RTL-nieuwsuitzending over roodvleesslachthuizen – Reactie van de NVWA en antwoorden op vragen van RTL (19 juni 2018)

Reactie: De NVWA heeft deze incidenten geconstateerd en is er ook tegen opgetreden. Daarin gaat ook de vergelijking met België mank. NVWA houdt in roodvleesslachthuizen wél permanent toezicht op dierenwelzijn.

Hoewel elk onnodig lijden van een dier er een te veel is, weten we ook uit dit permanente toezicht dat er incidenten zijn, maar geen grootschalige misstanden. Waar we overtredingen constateren, grijpen we in. Waar nodig leggen we boetes op. Het nalevingsniveau is volgens onze halfjaarlijkse monitor boven de 97 procent, wat betekent dat in 1 op de 30 steekproeven een slachthuis niet geheel volgens de regels heeft gewerkt bij het bedwelmen of verbloeden.

Aanvulling 22 juni 2018

Het WOB-verzoek van RTL ging over maatregelen die vanaf 1 januari 2015 bij slachthuizen zijn genomen. Daar kunnen dus ook bedrijven bij zitten die intussen weer volgens de regels werken. Deze bedrijven worden benadeeld als hun naam alsnog bekend wordt gemaakt terwijl bedrijven die ook overtredingen hebben begaan, maar bijvoorbeeld niet in de gevraagde periode van het WOB-verzoek zaten, buiten schot blijven. De wet staat het de NVWA daarom niet toe de namen van deze slachthuizen bekend te maken.

Bij actieve openbaarmaking (bijvoorbeeld in de horeca) maken we alle namen en inspectieresultaten openbaar. We geven daarbij ook aan of een bedrijf wel (weer) aan de regels voldoet. Bij de slachthuizensector is deze vorm van actieve openbaarmaking nu (nog) niet geregeld. Klik hier voor meer informatie over openbaarmaking.

Meer specifiek

  • De beelden en beschrijvingen die met dit WOB-verzoek openbaar zijn gemaakt zijn afkomstig van rapporten van bevindingen die zijn opgemaakt door toezichthoudende dierenartsen van de NVWA.
  • Het gaat hier dus om overtredingen die door de NVWA zijn geconstateerd en waar de NVWA tegen heeft opgetreden.
  • Slachthuizen zijn zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de geldende wet- en regelgeving.
  • Bij de grote roodvleesslachthuizen, die gezamenlijk 90% van de productie van roodvlees (waaronder vlees van varkens) voor hun rekening nemen, houdt de NVWA permanent toezicht.
  • Daarnaast worden er ook op risico gebaseerde inspecties uitgevoerd.
  • Wanneer de NVWA constateert dat de geldende wet- en regelgeving niet wordt nageleefd, neemt de NVWA maatregelen met als doel het bedrijf alsnog te laten voldoen.
  • Elk half jaar publiceert de NVWA de resultaten van het risicogerichte toezicht in de zogeheten naleefmonitor.
  • De naleefmonitor laat zien, dat op het gebied van dierenwelzijn de naleving bij deze grote slachthuizen gemiddeld boven de 95 procent ligt, en bij de onderdelen bedwelmen en verbloeden boven de 97 procent.
  • Binnenkort worden de gegevens van de naleefmonitor op de website geactualiseerd.

Vragen van RTL naar aanleiding van het WOB-verzoek roodvleesslachterijen en beantwoording van de NVWA

  1. Kan de NVWA uitleggen waarom het opleggen van boetes in deze twee casussen volstaat en dat de bedrijven niet (tijdelijk) zijn gesloten?
    We grijpen in met een middel dat in verhouding staat tot de ernst en de frequentie van de overtreding. Op basis van de betreffende overtredingen kan de NVWA niet overgaan tot tijdelijke sluiting van de slachthuizen. Dat beleid is in Europese en Nederlandse regels vastgelegd. Wel kunnen boetes worden verhoogd, en een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Pas als dat aantoonbaar niet helpt kan de NVWA overgaan tot het tijdelijk schorsen van de erkenning van een slachthuis. Vorig jaar is dat gebeurd bij een pluimveeslachthuis. Dat slachthuis is na enige tijd weer geopend. Het optreden van de NVWA is toen door de rechter getoetst en akkoord bevonden.
     
  2.  Bij bedrijf 23 zien we dat het keer op keer fout gaat bij het doorsnijden van de halsslagaders. In een half jaar tijd krijgt het bedrijf 11 boetes opgelegd voor een totaalboete bedrag van €21.000. Uiteindelijk resulteert dat dus in de bovenstaande situatie (zoals beschreven in vraag 1) op 18 juni 2016. Waarom is er bij dit bedrijf niet eerder ingegrepen door het nemen van andere, verdergaande bestuurlijke maatregelen, zoals (tijdelijke) sluiting of intrekking vergunning?

