Bedrijfsmatig gehouden dieren en SARS-CoV-2

Uit onderzoek blijkt dat de kans erg klein is dat bepaalde diersoorten, zoals runderen, kippen, varkens, geiten, schapen en paarden, besmet raken met het nieuwe coronavirus. Fretten, en daarmee ook nertsen, zijn gevoelig voor besmetting met het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2, de verwekker van COVID-19 bij mensen. Op meerdere nertsenbedrijven in Noord-Brabant en Limburg is het nieuwe coronavirus aangetroffen. Het is aannemelijk dat de dieren in eerste instantie besmet zijn geraakt door mensen en dat de nertsen vervolgens elkaar hebben besmet. Op twee bedrijven hebben medewerkers het virus mogelijk via de nertsen opgelopen.

Aangifteplicht nertsen vanaf 20 mei 2020

Nertsenhouders, dierenartsen en laboratoria zijn verplicht om verschijnselen van een SARS-CoV-2-infectie bij nertsen te melden bij de NVWA. Bijvoorbeeld als dieren ademhalingsproblemen hebben of als er sprake is van verhoogde mortaliteit.

Melden kan via het Landelijk meldpunt dierziekten op telefoonnummer (045) 546 31 88.

Let op

SARS-CoV-2 is per 20 mei 2020 opgenomen op de lijst met aangifteplichtige dierziekten bij nertsen via de Regeling maatregelen vanwege verschijnselen SARS-CoV-2 bij nertsen. Daarmee is de meldplicht die gold vanaf 26 april 2020 omgezet in een aangifteplicht.

Verdenking bij overige diersoorten: bel de dierenarts

De eigenaar van een dier kan voor alle overige diersoorten die SARS-CoV-2-klachten ontwikkelen én die intensief contact hebben gehad met een COVID-19 verdachte of besmette persoon, contact opnemen met de eigen dierenarts. Bijvoorbeeld bij ernstige benauwdheid of diarree. De dierenarts beoordeelt zieke (huis-)dieren. De dierenarts moet bij een verdenking van een SARS-CoV-2-infectie de NVWA inschakelen via het Landelijk meldpunt dierziekten op telefoonnummer (045) 546 31 88.

Rol NVWA

De NVWA registreert de meldingen en beoordeelt per geval of diagnostisch onderzoek nodig is. Doel van dit onderzoek is om meer te weten te komen over het coronavirus. De NVWA werkt hierbij samen met het nationaal veterinair referentielaboratorium Wageningen Bioveterinary Research (WBVR), de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en het RIVM.

Onderzoek bij een verdacht dier of bedrijf

De NVWA beoordeelt elke melding van mogelijke besmetting van dieren. Als blijkt dat nader onderzoek nodig is, verschilt het per situatie en diersoort wie monsters neemt en hoe dat gebeurt. Dit gebeurt in nauw overleg met de praktijkdierenarts en de eigenaar van de dieren.

Maatregelen verdacht bedrijf

In afwachting van de uitslag mogen de dieren bij een verdacht bedrijf het bedrijf niet verlaten. De dieren mogen geen contact hebben met andere dieren buiten het gezin of bedrijf. Ook mag de mest niet van het bedrijf afgevoerd worden.

Gevolgen van een positieve uitslag

Op 3 juni 2020 is besloten dat besmette nertsenbedrijven vanaf zaterdag 6 juni worden geruimd. De NVWA coördineert deze ruiming en ziet erop toe. Meer informatie hierover vindt u hieronder bij ‘Besluit tot ruiming van besmette nertsenbedrijven’.

Voor positieve uitslagen bij overige diersoorten geldt dat deze dieren niet direct geruimd zullen worden. Er zal dan eerst nader onderzoek en besluitvorming moeten plaatsvinden.

Besluit tot ruiming van besmette nertsenbedrijven

De met SARS-CoV-2 besmette nertsenbedrijven worden sinds zaterdag 6 juni geruimd. Dit besluit hebben minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en minister De Jonge van Volksgezondheid op 3 juni 2020 genomen op basis van het advies van het Outbreak Management Team Zoönosen (OMT-Z) en van het Bestuurlijk Afstemmingsoverleg Zoönosen (BAO-Z).

