Bij niet gekeurd attractietoestel

Situatie 1

Geen een geldig certificaat van goedkeuring (CvG), geen 1e of ingebruiknamekeuring door een AKI ondergaan

Wettelijk kader: artikelen 3a, 8, 10a Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS), art. 30 Warenwet. Toestellen die geen 1e of ingebruiknamekeuring hebben ondergaan en waarvan daarom de veiligheid niet kan worden vastgesteld, mogen niet worden gebruikt.

In deze situatie past de NVWA-inspecteur de volgende sanctie toe:

  • Boeterapport (art. 8 lid 1 juncto art. 3a WAS) voor de overtreding.
  • Beschikking en directe verzegeling (art. 30 Warenwet) om te voorkomen dat de attractie nog langer wordt gebruikt. Verbreken van de verzegeling is een economisch delict waarvoor een proces-verbaal wordt opgemaakt. In overleg met de officier van justitie kan het attractietoestel in beslag worden genomen.

 Motivatie

  • Een deskundige partij (AKI) moet vaststellen dat de attractie voldoet aan de gestelde veiligheidseisen en in overeenstemming met het technisch constructiedossier is gebouwd.
  • Geen economisch voordeel voor exploitanten die keuringskosten proberen uit te sparen.
  • Attractie wordt verzegeld omdat de veiligheid niet is gewaarborgd, de mate van onveiligheid kan niet worden ingeschat. Langer doordraaien met de attractie is niet meer mogelijk.
  • De NVWA kan en wil de verantwoordelijkheid niet nemen voor ongekeurd doordraaien.
  • Duidelijk gescheiden verantwoordelijkheden/taken NVWA en AKI.

Situatie 2

Keuringstermijn minder dan 4 maanden verlopen, wel ingebruiknamekeuring ondergaan/Keuring tijdig aangevraagd maar aantoonbaar buiten de schuld van de exploitant kon deze niet tijdig plaatsvinden.

Wettelijk kader: volgens artikel 6 lid 2 van de Nadere regels behoudt het certificaat van goedkeuring in dit geval zijn geldigheid gedurende ten hoogste 4 maanden na afloop van de termijn waarvoor het is afgegeven. Er wordt geen interventie opgelegd aangezien wordt voldaan aan de eis dat een attractietoestel moet zijn voorzien van een geldig certificaat van goedkeuring.

Aangezien wordt voldaan aan de eis dat een attractietoestel moet zijn voorzien van een geldig certificaat van goedkeuring, wordt er geen interventie gepleegd.

Situatie 3

Keuringstermijn verlopen, wel ingebruiknamekeuring ondergaan maar jaarlijkse keuring te laat of niet aangevraagd.  

Wettelijk kader: artikelen 3a, 8, 10a WAS, art. 30 Warenwet 

In deze situatie past de NVWA inspecteur de volgende sanctie toe:

  • Boeterapport (art. 8 lid 1 juncto art. 3a WAS) voor de overtreding.
  • Beschikking en verzegeling van de attractie (art. 30 WW) om te voorkomen dat de attractie nog langer wordt gebruikt.
  • Binnen 4 weken vindt een herinspectie plaats.
  • Bij herhaalde overtreding beschikking, verzegeling + proces-verbaal*.

Verbreken van de verzegeling is een economisch delict. Hiervoor wordt een PV opgemaakt. In overleg met de officier van justitie kan het attractietoestel in beslag worden genomen.

* Op grond van herhaling art. 8 lid 1 jo art. 3a WAS en WED (economisch delict).

Motivatie

  • De exploitant is verwijtbaar dat de keuring te laat- of niet is aangevraagd of uitgevoerd.
  • Uit niets (schriftelijk) blijkt dat de keuring op tijd is aangevraagd.
  • De veiligheid is niet gewaarborgd, de mate van onveiligheid is niet door de NVWA in te schatten.

Situatie 4

Attractie afgekeurd door AKI wegens technische tekortkomingen en in exploitatie aangetroffen.

Wettelijk kader: artikelen 3a, 8, 10a WAS, art. 30 Warenwet 

In deze situatie past de NVWA-inspecteur de volgende sanctie toe:

  • Boeterapport (art. 8 lid 1 j art. 3a WAS) voor de overtreding.
  • beschikking direct verzegelen (art. 30 WW) voor beëindiging voortduren exploitatie.

Verbreken van de verzegeling is een economisch delict waarvoor een proces-verbaal (PV) wordt opgemaakt. In overleg met de officier van justitie (OvJ) kan het attractietoestel in beslag worden genomen.

 Motivatie

  • veiligheid is niet gewaarborgd
  • er is geen CvG
  • gescheiden taken en verantwoordelijkheden NVWA en AKI

Overweging

Wanneer de AKI van mening is dat het attractietoestel niet aan de veiligheidseisen voldoet waardoor er geen CvG kan worden afgegeven ondersteunt de NVWA dit.