    Bij bedrijf 6 (doc 48.1) lezen we dat een dier met een scherp puntig voorwerp op een zeer gevoelige plek wordt geprikt/gestoken waarbij het dier ernstig vermijdbaar lijden is toegebracht. Vervolgens wordt het dier naar de slachtplaats gesleept en niet terplekke gedood. Het bedrijf krijgt voor deze overtreding een boete opgelegd. De situaties die de inspecteurs van de NVWA aantreffen zoals beschreven onder 1.), 2.) en 3.) komen volgens Animal Rights, overeen met de beelden die hun organisatie heeft gemaakt in het slachthuis in Tielt in België. Toch heeft staatssecretaris Van Dam destijds gezegd, zowel op Radio 1 als in de Kamer, dat situaties zoals waren te zien op de beelden van Tielt in Nederlandse slachthuizen niet voorkomen.
    De NVWA heeft dit geconstateerd en is er ook tegen opgetreden. Daarin gaat ook de vergelijking met België mank. NVWA houdt in roodvleesslachthuizen wél permanent toezicht op dierenwelzijn, waar dat in België niet gebeurt. Slachthuis 23 is sinds 2016 dicht. In december 2015 heeft dit slachthuis een voornemen tot schorsing van de erkenning gekregen van de NVWA, onder andere in verband met geconstateerde dierenwelzijnsovertredingen.

    Hoewel elk onnodig lijden van een dier er een te veel is, weten we ook uit dit permanente toezicht dat er incidenten zijn, maar geen grootschalige misstanden. Waar we overtredingen constateren, grijpen we in. Waar nodig met stevige boetes. Het nalevingsniveau is volgens onze halfjaarlijkse monitor boven de 97 procent, wat betekent dat in 1 op de 30 steekproeven een slachthuis niet geheel volgens de regels heeft gewerkt bij het bedwelmen of verbloeden.

    De staatssecretaris heeft in het vragenuur van dinsdag 28 maart 2017 in de Tweede Kamer letterlijk het volgende gezegd: ‘Kan ik uitsluiten dat er in Nederlandse slachthuizen ooit is misgaat? Nee, zeker niet. Daarom is het ook goed dat de inspecteurs er zijn. Zij maken de kans daarop zo klein mogelijk en bevorderen de naleving van de regels. Bovendien treden ze op als er wel iets misgaat.’
     
  3. Heeft de NVWA de staatssecretaris destijds geïnformeerd over deze 3 voorvallen?
    Overtredingen worden door de NVWA, zonder tussenkomst van bewindspersonen, vastgesteld en conform het interventiebeleid gesanctioneerd. Het is niet gebruikelijk dat een bewindspersoon wordt geïnformeerd over individuele incidenten of boetes die worden opgelegd aan bedrijven. Het zelfstandig optreden van de NVWA valt binnen het mandaat van een onafhankelijk toezichthouder. Bewindspersonen ontvangen wel beleidssignaleringen waarin belangrijke ontwikkelingen en trends worden gerapporteerd.
     
  4. Zo ja, hoe verklaart de NVWA dan de uitspraak van de staatssecretaris dat dit soort ernstige misstanden in Nederlandse slachthuizen niet voorkomen?
    Hoewel elk onnodig lijden van een dier er een te veel is, weten we ook uit ons permanente toezicht dat er incidenten zijn en daar treedt de NVWA tegen op. De staatssecretaris heeft dan ook niet beweerd dat er in Nederlandse slachthuizen geen incidenten voorkomen. De staatssecretaris heeft in het vragenuur van dinsdag 28 maart 2017 in de Tweede Kamer letterlijk het volgende gezegd: ‘Kan ik uitsluiten dat er in Nederlandse slachthuizen ooit iets misgaat? Nee, zeker niet. Daarom is het ook goed dat de inspecteurs er zijn. Zij maken de kans daarop zo klein mogelijk en bevorderen de naleving van de regels. Bovendien treden ze op als er wel iets misgaat.’
     
  5. Zo, nee waarom niet?
    Zie antwoord op vraag 3.
     
  6. Een woordvoerder van de NVWA zei naar aanleiding van Tielt vorig jaar tegenover de NOS: 'De situatie in België is niet te vergelijken met die in Nederland'. Blijft de NVWA bij dat standpunt, gezien de bovenstaande overtredingen?
    De NVWA heeft dit geconstateerd en is er ook tegen opgetreden. Daarin gaat ook de vergelijking met België mank. NVWA houdt wél permanent toezicht in roodvleesslachthuizen waar dat in België niet gebeurde. In België houden dierenartsen niet voortdurend toezicht op dierenwelzijn in slachthuizen. De overtredingen In België werden vastgesteld door dierenwelzijnsorganisaties.
     
