Wijzigingen in de Fytorichtlijn (2000/29/EG) per 1 september 2019

Per 1 september 2019 worden er wijzigingen in de bijlagen I tot en met V van de Fytorichtlijn doorgevoerd. De fytorichtlijn beschrijft de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de EU van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen. Deze wijzigingen zijn tot stand gekomen vanwege fytosanitaire risicobeoordelingen van bepaalde ziekten en plagen en de daarbij horende internationale handel.

De exacte tekst van de nieuwe eisen zijn beschreven in de Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2019/523. Onderstaande tekst is slechts een samenvatting die u kunt gebruiken als leeswijzer voor wijzigingen van de bijlagen van de Fytorichtlijn. De NVWA zorgt er voor dat de wijzigingen de komende maanden doorgevoerd worden in de verschillende documenten vermeld op de webpagina import planten, groenten, fruit, plantaardige producten.

De volgende wijzigingen zullen per 1 september 2019 van kracht worden:

Import uit derde landen

Bijlagen IAI en IAII: Regulering nieuwe organismen

De schadelijke organismen Aromia bungii, Neoleucinodes elegantalis, Oemona hirta, Pityophthorus juglandis, Geosmithia morbida, Ceratocystis platani en Fusarium circinatum zijn nieuw gereguleerde organismen waarvan planten en plantaardige producten vrij moeten zijn bij import uit derde landen. De organismen Grapholita packardi, Elsinoë australis, Elsinoë citricola en Elsinoë fawcettii zijn nu ook gereguleerd voor alle planten en plantaardige producten.

Bijlage III: Importverboden

Grond en groeimedium, geheel of gedeeltelijk bestaande uit vaste organische stoffen, met uitzondering van turf en kokosvezels (niet eerder gebruikt voor de plantenteelt) zijn verboden uit alle derde landen behalve Zwitserland.

Bijlage IVAI: eisen waaraan een plant of plantaardig product moet voldoen alvorens ze in de EU geïmporteerd mogen worden.

In deze bijlage zijn voor de volgende planten of plantaardige producten (nieuwe) eisen opgenomen vanwege verschillende schadelijke organismen welke afkomstig zijn uit soms specifiek beschreven derde landen:

  • Hout van Juglans, Pterocarya, Platanus en Prunus: voor desbetreffende organismen moet het gebied of productieplaats vrij zijn of het hout is behandeld.
  • Planten voor opplant van Juglans, Pterocarya, Plantanus: voor desbetreffende organismen moet het gebied of productieplaats vrij zijn of uit een fysiek beschermde groeiplaats komen bij planten voor opplant van Juglans en Pterocarya.
  • Planten voor opplant van Crataegus, Cydonia, Malus, Prunus, Pyrus en Vaccinium; gebiedsvrijheid (vooraf aan Commissie genotificeerd), productieplaatsvrijheid of fysiek beschermde groeiplaats.
  • Vruchten van Citrus, Fortunella, Poncirus, Mangifera, Prunus, Punica granatum, Malus, Pyrus, Vaccinium en Solanaceae. Voor de vruchten zijn de (desbetreffende) derde landen verplicht om van te voren aan de Commissie op schrift te laten weten of het desbetreffende organisme afwezig is in hun land of een bepaald gebied, of welke behandeling ze hebben uitgevoerd. Als het van een vrije productieplaats komt, moeten ze de traceringsinformatie op het fytosanitair certificaat zetten.
  • Aan planten aanhangende of daarbij gevoegde groeimedia; verschillende eisen kunnen worden gekozen en er dienen maatregelen genomen te worden om na opplant de garantie af te geven dat het groeimedium vrij is gebleven van schadelijke organismen of dat alle grond vóór uitvoer is verwijderd.
  • Bollen, stengelknollen, wortelstokken, bestemd voor opplant, knollen van Solanum tuberosum, wortel- en knolgewassen. Voor deze producten gaat een grondeis gelden van niet meer dan 1% (nettogewicht) grond of groeimedium per partij of zending.
  • Machines en voertuigen, gebruikt in de landbouw of bosbouw moeten vrij zijn van grond en plantenresten.

Bijlage VBI Certificaat- en inspectieplichtige planten en plantaardige producten

In deze bijlage zijn de volgende planten of plantaardige producten opgenomen waarvoor per 1 september 2019 een certificaat vereist worden en welke 100% geïnspecteerd moeten worden, tenzij dit via Reduced Checks verlaagd is, alvorens ze de EU binnen mogen komen:

