van contract over gronden waar het afgesproken beheer geen effect heeft komt helaas voor, de subsidie nemer krijgt in zo'n geval 85%.

                   Deze fouten kunnen voorkomen worden door een opleiding maar ook door het "boerenverstand" te gebruiken, dat werkt al eeuwen.

.                  Daarnaast is een goede informatie over inrichten en onderhoud van belang. Wat kan wel en wat kan niet. Uiteraard is de deskundige ook zijn adviseur

4.4.5           Deze contracten moeten, voor de continuïteit, een looptijd hebben van 25 tot 30 jaar. tegen redelijke vergoeding voor inrichting en onderhoud. Deze contracten zijn, bij verkoop, als last, aan de grond gebonden. Hiermede wordt de continuïteit gewaarborgd en wordt voorkomen, dat contracten worden afgesloten, om een bepaalde tijd te overleven, waarna de agrariër zijn quotum en grond aan een grote agrariër verkoopt, die niet aan natuurbeheer doet. Deze financiering is dan een bodemloze put. Immers ook natuurbeheer in natuurreservaten wordt voor een groot aantal jaren afgesproken.

-                  Jaarlijks dienen de onderhoudsprijzen aan het prijspijl volgens CBS te worden aangepast. 

4.4.6           Bij bepaalde onderdelen zoals b.v. plasdraslandjes, zal dit terrein dienen voor een grotere omgeving, dit om een goede verspreiding binnen de Alblasserwaard te bereiken.    

4.4.7           Het beheer dient te worden uitgevoerd met hiervoor noodzakelijke apparatuur. Zwaardere trekkers op hardere grond met giek en maaibalk etc. Lichte breedbandige trekkers en éénassers op zachte grond. De agrariër is verplicht met de juiste  apparatuur te werken.

4.4.8           Deelname aan de recreatieve- en de zorgdienstverlening moet mogelijk zijn. Bed en breakfast, horeca, kanoverhuur, fietsverhuur, paardenverhuur, boerengolf e.d.

4.4.9           Een goede regeling en honorering voor de ganzenopvang en het weidevogelbeheer

                   (hoofdstuk 4.6.5) is noodzakelijk. De weidevogelgebieden dienen zoveel mogelijk aan te sluiten op natuurgebieden t.b.v. de zorg voor jonge vogels.

4.4.10         Samenwerking tussen SBB, NLB (Gouda) en de agrariërs, afstemmen van de inrichtingen en beheer van de percelen met honorering.

4.4.11         De agrarische sector heeft op deze wijze de mogelijkheid zorginstellingen en bezoekers te trekken, dit kan een deel van het inkomen vormen.

 

4.5              WATERBERGING

4.5.1           De waterberging is momenteel, ook politiek, een "hot-Item", zeker gezien de wateroverlast in de 90er jaren. De Alblasserwaard heeft als waterbergingsgebied veel te bieden. De waterberging kan een verrijking van de natuur geven, hetgeen weer ten goede komt voor de recreatie. Dit is een win win situatie voor waterberging, natuur en recreatie en derhalve voor de agrariër.

4.5.2           De waterberging dient goed te worden onderzocht en ingepast. Het bemalen wordt volgens de NVWA vaak te fors toegepast. De huidige proeven inzake drainage, waarbij water juist wordt ingebracht, is een goed initiatief. Hieruit blijkt dat een voorraad gebiedseigen water in de polder aanwezig moet zijn.

4.5.3           De stadsranden bij de Betuwelijn (Merwezone) kunnen dienen voor waterberging tevens kunnen deze percelen worden ingericht voor natte weilanden (grutto weilanden), hooilandjes (afgeplagd), terrasoevers (afgeplagd tot waterpeil niveau), rietmoerasjes ( nog dieper afgeplagd). Indien nodig kunnen deze dienen voor wateropvang. De gewenste lengte van de percelen tot 500 meter. Op sommige punten kunnen broekbossen worden aangeplant. De gehele inrichting dient - in verband met de camouflage van de zuidelijke bebouwing - door een landschapsarchitect te worden ontworpen. Het slagenpatroon moet gehandhaafd blijven.

4.5.4           Het waterpeil dient aan deze nieuwe situatie te worden aangepast. Omdat het waterpeil te laag is, klinkt het veen per 100 jaar een kleine meter in.

