Rol NVWA en andere organisaties

Inspecteurs van de NVWA controleren op de kermis én in attractieparken of de attracties zijn goedgekeurd door een aangewezen keuringsinstelling (AKI).

Deze AKI's worden door de minister van VWS aagewezen en bekendgemaakt in de Staatscourant.

Ook controleert de NVWA of een attractie:

  • goed is onderhouden
  • aantoonbaar in een veilige staat wordt gehouden
  • veilig wordt gebruikt
  • voorzien is van de juiste opschriften en leeftijdsaanduidingen (overeenkomstig het gebruiksdoel)

Daarnaast onderzoeken inspecteurs ongevallen met attracties. Ze zijn bevoegd onveilige attracties direct buiten bedrijf te stellen en proces-verbaal op te maken. Ook kunnen ze maatregelen nemen tegen de verantwoordelijke persoon.

Ook houdt de NVWA toezicht op het functioneren van AKI’s en adviseert de minister van VWS over aanwijzen, opschorten of intrekken van de aanwijzing van AKI's.

Rol andere organisaties

Er zijn veel verschillende organisaties en instanties betrokken bij het toezicht en beheer van attractietoestellen. Het is niet altijd duidelijk welke organisatie je waarvoor kunt inschakelen. Daarom hieronder de taken van de verschillende organisaties.

Aangewezen keuringsinstellingen (AKI's)

Sinds 2016 brengt de AKI bij een 1e, of periodieke keuring, een uniek nummer aan op het gekeurde toestel. Dit identificatienummer blijft op het toestel gedurende zijn gehele levensduur. De AKI voert het toestel , het unieke nummer en het keuringsresultaat  (goedgekeurd/afgekeurd) in het zogeheten Register attractie- en speeltoestellen (RAS) in. De NVWA beheert het RAS. De NVWA raadpleegt het RAS om na te gaan of toestellen wel beschikken over een geldige keuring. Zij kan ook zelf wijzigingen aanbrengen omdat zij bijvoorbeeld een kermistoestel buiten gebruik stelt en daarop een 'merk van afkeur' aanbrengt door technische gebreken . De goedkeuring van de AKI vervalt daardoor.

Overzicht met aangewezen keuringsinstellingen op de pagina Overzicht keuringsinstellingen attractietoestellen.

Gemeentes

Gemeentes verlenen vergunning voor een kermis en verhuren geschikte terreinen om attracties veilig op te stellen. Gemeenten kunnen vóór het afgeven van een dergelijke vergunning per 1 februari 2017 het RAS raadplegen om na te gaan of de attractietoestellen die op hun kermis willen staan wel beschikken over een geldige keuring. Bij het ontbreken van een geldige keuring kunnen gemeenten het toestel weigeren, als in hun vergunningstelsel het beschikken over een geldige keuring als voorwaarde voor een standplaats op de kermis is opgenomen.

Ze zien ook toe op de openbare orde en veiligheid tijdens een kermis. Zo let de gemeente bijvoorbeeld op de bereikbaarheid voor hulpdiensten zoals brandweer en ambulance. De organisatie van een kermis kan de gemeente ook uitbesteden aan een gespecialiseerd bureau.

Er zijn gemeentes die opstellingsinspecties (laten) verrichten waarbij gelet wordt op de veiligheid van de attractie zelf, en of deze veilig is opgebouwd. Dat is echter niet de bevoegdheid van de gemeente. Deze inspecties moet de kermisexploitant zelf uitvoeren.  Alleen de NVWA is bevoegd toe te zien op de veiligheid van het toestel waaronder de veilige opstelling daarvan.

Kermisexploitanten

Kermisexploitanten melden zowel nieuwe als gebruikte attractietoestellen vóór de 1e ingebruikname in Nederland aan bij de NVWA.

Buitenlandse exploitanten die tijdelijk in Nederland verblijven melden hun toestel 48 uur vóór ingebruikname aan bij de NVWA.   

Exploitanten zijn ervoor verantwoordelijk dat de attractie een 1e keuring ondergaat door een AKI en ook jaarlijks wordt gekeurd. Zij moeten de attractie steeds veilig opbouwen en ervoor zorgen dat deze veilig wordt bediend. Verder zijn ze verantwoordelijk voor het toezicht op de attractie zodat deze door het publiek ook veilig wordt gebruikt. Exploitanten moeten ook voldoende veiligheidscontroles uitvoeren en het nodige onderhoud verrichten om te zorgen dat het toestel veilig blijft. Zij moeten dit kunnen aantonen.