Bedrijfsmatig gehouden dieren en COVID-19

Uit onderzoek blijkt dat de kans erg klein is dat bepaalde diersoorten, zoals runderen, kippen, varkens, geiten, schapen en paarden, besmet raken met het nieuwe coronavirus. Fretten, en daarmee ook nertsen, zijn gevoelig voor besmetting met COVID-19. Op enkele nertsenbedrijven in Noord-Brabant is het nieuwe coronavirus aangetroffen. Het is aannemelijk dat de dieren in eerste instantie besmet zijn geraakt door mensen en dat de nertsen vervolgens elkaar hebben besmet. Eén medewerker op een nertsenbedrijf heeft het virus mogelijk via de nertsen opgelopen. 

COVID-19 is de ziekte die veroorzaakt wordt door het nieuwe coronavirus, genaamd SARS-CoV-2.

Meldplicht nertsen vanaf 26 april

Nertsenhouders, dierenartsen en laboratoria zijn verplicht om verschijnselen van COVID-19 bij dieren te melden bij de NVWA. Bijvoorbeeld als dieren ademhalingsproblemen hebben of als er sprake is van verhoogde mortaliteit.

Melden kan via het Landelijk meldpunt dierziekten op telefoonnummer (045) 546 31 88.

Let op

De meldplicht geldt vanaf 26 april 2020 en is gebaseerd op de Regeling maatregelen vanwege verschijnselen SARS-CoV-2 bij nertsen.

Verdenking bij overige diersoorten: bel de dierenarts

De eigenaar van een dier kan voor alle overige diersoorten die COVID-19-klachten ontwikkelen én die intensief contact hebben gehad met een COVID-19 verdachte of besmette persoon, contact opnemen met de eigen dierenarts. Bijvoorbeeld bij ernstige benauwdheid of diarree. De dierenarts beoordeelt zieke (huis-)dieren. De dierenarts moet bij een verdenking van COVID-19 de NVWA inschakelen via het Landelijk meldpunt dierziekten op telefoonnummer (045) 546 31 88.

Onderzoek op besmette nertsenbedrijven

Katten op nertsenbedrijven die besmet zijn geweest

Sinds eind april zijn er op verschillende nertsenbedrijven besmettingen van COVID-19 geconstateerd. Op en rond 2 nertsenbedrijven is onderzoek gestart naar de infectie bij nertsen. Het doel van dit onderzoek is meer inzicht te krijgen in het virus, de verspreiding van het virus van mens op dier, tussen dieren en van dier op mens.

In het onderzoek zijn ook 11 boerderijkatten op een van de besmette bedrijfslocaties getest. Bij 3 van deze katten zijn antistoffen aangetoond tegen COVID-19. Dat betekent dat de boerderijkatten besmet zijn geweest. Het virus zelf is niet aangetoond. Het is niet vast te stellen op welke wijze de katten de infectie hebben opgelopen. Het onderzoek naar de katten op de besmette bedrijven loopt nog. Deskundigen adviseren de nertsenhouders om ‘boerderijkatten’ op besmette nertsenbedrijven zoveel mogelijk binnen het bedrijf of op het erf te houden.

Mogelijke dier-op-mensbesmetting op nertsenbedrijf

In Nederland is 1 melding van een mogelijke dier-op-mensbesmetting op een nertsenbedrijf waar nertsen besmet waren met het virus. Een medewerker van het bedrijf heeft de nertsen verzorgd toen nog niet bekend was dat de dieren besmet waren. Mogelijk heeft de medewerker via de nertsen het virus opgelopen. Inmiddels wordt medewerkers van besmette nertsenbedrijven geadviseerd persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken.

De kans dat dieren in huishoudens besmet raken met het virus en een rol spelen in de verspreiding van het virus is heel klein. In ieder geval veel kleiner dan de kans dat mensen elkaar besmetten.

Meer informatie over de stand van zaken onderzoek Covid-19 naar nertsenbedrijven vindt u op de website van de rijksoverheid.

Rol NVWA

De NVWA registreert de meldingen en beoordeelt per geval of diagnostisch onderzoek nodig is. Doel van dit onderzoek is om meer te weten te komen over het coronavirus. De NVWA werkt hierbij samen met het nationaal veterinair referentielaboratorium Wageningen Bioveterinary Research (WBVR), de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en het RIVM.

De NVWA coördineert het verplichte screeningsonderzoek van alle nertsenbedrijven in Nederland. In dit onderzoek zal bij alle bedrijven naar antistoffen bij de nertsen worden gekeken.

Onderzoek bij een verdacht dier of bedrijf

Als de NVWA beoordeelt dat diagnostisch onderzoek nodig is, verschilt het per situatie en diersoort wie monsters neemt en hoe dat gebeurt. Dit gebeurt in nauw overleg met de praktijkdierenarts en de eigenaar van de dieren.

Maatregelen verdacht bedrijf

In afwachting van de uitslag mogen de dieren bij een verdacht bedrijf het bedrijf niet verlaten. De dieren mogen geen contact hebben met andere dieren buiten het gezin of bedrijf. Ook mag de mest niet van het bedrijf afgevoerd worden.

Gevolgen van een positieve uitslag

Het is belangrijk om te weten hoe de ziekte zich op de besmette bedrijven ontwikkelt. Daarom verzamelt een team van onderzoekers aanvullende monsters van zieke en gezonde dieren voor nader onderzoek. Uit voorzorg kunnen ook lucht- en stofmonsters in de omgeving van het besmette bedrijf genomen worden, ook al is de verwachting  dat het virus zich niet over grotere afstanden zal verspreiden.

Maatregelen besmet bedrijf en de omgeving

Voor het besmette bedrijf geldt een aan- en afvoerverbod voor dieren en mest. Er geldt een bezoekersverbod in de stal. Bezoekers op het erf en aan de woning zullen bepaalde hygiënemaatregelen in acht moeten nemen. Bezoek aan de woning op het erf blijft hierbij mogelijk.

Op besmette bedrijven blijft het advies aan medewerkers om in de stallen persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken conform het advies van RIVM en GGD. Op deze wijze kunnen medewerkers voldoende beschermd hun werk op deze bedrijven blijven uitvoeren. Tevens is er het advies om ervoor te zorgen dat katten het bedrijfsterrein niet kunnen binnenkomen of verlaten.

Meer weten?