 

4.6              LANDSCHAPPELIJKE WAARDE

4.6.1           De "Openheid" (LP;RS;GC) wordt bedreigd. Sinds de ruilverkaveling van tientallen jaren geleden mogen de agrariërs boerderijen bouwen langs veel verkavelingwegen. Na de ruilverkaveling was dit een logisch recht, echter in die tientallen jaren is veel veranderd. Er wordt echter nog steeds gebruik gemaakt van dit recht.

                   Het is van het grootste belang, voor de bescherming van de openheid, alsmede voor bescherming van de fauna van de Alblasserwaard, een heroverweging te maken.

-                  Deze openheid is te zien op fietsbrug van de Zijde - tussen Oud-Alblas en Streefkerk - men dient zich te realiseren - hoe het landschap wordt - als langs de Geerweg (zuidzijde)  boerderijen geplaatst worden. Dit is nu toegestaan!

                   Ook aan de noordzijde worden nog steeds boerderijen geplaatst!

                   Minimaal dient de openheid per gemeente onderzocht te worden. Waar nodig dienen de plannen te worden aangepast om het openlandschap te behouden.

4.6.2           Het "Groen en Authentiek" (LP;RS;GC) is een vertekend beeld. 50 tot 100 jaar geleden bestond de Alblasserwaard voor 2/3 uit (bloemrijk) hooiland en 1/3 weiland.

Dit was armoede voor de agrariër. Hij kwam slechts eenmaal per jaar (in juli) op het hooiland om te maaien en af te voeren. De rest van het jaar waren de flora en fauna  hier de baas.

                   De huidige bemaling en de toename van mest zorgt nu voor 3/3 weiland vaak van één grassoort. Om de oude  cultuur te bewaren is het noodzakelijk hooilandjes in te richten, zodat iets van de oude situatie kan worden teruggewonnen. Dit "hooilandjes groen" vindt u terug in mei bij de fietsbrug van de Zijde (tussen Oud-Alblas en Streefkerk)

4.6.3           Nieuwe boerderijen en -gebouwen (LP) in het buitengebied, dienen in de bouwstrook tussen andere boerderijen - veelal langs een rivier(tje) - te worden geplaatst, zo dicht mogelijk langs de weg. Dus altijd in de oost naar west richting en niet midden in het land. De uitstraling van de stijl van de boerderijen en schuren dient "Alblasserwaards" te zijn. Het gebouw dient er dan ook boerderijachtig uit te zien. De schuren in "rustige" kleuren, dienen er eenvoudig uit te zien en eventuele silo's niet te hoog. Het geheel omzoomt door een uitgebreide begroeiing van inlandse bomen en struiken. Wij willen dat een omschrijving, die een dergelijke uitvoering garandeert, in de welstandsnota’s worden opgenomen.

                   Enige voorbeelden - hoe het niet moet - vindt u terug in de polders van Sliedrecht, Oud Alblas en Papendrecht. In de polder Sliedrecht staan 2 -, in de polder van Oud-Alblas 1 boerderij midden in het land. In Papendrecht aan de Matenase Scheikade is de eerste fout, dat de boerderijen daar noord zuid zijn gebouwd en er staat er één tussen, die niet in het buitengebied van de Alblasserwaard thuis hoort. Wij begrijpen wel dat de boerderijen moesten verdwijnen in verband met de Betuwelijn, er moest dus een plaats worden gevonden. Wat betreft het "afwijkende" gebouw, hier heeft de welstandscommissie haar werk niet goed uitgevoerd. Er zijn wel meer van deze gebouwen aan te wijzen.

                   Derhalve moeten de plannen onderzocht worden (zie ook openheid) en de welstandseisen dienen waar nodig te worden aangepast.

4.6.4           In het rapport van Den Hâneker (GC) is verrommeling aangegeven. Daarnaast is zeker zo belangrijk om de meest storende elementen in het buitengebied aan te passen of te verwijderen. Vaak zijn dit gedoog situaties. O.a. het garagebedrijf langs de weg tussen Gorinchem en Schoonhoven, opslag aan de Kweldamweg bij de Put etc. Per gemeente dienen de knelpunten te worden geïnventariseerd en een oplossing te worden gezocht.