Uit het advies blijkt dat het virus langdurig kan blijven circuleren op nertsenbedrijven en daarmee een risico kan vormen voor de volksgezondheid en de diergezondheid.

Het ruimen van de besmette bedrijven moet voorkomen dat op de nertsenhouderijen een virusreservoir ontstaat dat een gevaar kan vormen voor de volksgezondheid  De nertsen krijgen in het voorjaar pups. De pups van eerder geïnfecteerde moeders hebben antistoffen gekregen die afnemen in de loop van de tijd. Dat betekent dat de pups tijdens het opgroeien vatbaarder worden voor het SARS-CoV-2 virus .

Omdat de ruiming mede geschiedt in het belang van de volksgezondheid, is Sars-CoV-2 aangewezen als besmettelijke ziekte in de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten, zoönosen en TSE's.

Taxatie

Voor de ruiming plaatsvindt moeten de nertsen worden getaxeerd. Dit gebeurt door aangewezen taxateurs. De nertsenhouder krijgt een tegemoetkoming voor de geruimde dieren uit het Diergezondheidsfonds. Deze tegemoetkoming wordt met publieke middelen uit het Diergezondheidsfonds gefinancierd.

Ruiming van besmette bedrijven

De dieren worden gedood, hiervoor wordt gebruik gemaakt van de kennis en de expertise van de sector. Bij de werkzaamheden in de stal wordt er gewerkt met persoonlijke beschermingsmiddelen, deze zijn afgestemd met het LCI (RIVM).

De NVWA coördineert en ziet toe op het dierenwelzijn en de hygiëne tijdens de ruimingen van besmette nertsenbedrijven. De NVWA werkt hiervoor samen met de nertsenhouder, de sector en verschillende contractpartijen. De  NVWA informeert de Dierenwelzijnscommissie over iedere ruiming. De commissie zal aanbevelingen doen over het dierenwelzijn tijdens ruimingen en erover rapporteren aan de minister.

Vervolg na de ruiming

De kadavers worden afgevoerd voor destructie. Na de ruiming worden de stallen ontsmet en wordt ongediertebestrijding uitgevoerd. Er wordt nader uitgewerkt hoe er met de mest moet worden omgegaan en welke procedure verder noodzakelijk is voor de stal.

Om verspreiding van de verwilderde katten van de besmette bedrijven te voorkomen, wordt gevraagd deze op het bedrijf te voeren.

Tracering

Bij elke besmetting doen de NVWA en GGD traceringsonderzoek naar de mogelijke bron van infectie; van de recente infecties is nog geen introductieroute aannemelijk gemaakt. Gezien de recente besmettingen heeft het ministerie LNV aan de Faculteit Diergeneeskunde gevraagd diepgaander onderzoek te doen naar mogelijke introductieroutes. Dit onderzoek is net van start gegaan. De eerste resultaten volgen naar verwachting begin augustus 2020.

Landelijke maatregelen voor niet besmette nertsenbedrijven

Verplichte screening en early warning

Op 20 mei 2020 is devRegeling maatregelen vanwege verschijnselen SARS-CoV-2 bij nertsen gepubliceerd. In deze regeling worden onder andere 2 zaken verplicht gesteld. Ten eerste een screening van alle nertsenbedrijven in Nederland. Ten tweede een early warning procedure, waarbij de nertsenbedrijven wekelijks kadavers van nertsen moeten insturen.

De NVWA heeft het het verplichte screeningsonderzoek van alle nertsenbedrijven in Nederland gecoördineerd. In dit onderzoek is bij alle bedrijven gekeken naar antistoffen bij de nertsen. Dit onderzoek is inmiddels afgerond en er zijn via deze methode geen nieuwe besmettingen aangetoond.

Early warning

Via de early warning procedure (wekelijks inzenden van natuurlijk gestorven dieren) test de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) kadavers van bedrijven op aanwezigheid van SARS-CoV-2.

Bij een positieve uitslag bezoekt de NVWA deze verdachte bedrijven zo spoedig mogelijk, neemt officiële monsters en laat deze onderzoeken bij het nationaal referentielaboratorium, Wageningen Bioveterinary Research (WBVR). Als deze monsters positief testen, wordt het bedrijf besmet verklaard en volgt direct de taxatie en ruiming van alle aanwezige dieren op het bedrijf.