  7. In de stukken is ook te lezen dat inspecteurs van de NVWA meerdere malen ingrijpen op het moment dat slachters kalveren en schapen beginnen te ontdoen van hun huid, terwijl de dieren nog leven en trappen en/of bewegen (dieren worden levend gevild). De inspecteur ziet ook nadat ze de medewerker van het slachthuis daar op aanspreken er later 'gewoon' weer mee door gaan. (Het gaat om bedrijven 2 en 43 en resp. om documentnummers 4.1 en 208.1). Voor beide situaties is een boete opgelegd. Kan de NVWA aangeven waarom in deze twee gevallen niet verdergaande maatregelen zijn genomen, zoals (tijdelijk) sluiting of intrekken van de vergunning?
    Zie antwoord op vraag 1.
     
  8. Bij welke misstanden op het gebied van dierenwelzijn kan de NVWA een slachthuis (tijdelijk) sluiten en/of de vergunning intrekken? Aan welke voorwaarden moet dan worden voldaan?
    Er moet dan sprake zijn van aanhoudende overtredingen waarbij eerder ingrijpen van de NVWA tot onvoldoende resultaat heeft geleid.
     
  9.  Hoe vaak heeft de NVWA in de periode januari 2015 tot heden een roodvleesslachthuis (tijdelijk) gesloten of de vergunning ingetrokken vanwege overtredingen op het gebied van dierenwelzijn?
    In verband met overtredingen op het gebied van dierenwelzijn heeft de NVWA sinds januari 2015 geen roodvleesslachthuizen (tijdelijk) gesloten. Wel heeft in december 2015 een roodvleesslachthuis een voornemen tot schorsing van de erkenning gekregen van de NVWA, onder andere in verband met geconstateerde dierenwelzijnsovertredingen. In 2017 is de erkenning van een pluimveeslachthuis tijdelijk ingetrokken.
     
  10.  In de nalevingsmonitor Dierenwelzijn Grote Roodvleesslachthuizen van de NVWA is te lezen dat op de onderdelen bedwelmen en verbloeden de naleving achteruit gaat, ondanks dat het toezicht is aangescherpt. Hoe verklaart de NVWA deze ontwikkeling?
    Dat klopt niet. De naleefmonitor laat zowel voor de grote, als voor de kleine en middelgrote roodvleesslachterijen zien dat de naleving op de onderdelen bedwelmen en verbloeden op een constant hoog niveau is. Er is geen sprake van een neergang.
     
  11. In een debat over Tielt met Kamerlid Dion Graus (PVV) zei staatssecretaris Van Dam vorig jaar het volgende: Als je dat soort praktijken (beelden Tielt) constateert, zoals in België is gebeurd, dan zou er een goede grond zijn om dat voor strafrechtelijke sanctionering door te geleiden naar het Openbaar Ministerie. Hoe vaak heeft de NVWA de afgelopen jaar aangifte gedaan bij de politie/Openbaar Ministerie van een medewerker van een roodvleesslachthuis die zich schuldig maakte aan dierenmishandeling/ overtredingen in het licht van dierenwelzijn?
    De NVWA heeft in deze periode geen aangifte gedaan bij het OM.
     
  12. Op grond van het handhavingsprotocol van de NVWA, wordt bij een derde constatering binnen 10 steekproeven een bestuurlijke boete opgelegd. Dat wil zeggen dat een slachthuis niet bij de eerste de beste overtreding al een boete krijgt opgelegd, maar een waarschuwing krijgt. Dat betekent dat 48 boetes voor de periode januari 2015 tot en met april 2017 slechts een beperkt deel is van de overtredingen in slachthuizen, zoals ook is terug te lezen in de nalevingsmonitor. Wat gaat/ kan de NVWA doen om de naleving van dierenwelzijn in roodvleesslachthuizen te verbeteren?
    Het genoemde handhavingsprotocol heeft betrekking op hygiëne en niet op dierenwelzijn. Dit is vastgelegd in het Interventiebeleid van gedode dieren. De naleving is al op een constant hoog niveau. De NVWA is permanent aanwezig in alle grote en middelgrote roodvleesslachterijen. Bij overtredingen grijpen we in. Vorig jaar is besloten om al na 1 waarschuwing tot een bestuurlijke boete over te gaan. De NVWA voert momenteel 3 pilots uit met cameratoezicht in slachthuizen. De NVWA publiceert de bevindingen uit haar toezicht.