  • Afgesneden takken, hout en bast van alle Juglans en Pterocarya soorten.
  • Delen van planten, met uitzondering van vruchten en zaden van Convolvulus, Ipomoea (anders dan knollen), Micromeria en Solanacea afkomstig uit Australië, Noord-, Midden- of Zuid-Amerika en Nieuw-Zeeland.
  • Vruchten van Actinidia, Carica papaya, Fragaria, Persea americana, Rubus en Vitis afkomstig uit alle derde landen. De vruchten van Annona, Cydonia, Diospyros, Malus, Mangifera, Passiflora, Prunus, Psidium,Pyrus, Ribes, Syzygium en Vaccinium uitgebreid met afkomstig uit Europese landen. Bovenstaande uitbreiding van vruchten vallen vanaf 1 september 2019 onder een 5% inspectieregime.
  • Hout van Platanus; uitgebreid met de landen Albanië en Turkije.
  • Hout van Prunus; uitgebreid met de landen China, De Democratische Volksrepubliek Korea, Mongolië, Japan, de Republiek Korea en Vietnam.
  • Aan planten met aanhangende of daarbij gevoegde groeimedia, bestemd om de levenskracht te handhaven van planten van oorsprong uit derde landen met uitzondering van Zwitserland.
  • Machines en voertuigen, gebruikt in de landbouw of bosbouw.

Intern verkeer of verkeer naar beschermde gebieden in de EU

Bijlagen IB en IIB: Wijzigingen in regulering nieuwe organismen

  • Bemisia tabaci: Finland is niet langer een beschermd gebied voor dit organisme.
  • Tomato spotted wilt virus: Zweden is niet langer beschermd gebied voor dit organisme.
  • Lyriomyza huidobrensis en Lyriomiza trifolii: Ierland en Noord-Ierland worden beschermd gebied.
  • Thaumetopoea pityocampa: planten voor opplant van Cedrus moeten vrij zijn van dit organisme als ze naar UK gaan.
  • Cryphonectria parasitica: planten voor opplant van Quercus moeten vrij zijn van dit organisme als ze naar Tsjechië, Ierland, Zweden of UK gaan.

Bijlage IVAII: eisen waaraan een plant of plantaardig product moet voldoen bij EU intern verkeer

  • Hout van Juglans, Pterocarya: voor desbetreffende organisme moet het gebied of productieplaats vrij zijn of het hout is behandeld.
  • Planten voor opplant van Juglans, Pterocarya: voor desbetreffende organisme moet het gebied of productieplaats vrij zijn of fysiek beschermde groeiplaats bij planten voor opplant van Juglans en Pterocarya.
  • Machines en voertuigen, gebruikt in de landbouw of bosbouw moeten afkomstig zijn uit vrij gebied of vrij van grond en plantenresten als het uit besmet gebied komt.

Bijlage IVB: eisen waaraan een plant of plantaardig product moet voldoen wanneer het naar een beschermd gebied gaat

  • Planten van Abies, Larix, Picea, Pinus L. en Pseudotsuga Carr., meer dan 3 meter hoog, met uitzondering van vruchten en zaden vanwege Gremmeniella abietina: Noord-Ierland is niet langer een beschermd gebied voor dit organisme.
  • Planten van Quercus L., met uitzondering van Quercus suber L., met een stamomtrek van ten minste 8 cm, gemeten bij een hoogte van 1,2 m vanaf de wortelhals, bestemd voor opplant, met uitzondering van vruchten en zaden vanwege Thaumetopoea processionea naar Ierland en sommige delen van UK moeten komen uit productieplaats uit een vrij gebied, of uit het beschermde gebied, of uit een vrij verklaard productieplaats en de omgeving daarvan of van een de productieplaats is volledig fysiek beschermd.
  • Stekken zonder wortels van Euphorbia pulcherrima, bestemd voor opplant; Planten van Euphorbia pulcherrima, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden; Planten van Begonia bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, knollen en stengelknollen, en planten van Ajuga Crossandra, Dipladenia, Ficus, Hibiscus, Mandevilla en Nerium oleander, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden vanwege Bemisia tabaci (Ierland, bepaalde delen Portugal, Zweden en UK) moeten aan verschillende eisen voldoen zoals moet komen uit een vrij gebied of vrije productieplaats (vastgesteld door 3 wekelijkse controles) of behandelde productieplaats die daarna weer vrij is bevonden door 3-wekelijkse controles en in sommige gevallen als blijkt dat uit de verpakking of ontwikkeling van de bloem dat ze bedoeld zijn voor verkoop aan de eindverbruiker voor transport vrij bevonden van.

Bijlage VAI Plantenpaspoortplichtige planten en plantaardige producten

In deze bijlage zijn de volgende planten of plantaardige producten opgenomen waarvoor per 1 september 2019 een plantenpaspoort vereist wordt.

  • Hout dat geheel of gedeeltelijk is verkregen van Juglans en Pterocarya, met inbegrip van hout dat niet zijn natuurlijke ronde oppervlak heeft behouden.
  • Voor opplant bestemde planten van Juglans en Pterocarya met uitzondering van zaden.

Bijlage VAII Plantenpaspoortplichtige planten en plantaardige producten voor verkeer naar een beschermd gebied

In deze bijlage zijn de volgende planten of plantaardige producten opgenomen waarvoor per 1 september 2019 een plantenpaspoort vereist wordt als deze in het verkeer worden gebracht naar een beschermd gebied.

  • Voor opplant bestemde planten van Cedrus, met uitzondering van zaden.