In de afgelopen periode is er bij meerdere bedrijven via deze methode een besmetting aangetoond. Met het early warning programma kunnen in de komende periode nieuwe verdachte en besmette bedrijven worden gevonden.

Veterinaire maatregelen voor alle nertsenbedrijven

Voor nertsenbedrijven in Nederland gelden vanaf 28 mei 2020 uit voorzorg landelijke veterinaire maatregelen. De hygiënemaatregelen zijn op vrijdag 10 juli verder aangescherpt met de Regeling tot wijziging van Regeling maatregelen SARS-CoV-2 bij nertsen. De huidige maatregelen zijn:

  • een vervoersverbod voor nertsen
  • een bezoekersverbod voor de stal (beperking van personen, die de gebouwen met de nertsen mogen betreden)
  • een hygiëneprotocol voor bezoekers en vervoermiddelen, waaronder de verplichting voor medewerkers op nertsenbedrijven om persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals niet-medische mondkapjes en gezichtsschermen, te gebruiken
  • een hygiëneprotocol vervoer van mest en aanmelden afvoer van mest
  • de verplichting dat nertsenhouders er zoveel mogelijk voor moeten zorgen dat andere dieren (honden, katten en fretten) het bedrijf niet verlaten en niet kunnen binnenkomen.

Testadvies verzorgers nertsen met COVID-19-achtige klachten

De overheid geeft het dringende advies aan nertsenhouders, nertsenverzorgers of hun huisgenoten met COVID-19-achtige klachten contact op te nemen met de GGD. Bovendien adviseert de overheid deze mensen om zich te laten testen en niet in de stal komen tot uit laboratoriumonderzoek blijkt dat geen COVID-19 in het spel is.

Wijst het onderzoek uit dat er wel sprake is van COVID-19 bij de nertsenhouder, nertsenverzorger of een van hun huisgenoten? Dan adviseert de GGD de patiënt in het kader van bron- en contactopsporing over maatregelen om verspreiding van de besmetting te voorkomen.

Nader onderzoek op besmette nertsenbedrijven

Katten op nertsenbedrijven die besmet zijn geweest

Sinds eind april zijn er op verschillende nertsenbedrijven besmettingen van SARS-CoV-2 geconstateerd. Op en rond 2 nertsenbedrijven is onderzoek gedaan naar de infectie bij nertsen. Het doel van dit onderzoek was meer inzicht te krijgen in het virus, de verspreiding van het virus van mens op dier, tussen dieren en van dier op mens.

In het onderzoek zijn ook boerderijkatten op een van de besmette bedrijfslocaties getest. Bij 7 katten zijn antistoffen aangetoond tegen SARS-CoV-2. Dat betekent dat de boerderijkatten besmet zijn geweest. Bij een van de positieve katten werd in het onderzoek ook virus aangetoond. De hoeveelheid aangetoond virus is echter waarschijnlijk te gering om de genetische code te kunnen ontrafelen. Het virus is bij de andere 6 katten niet aangetoond.

Het is niet vast te stellen op welke wijze de katten de infectie hebben opgelopen. Het onderzoek naar de katten op de besmette bedrijven loopt nog. Deskundigen adviseren de nertsenhouders om boerderijkatten op besmette nertsenbedrijven zoveel mogelijk binnen het bedrijf of op het erf te houden.

Mogelijke dier-op-mensbesmetting op nertsenbedrijf

In Nederland zijn 2 meldingen van een mogelijke dier-op-mensbesmetting op een nertsenbedrijf waar nertsen besmet waren met het virus. Twee medewerkers van 2 bedrijven hebben de nertsen verzorgd toen nog niet bekend was dat de dieren besmet waren. Mogelijk hebben de medewerkers via de nertsen het virus opgelopen. Inmiddels wordt medewerkers van besmette nertsenbedrijven geadviseerd persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken.

De kans dat dieren in huishoudens besmet raken met het virus en een rol spelen in de verspreiding van het virus is heel klein. In ieder geval veel kleiner dan de kans dat mensen elkaar besmetten.

Meer informatievindt u onder Vragen over nertsen en het coronavirus op de website van de rijksoverheid.

Meer weten?