4.6.5           Ganzen

                   Vermoedelijk verschijnt dit jaar een rapport inzake het ganzenverblijf binnen de Alblasserwaard. De laatste 5 jaar zijn de ganzen - in grote getale - eerder gekomen (2e week van oktober - dit was begin november). Het vertrek vindt de laatste 5 jaar later plaats (2e week van maart - dit was eind februari). Deze verschuivingen maken de gederfde opbrengsten groter, vooral omdat tijdens de aankomst en vertrek de temperatuur veelal boven de +5 graden C ligt, dus het gras groeit.  De gederfde grasopbrengst moet derhalve redelijk worden vergoed. Deze derving en de gedoging dienen voor de Alblasserwaard goed te worden berekend. De huidige vergoeding is voor derving € 85 en gedoging €12 per ha.

-                  Wij hopen de wildbeheereenheden zich, in dit proces, reëel op willen stellen. Het is van groot belang, dat grote aaneengesloten stukken als reservaat aangemeld worden.

                   De publicatie in het dagblad Trouw, inzake het stimuleren van streekeigen producten, in de vorm van ganzenlever etc. van wilde ganzen, is voor de NVWA niet acceptabel.

4.6.6           Weidevogels

                   Wij willen ons vooral toeleggen op de gruttoweiden. Een beetje gruttoweide is ca 300 meter breed en 1000 meter lang. Deze weide is komvormig met het diepste en natste deel in het midden. Vogelbescherming heeft in 2005 gesteld dat de redding van de grutto niet te verwachten is van het huidige agrarisch natuurbeheer. In 1985 nog 100.000 broedparen nu nog maar 50.000 broedparen.

                   Misschien kunnen de agrariërs van de Alblasserwaard hier toch iets aan doen.

-                  Naast maaidatum zijn ook waterpeil, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voedsel, bemesting, verstoring, predatie en landschappelijke openheid belangrijke factoren.

-                  De plasdras weiden zijn goed voor het opvetten na de trektocht.

-                  Waar mogelijk een hoger waterpeil.

-                  Uitrijden van ruige mest.

-                  Rustperiode na voorbeweiding

-                  Nest- en kuikenbescherming

-                  In mei - voor kuilgras en hooibouw - in fasen maaien in een mozaïekpatroon is van groot belang. Per grutto familie is ruwweg één hectare kuikenland nodig.

-                  Bij snelle benadering (door agrarische trekkers /maaiers) gaan de grutto's niet op de vlucht, ze dekken juist. Helaas dus, langzaam werken bij het maaien en het verwerken van het gras.

-                  vluchtstroken aanhouden in het grasland.

-                  Voor het bijvoeren van gras voor stalvoedering wordt per strook gemaaid.

-                  grasland krijgt rustperiodes tot 1, 8, 15, 22 juni.

-                  waar de grutto's op palen zitten zijn de kuikens niet ver! 

-                  Binnen het overleg moet gezocht worden of en hoe de subsidie kan worden aangepast.

                   Onderstaand willen wij ingaan op een aantal landschapselementen. De meeste elementen kunnen in de educatieve heemtuin bij ons centrum worden bekeken.

4.6.7           Hoogstamboomgaarden. (LP)    Het vermarkten van fruit, fondsvorming en hoogstambrigades.

                   Het vermarkten van fruit is gedeeltelijk gerealiseerd. Onbekend is of er een fonds is gevormd. De vrijwilligersorganisaties in de vorm van "hoogstambrigades" zijn niet gerealiseerd.

                   Voor de landschappelijke waarde is het noodzakelijk dat de huidige hoogstamboomgaarden worden behouden en waar mogelijk bij oude boerderijen weer worden aangeplant. Inventarisatie is noodzakelijk.

                   Binnen de natuur- en vogelwachten moet het mogelijk zijn een werkgroep op te richten voor dergelijke werkzaamheden. Door het aantrekken van een vrijwilliger die dit wil coördineren, het aantrekken van een groep vrijwilligers - veelal 55+ - alsmede een financiële ondersteuning(fonds) van de overheid inzake materialen en kilometervergoeding kan dit o.i. gerealiseerd worden.

                   De streekeigen producten dienen in een coöperatief samenwerkingsverband van de betreffende agrariërs te worden gerealiseerd. Zowel de middenstand in de Alblasserwaard en de streekcentra kunnen als verkooppunten dienst doen.

4.6.8           Grienden. (LP)

                   Het grootste knelpunt zijn de kosten van beheer en onderhoud. Een aantal grienden in de Alblasserwaard zijn tot op heden gespaard gebleven.

