Chemische veiligheid van scoubidou touwtjes

Een nieuwe rage in de zomer van 2004 waren de zogenaamde scoubidou touwtjes. Dit zijn kunststof touwtjes, gemaakt van PVC weekgemaakt met ftalaten. Kinderen knopen deze draadjes tot allerlei objecten. Om deze knopen te kunnen leggen, worden deze touwtjes soms ook in de mond vastgehouden. Er kwamen van consumenten een aantal vragen en klachten, omdat de scoubidou touwtjes zouden stinken. Daarnaast kwamen uit het buitenland (Duitsland) signalen dat deze scoubidou touwtjes tot wel 30 gewichtsprocent aan ftalaten (weekmakers) bevatten. De VWA/Keuringsdienst van Waren heeft daarom de chemische veiligheid van deze scoubidou touwtjes onderzocht. In de periode van juli en augustus zijn totaal 61 scoubidou touwtjes bemonsterd en onderzocht. In eerste instantie is gekeken naar de aanwezige weekmakers en de migratie hiervan. Diethylhexylftalaat (DEHP) was de voornaamste weekmaker die gebruikt werd. Daarnaast werd ook diisononylftalaat (DINP) en dibutylftalaat (DBP) aangetroffen. Er is geen stof aangetroffen die de stankklacht zou kunnen verklaren. Het gehalte aan ftalaten in de onderzochte scoubidou touwtjes varieerde tussen 5 en 28 gewichtsprocent. De afgifte van deze weekmakers is bepaald onder dynamische omstandigheden, om het sabbelgedrag van kinderen te simuleren. De afgifte van ftalaten varieerde tussen 0.1 en 3.2 ìg/min/10 cm2. Door het RIVM is geconcludeerd dat het risico voor de volksgezondheid van kinderen door de afgifte van ftalaten uit scoubidou touwtjes nagenoeg nihil is. Vervolgens is ook onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van organotin verbindingen. Deze organotin verbindingen worden wel als thermostabilisator toegepast in PVC. In 3 van de 61 scoubidou touwtjes werd dibutyltin aangetroffen. Het hoogst gevonden gehalte bedroeg 0.6 mg/kg. De afgifte van dibutyltin is onder dynamische omstandigheden bepaald en bedroeg ongeveer 3.8 ìg/min/10 cm2. Het RIVM heeft geconcludeerd dat voor kinderen van 7-13 jaar (doelgroep) de afgifte van dibutyltin uit scoubidou touwtjes de gezondheidskundige grenswaarde (LOAEL, lowest observed adverse effect level) benadert. Voor jonge kinderen (tot 3 jaar) is de afgifte van dibutyltin slechts een factor 1.5 tot 3 lager dan de LOAEL.

Zie ook