Market surveillances on toy safety

In de eerste helft van 2004 zijn 5 marktonderzoeken uitgevoerd door de VWA/Keuringsdienst van Waren Noord op het gebied van veiligheid van speelgoed. In dit rapport worden de resultaten van deze marktonderzoeken beschreven. De migratie van isoforon en fenol uit badspeeltjes en opblaasbaar zwemspeelgoed werd onderzocht. In prEN 71-9 zijn migratielimieten gesteld voor deze beide stoffen: 3 mg/l voor isoforon; 15 mg/l voor fenol. In februari en maart 2004 zijn 60 stuks speelgoed bemonsterd. De migratie werd bepaald door middel van dynamische agitatie. Geen aantoonbare migratie vond plaats van fenol. In de helft van de monsters vond migratie van isoforon plaats, deze bleef echter ruim beneden de gestelde migratielimiet. Er vond echter geen aantoonbare migratie plaats van isoforon en fenol uit 9 badspeeltjes, bestemd voor jonge kinderen. In februari en maart 2004 werden 60 stuks houten speelgoed bemonsterd. De hoeveelheid lood en cadmium uit de verflaag werd bepaald volgens EN 71-3. Cadmium werd niet aangetoond in deze monsters. In 9 monsters werd lood aangetroffen en voor 2 monsters werd de limiet van 90 mg/kg overtreden. Daarom zijn maatregelen getroffen tegen de importeurs van deze waren. In houten speelgoed is ook het gehalte aan houtconserveermiddelen bepaald, volgens prEN 71-10 en prEN 71-11. In februari en maart 2004 zijn totaal 75 stuks houten speelgoed bemonsterd. Deels zijn dezelfde monsters bemonsterd en onderzocht als voor het project lood en cadmium in houten speelgoed. In 1 monster is pentachloorfenol aangetoond in een gehalte van 12 mg/kg. Dit is vele malen hoger dan de limiet van 0.4 mg/kg. 2,4-dichloorfenol, 2,4,6-trichloorfenol, 2,4,5-trichloorfenol, 2,3,4,6-tetrachloorfenol, lindaan, cyfluthrin, cypermethrin en permethrin werden niet aangetroffen. In februari en maart 2004 werd een marktonderzoek gehouden naar de aanwezigheid van azo-kleurstoffen, welke verboden zijn in textiel- en lederproducten, die langdurig rechtstreeks in aanraking kunnen komen met de menselijke huid of mondholte. Ten behoeve van dit onderzoek werden 54 monsters speelgoed die textiel en/of (kunst)leer bevatten onderzocht op de aanwezigheid van deze verboden azo-kleurstoffen. Uit het onderzoek is gebleken dat in 1 monster één van de verboden aromatische amines voorkwam in een gehalte dat de wettelijke limiet van 30 mg/kg overschreed. In dit monster was de stof 2,4-tolueendiamine aangetroffen in een gehalte van 84 mg/kg. Op grond van de resultaten zijn tegen de verantwoordelijke leverancier passende maatregelen genomen. In februari en maart 2004 werden 48 monsters van textiel speelgoed, zoals poppen en poppenkleertjes, knuffels en tentjes onderzocht op hun brandveiligheid. De methoden om het brandgedrag van speelgoed te testen en de normen die aan het brandgedrag gesteld worden, zijn ontleend aan de norm NEN–EN 71-2. Uit het onderzoek bleek dat 4 monsters (8%) bij een vlamcontacttijd van 3 seconden niet voldeden aan de gestelde eisen, omdat de voortplantingssnelheid van de vlam de vereiste 30 mm/s overschreed. Tegen de importeurs van deze monsters is waarschuwend opgetreden. Uit het onderzoek bleek verder dat geen van de onderzochte monsters “surface flash” (een snelle verbranding over het oppervlak) dan wel smeltgedrag vertoonden.

Zie ook