-                  Er is geen voortgangscontrole op de grienden. De huidige grienden dienen te worden beschreven. Indien de eigenaar geen mogelijkheid ziet om het onderhoud te continueren, dient de griend als landschapselement te worden behouden, b.v. aankoop door SBB. Het is noodzakelijk dat de grienden als nationaal erfgoed worden beschermd. 

-                  Onduidelijk is of de subsidiemogelijkheden tussen de 1 en 5 ha al opgelost zijn.

4.6.9           Stroomdalgraslanden. (LP)

                   In 2004 is een aanzet gegeven tot een wezenlijke uitvoering van dit plan. Er is een stichting opgericht Beheer Lekuiterwaarden. Den Hâneker en het Zuid Hollands landschap werken hierin samen. Er is geen verslaglegging over de voortgang.

                   Deze graslanden zijn alleen aanwezig in de noordoost hoek van de Alblasserwaard. De controle door Zuid Hollands Landschap en Den Hâneker verloopt tot op heden positief.

                   Wij vragen aandacht en plannen voor de overige uiterwaarden van de Alblasserwaard vooral voor de beperkte stukken aan de Merwede en de Lek aan de noord westzijde.

4.6.10         Plasdrasweiden. (LP)

                   Deze plasdras weilanden trekken grote aantallen vogels en is voor de natuur een positieve ontwikkeling. Hiervoor kan een overeenkomst worden afgesloten

                   Er is een stichting Landschapsbeheer opgericht. Resultaten worden tot op heden niet gemeld.

-                  Plasdras gebieden zijn inderdaad van levensbelang voor de weidevogels. Deze gebieden dienen goed verspreid in de Alblasserwaard te worden aangelegd met voldoende weiden, waarop weidevogelbeheer wordt toegepast.

4.6.11         Kleinschalige ontgronding. (LP)

-                  De inzet van de ontgronding voor paddenpoelen en weidevogelpoelen is 2500 m3. Binnen het verslag van Den Hâneker vinden wij geen realisatie.(GC) Buiten de paddenpoel aan de Elzenweg en Alblasserbos (SBB) zijn ons geen resultaten bekend. Graag worden wij op de hoogte gebracht waar deze ontgrondingen plaatsvinden.

                   Deze kleinschalige ontgronding is te beperkt. Wij willen hierbij hooilandjes en (brede) terrasoevers betrekken. Zie de punten: 4.6.2, 4.5.3, 4.3.1, 4.2.4 

-                  Uit de inleiding blijkt dat in het verleden 2/3 van het landschap bestond uit nat  hooilanden en natte terrasoevers. Wij pleiten er voor dit landschap - zoals nu te zien bij de Zijdebrug en de Geerweg - gedeeltelijk terug te laten komen.  De voedselrijke bovenlaag dient te worden afgegraven, hierdoor wordt het waterpeil vanzelf verhoogd. De bovenlaag kan door agrarische bedrijven worden gebruikt.

4.6.12         Boezemlandjes. (LP)

                   Meer aandacht voor natuurvriendelijk beheer van de boezemlandjes langs de Alblas en Giessen. In de voortgangsrapportage wordt geen gewag meer gemaakt inzake deze boezemlandjes. Dit beheer zou meer aandacht verdienen maar er is niemand die daar zorg voor draagt. Een grote vraag is wie de financiële consequenties wil aanvaarden.

4.6.13         Verrommeling. (LP)

                   Er zijn kleinschalige storende elementen aanwezig. Ook hier ontbreekt enige voortgangsrapportage. In het buitengebied zijn een aantal verrommelde en storende elementen aanwezig. Hoewel het plan spreekt van een aantal kleinschalige storende elementen kan worden vastgesteld dat er ook grootschalige storende elementen zijn. (hoofdstuk 4.6.4)

-                  Per gemeente dient een opsomming te worden gemaakt van deze verrommeling en storende elementen. Zoals zo vaak is handhaving het medicijn. De gemeenten dienen een oplossing voor deze elementen aan te dragen. Zoals opgemerkt zou een samenwerkingsverband tussen gemeenten kunnen leiden tot een ambtenaar die zich met deze lastige klus kan belasten. Handhaven geeft duidelijkheid en dat is iets wat de burger wil.

