Betrek diergezondheid, dierenwelzijn en volksgezondheid bij technologische ontwikkelingen van diervoeders die gericht zijn op het behalen van de klimaatdoelstellingen. Zoals het toevoegen van de zeewiersoort Asparagopsis aan diervoeder om de methaanuitstoot van herkauwers te verlagen. Dit advies geeft BuRO aan de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).
Download: Advies van BuRO over risico’s van bromoform door het toevoegen van zeewier van het geslacht Asparagopsis aan diervoeder voor herkauwers
Download: Managementreactie op advies van BuRO over risico’s van bromoform door het toevoegen van zeewier van het geslacht Asparagopsis aan diervoeder voor herkauwers
Overige adviezen
Zeewier van het geslacht Asparagopsis bevat hoge concentraties bromoform. Dat is een stof die de vorming van methaan in de pens van de koe kan tegengaan. In de huidige wetgeving staat geen verplichting om de veiligheid voor mens en dier te beoordelen bij het toevoegen van Asparagopsis aan diervoeder. BuRO adviseert om de huidige wetgeving voor diervoeder te herzien. Maak een veiligheidsbeoordeling wettelijk verplicht als grondstoffen met actieve stoffen zoals Asparagopsis aan diervoeder worden toegevoegd.
BuRO adviseert daarnaast dat er meer onderzoek wordt gedaan naar de risico’s voor diergezondheid en dierenwelzijn als herkauwers diervoeder met Asparagopsis krijgen. Hierbij is specifiek aandacht nodig voor de al geconstateerde gezondheidseffecten en de (mogelijke) effecten waar nu nog geen zicht op is.
Verder adviseert BuRO de inspecteur-generaal van de NVWA om de ontwikkelingen van diervoeders gericht op methaanreductie te volgen en daarbij aandacht te vragen voor diergezondheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid.
Achtergrond
Om de wereldwijde klimaatdoelstellingen te behalen moet de uitstoot van broeikasgassen omlaag. Ongeveer 15% van de uitstoot is afkomstig uit de landbouwsector. Runderen leveren de grootste bijdrage aan de methaanuitstoot. Er wordt daarom gezocht naar manieren om de uitstoot van methaan door herkauwers te verlagen.
Een manier om de methaanuitstoot te verlagen is door herkauwers diervoeder met het zeewier Asparagopsis te voeren. Uit onderzoek is gebleken dat het toevoegen van deze zeewier aan diervoeder de methaanuitstoot kan verlagen, vanwege de stof bromoform in het wier. Er is nog weinig onderzoek beschikbaar over de mogelijke risico’s van bromoform voor diergezondheid en de overdracht naar dierlijke producten, zoals melk en vlees.
Uit onderzoek van Wageningen University & Research (WUR) is gebleken dat diervoeder met Asparagopsis mogelijk risico’s voor de diergezondheid oplevert. Ook komt bromoform mogelijk in melk en urine terecht. Consumenten kunnen dan bromoform binnenkrijgen als zij de melk consumeren.
Diervoeders mogen alleen in de handel worden gebracht en gebruikt worden als ze veilig zijn. Ook mogen diervoeders niet rechtstreeks een nadelig effect hebben op het milieu of het dierenwelzijn. Zeewier staat op de lijst met toegestane voedermiddelen en mag aan diervoeder worden toegevoegd. Er zijn geen wettelijke limieten voor de aanwezigheid van bromoform in diervoeder of producten van dierlijke oorsprong. Naar aanleiding van het onderzoek van WUR vroeg het ministerie van LVVN BuRO een risicobeoordeling uit te voeren.
Antwoord op de vragen
BuRO wilde met deze risicobeoordeling verschillende vragen beantwoorden.
Vraag 1 en 2: Is er een risico voor de gezondheid van consumenten als zij producten van dierlijke oorsprong met bromoform consumeren? Wat is het maximale gehalte bromoform dat in producten van dierlijke oorsprong aanwezig mag zijn voordat een risico voor de gezondheid van de consument optreedt?
Bromoform wordt aantoonbaar overgedragen op koemelk. Koemelk mag niet meer dan 232 μg bromoform/L bevatten. Bij een hoger gehalte wordt de gezondheidskundige grenswaarde overschreden als peuters gedurende een langere periode grote hoeveelheden koemelk consumeren. Het maximumgehalte beschermt peuters en de rest van de populatie en ligt een factor 7 tot 76 boven het hoogst gerapporteerde gehalte in koemelk in de literatuur (35 μg/L). Het is onwaarschijnlijk dat het toevoegen van Asparagopsis aan diervoeder van koeien zal leiden tot bromoformgehalten in koemelk die een risico vormen voor de gezondheid van de consument.
Vraag 3: Wat is de maximale dagelijkse dosering bromoform die in diervoeder aanwezig mag zijn voordat het maximale veilige gehalte in producten van dierlijke oorsprong overschreden wordt?
Het is niet mogelijk om een maximaal gehalte bromoform in diervoeder vast te stellen dat bij dagelijks voederen van Asparagopsis niet leidt tot een overschrijding van het maximale veilige bromoformgehalte in producten van dierlijke oorsprong.
Uit 1 geschikte studie bleek dat een gemiddelde dagelijkse bromoforminname van 132 mg, 266 mg, 398 mg en 432 mg leidde tot een gemiddeld bromoformresidugehalte in melk van respectievelijk 2 μg/L, 4,3 μg/L, 7,1 μg/L en 5,2 μg/L. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat de manier van blootstelling (onder andere pulsvoederen of langdurige blootstelling, of bijvoorbeeld toediening als gedroogd wier of olie-extract) effect kan hebben op de opname in het lichaam van het dier en daardoor de mate van overdracht.
Vraag 4: Is er een risico voor de gezondheid en het welzijn van het dier als bromoform via diervoeder ingenomen wordt?
Als schapen en runderen via diervoeder worden blootgesteld aan bromoform uit Asparagopsis, kan dit al binnen enkele weken effect hebben op het pensslijmvlies. Dit vlies kan bijvoorbeeld geïrriteerd of ontstoken raken. Dit hangt af van de concentratie Asparagopsis in diervoeder. De geraadpleegde literatuur biedt te weinig informatie om uitspraken te doen over de exacte concentraties waarbij deze effecten optreden. Er bestaat een risico voor de gezondheid en het welzijn van het dier als bromoform via diervoeder wordt ingenomen.
Vraag 5: Wat is het maximale gehalte bromoform dat in diervoerder aanwezig mag zijn voordat een risico voor het welzijn en de gezondheid van het dier optreedt?
Er zijn geen gegevens beschikbaar die uitsluitsel geven over de mate van gezondheidsschade of ongerief voor het dier, met name bij zeer langdurige (jarenlange) pulsgewijze of continue blootstelling van bromoform in diervoeder. Met de huidige gegevens kan daarom op dit moment geen maximumgehalte bromoform in diervoeder worden aangegeven. Het is onbekend bij welke overschrijding een risico voor de gezondheid en het welzijn van het dier optreedt.