NVWA controleert fruittelers op juist gebruik bestrijdingsmiddelen

Inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) gaan vanaf april 2016 circa 400 inspecties uitvoeren bij telers die fruit telen in de open lucht. Hieronder vallen zowel telers van grootfruit (bijvoorbeeld appel, peer, kers en pruim) als kleinfruit (bijvoorbeeld framboos, braam, aardbei, bes en druif). Bij de inspecties kijken inspecteurs of de fruittelers zich houden aan de regels voor het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen.

Ongeveer 20% van de fruittelers zal in 2016 worden geïnspecteerd. Met de inspecties wil de NVWA de naleving in deze sector verbeteren.

Waarop let de NVWA tijdens inspecties?

Inspecteurs van de NVWA voeren fysieke en administratieve controles uit. Daarnaast kunnen zij ook monsters nemen van het gewas, de grond of het product. Tijdens inspecties wordt gekeken naar:

gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (opvolgen wettelijk gebruiksvoorschrift en zorgvuldig gebruik);

  • de voorraad gewasbeschermingsmiddelen;
  • bewijs van vakbekwaamheid (spuitlicentie);
  • administratieve verplichtingen (spuitregistratie en de gewasbeschermingsmonitor);
  • de spuittechniek (spuitapparatuur en –doppen);
  • teeltvrije zones. 

De NVWA voert dit jaar ook extra inspecties uit om te kijken of telers zich houden aan specifieke gebruiksvoorschriften. Bijvoorbeeld het verbod om bepaalde gewasbeschermingsmiddelen voor 1 mei te gebruiken op percelen langs het oppervlaktewater en het verbod om andere middelen te gebruiken tijdens de bloei van het gewas.