4.6.14         Stadsranden. (LP)

                   Het Landschapsplan bepleit te onderzoeken hoe hierin verbetering kan worden aangebracht .Hierin zijn praktisch nog geen verbeteringen aangebracht, alleen bij Leerdam en Goudriaan. Subsidie hiervoor werd niet verkregen.

-                  Helaas wordt er vanuit de Stichting niet alert gereageerd. Toen de planologiewerkgroep bezwaar maakten tegen onroerend goed bij de Betuwelijn hebben wij in een persoonlijk gesprek kunnen aangegeven hoe wij de beplanting wensen om de gebouwen. Toen bleek dat o.a. de gemeente Gorinchem al veel overleg heeft gehad over de afscherming van de Betuwelijn. Nu pas wordt vanuit de Stichting actie ondernomen. Wij hopen, dat de NS hier nog aandacht aan wil schenken.

4.6.15         In de Alblasserwaard wordt steeds meer maïs verbouwd. De veengrond is hiervoor niet geschikt (oxidatie). Deze verbouw is absoluut niet in overeenstemming met het levend verleden. In dit weidegebied is dit tegen de landschappelijke waarde.

                   Wij adviseren u dit te verbieden en dit verbod eventueel  te subsidiëren.

4.6.16         Zandwinning dient binnen het Groene Hart niet plaats te vinden.

4.6.17         Windmolens dienen ter hoogte van de A15 alleen aan de ZO zijde van de Alblasserwaard en eventueel bij Nedstaal te worden geplaatst. De huidige windmolens geven een rendabele capaciteit, helaas is de ontwikkeling van zonnepanelen nog niet zover, dat deze een even rendabele capaciteit geven.

                   Gelukkig gaat de ontwikkeling snel, hierop dienen wij alert te blijven.

 

4.7              CULTUURWAARDE

4.7.1           Het landschapsplan besteedt veel aandacht aan het levend verleden (LP)

-                  De geomorfologie, archeologie en historie laten wij aan de betreffende deskundigen. De cultuurgoederen van de Alblasserwaard zijn bekend: molens, boezems, dorpjes, boerderijen o.a. de molens van Kinderdijk en een renovatie van de boezem bij Streefkerk.

4.7.2           Echter het ontginningsstramien (slagenlandschap) staat onder druk. Wekelijks staan aanvragen, bij de Provincie en Hoogheemraadschap in de kranten, voor demping en graven van sloten.

                   Hierdoor worden sluipenderwijs de historische kavelstructuur van de ontginning uit 1300 vernietigd.

                   Het oorspronkelijk slagenlandschap moet worden ingetekend en gecontroleerd.

-                  Bij de provincie is niet (precies) bekend, welke sloten tot dit historische slagenlandschap behoren. Dit moet nader worden onderzocht c.q. bepaald.

                   Geen toestemming geven voor demping van deze sloten.

 

4.8              NATUURWAARDE

4.8.1           De uiterwaarden dienen als natuurgebieden te worden ingericht. Dit is al een oud plan (Ooievaar van 1987). Wij hopen, dat dit plan - voorloper van de EHS - nu gerealiseerd wordt.

4.8.2           SBB Alblasserwaard betrekken bij de inrichting en aankopen laten doen. Dit is niet mogelijk binnen het huidige convenant.

4.8.3           De ontwikkeling van de natte Ecologische Hoofd Structuren (EHSen) vindt te traag plaats. De natte EHSen zijn niet met de rivier verbonden. Onderzoek is noodzakelijk of dit wél moet gebeuren. Dit in verband met insecten, amfibieën, vissen, otters en bevers, waarvoor een dijk een onoverkomelijke barrière vormt. Immers EHSen dienen om natuurgebieden met elkaar te verbinden.

                   Ook zijn de EHSen niet aangepast op bevers en otters.

4.8.4           Sommige dure EHSen kunnen vervallen o.a. naar de Avelingen en naar de Biesbosch en dit geld kan gebruikt worden voor een droge EHS van Zouweboezem naar Alblasserbos met bosperceeltjes om de 5 km, dit i.v.m. een verbindingsweg voor reeën.

4.8.5           De voornoemde plannen: bos bij Oud-Alblas; Merwezone; EHSen; Natuurcontracten en Landgoederen kunnen de natuurwaarde van de Alblasserwaard sterk verbeteren.

 

4.9              EDUCATIE

4.9.1           De plannen voor de educatie in (LP) zijn bedroevend. Een geschiedenisboek, een lessenpakket voor scholen en vaste rubriek in de krant alsmede een streekcursus. Deze zijn niet gerealiseerd c.q. al weer opgeheven.

                   Er zijn drie educatieve centra in de Alblasserwaard. De financiële ondersteuning door de overheid is slecht, alleen Papendrecht draagt nu redelijk bij.

 4.9.2           Het NME samenwerkingsverband Alblasserwaard Vijfheerenlanden is bij gebrek aan middelen zelfs opgeheven. Hierdoor zijn ook de geslaagden van de streeknatuurcursus in de kou komen te staan.

                   De centra moeten grotendeels alles zelf financieren, een haast onmogelijke opgave.

                   Dit is een onbegrijpelijke- en trieste zaak. De centra worden geacht  "De Alblasserwaard" uit te dragen, echter voldoende financiering wordt niet gegeven. Zelfs een bewegwijzering naar ons centrum hebben wij uiteindelijk zelf aan moeten leggen.

 4.9.3           Ondanks dat heeft /is de NVWA:

-                  de educatieve heemtuin volledig ingericht, met hulp van de bewoners van de Merwebolder.

-                  gestart met een opbouw van een permanente tentoonstelling over de Alblasserwaard.

-                  de scholen, tegen een gereduceerd bedrag, lesuren over de natuurcultuur van de Alblasserwaard gegeven.

-                  2 jeugdclubs opgericht binnen de Natuur- en Vogelwacht De Alblasserwaard.

-                  het gebouw aangepast aan de behoeften van de bezoekers.

-                  dia-avonden en lezingen over de natuur.

-                  besproken en openbare natuurwandelingen.

­-                  video voorstellingen

-                  vitrines met belangrijke onderwerpen uit de natuur van de Alblasserwaard, een wisselende expositie over kunst en natuur, een bibliotheek en een kinderdoehoek etc. 

4.10            SLOTOPMERKINGEN 

                   In het landschapsplan (LP) is bij de voortgangsrapportage een inventarisatie van landschapselementen vernoemd. Hierin staat dat deze kaart om de 5 jaar geactualiseerd wordt. Veel belangrijker is echter dat het verschil tussen beide kaarten gecontroleerd en geanalyseerd wordt, waarbij een advies volgt om negatieve ontwikkelingen tegen te gaan. Deze kaart moet worden uitgebreid met alle toegepaste natuurwaarden, dus ook hooilandjes, terrasoevers, paddenpoelen etc.

5                 Conclusie en advies 

-                  De Alblasserwaard zal veranderen of we het willen of niet. Voor de een zal dat nadelig zijn en voor de ander een voordeel. Zeker is dat veranderingen mogelijkheden bieden voor de toekomst. Agrariërs zullen niet verdwijnen, maar de recreatie zal een groot goed gaan worden in de Alblasserwaard, waarmee zowel agrariërs als bewoners van de Alblasserwaard in hun levensonderhoud zullen kunnen voorzien. 

-                  Wij verwachten een indeling van het buitengebied van de Alblasserwaard in onderstaande componenten:

.                  Recreatie gebieden

.                  Natuurgebieden, EHSen, landgoederen en landschapselementen.

.                  De melkveehouderij met middelgrote bedrijven, die neveninkomsten kunnen putten uit:

.                  Natuurelementen op eigen terrein.

.                  Onderhoud c.q. opbrengsten uit EHSen, natuurgebieden en landgoederen.

.                  Recreatie

.                  Streekeigen producten

.                  Zorg- en vakantie voorzieningen

.                  Aanvullende bedrijfsuitoefening in de ambachtelijke sfeer. 

-                  Middels een planning vanuit de provincie en gemeenten kan een gebiedscontract worden opgesteld. In dit gebiedscontract een organisatie voor het begeleiden van de agrariërs en landgoederenhouders - zodat dit contract kan worden uitgevoerd.  

-          Urgent is dat de nieuwe mogelijkheden heel snel worden opgepakt . Te lang wachten zal er alleen maar toe leiden dat de Alblasserwaard achter het net zal vissen. De bakens verzetten zal nu de slogan moeten zijn. Van deze nieuwe Alblasserwaard worden niet alleen de agrariërs en de bewoners beter, maar ook de natuur

©Natuur en Vogelwacht de "Alblasserwaard". Webadres: http://www.nvwa.nl