De 4 categorieën diergeneesmiddelen

Aan de code van een diergeneesmiddel herkent u of u het zelf mag toedienen of dat alleen een dierenarts dat mag doen. Wat zijn de verschillende codes op een diergeneesmiddel en wat betekenen ze?

Diergeneesmiddelen zijn ingedeeld in verschillende categorieën (kanalisatiestatus). Het risico voor de mens en het dier vormt hiervoor de basis. In Nederland zijn 4 categorieën diergeneesmiddelen. Op het etiket van het diergeneesmiddel staat in welke categorie het geneesmiddel valt.

Status VRIJ: zonder recept

Vrij verkrijgbaar zonder recept van een dierenarts. Deze middelen zijn te koop bij de dierenarts, dierenspeciaalzaken of erkende handelaar. Dierhouders mogen deze middelen zonder tussenkomst van een dierenarts aan hun dieren geven. Voorbeelden: vlooienmiddelen en ontwormingsmiddelen voor kleine huisdieren. Te herkennen aan de code VRIJ (Vrije geneesmiddelen).

Status URA: op recept

Uitsluitend verkrijgbaar op recept van een dierenarts bij dierenarts of apotheker, maar ook bij erkende handelaren. Deze handelaren hebben hier een speciale handelsvergunning voor nodig. Voorbeelden: ontwormingsmiddelen voor paarden en landbouwhuisdieren, en sommige pijnstillers. Te herkennen aan de code URA (Uitsluitend op Recept Afleveren).

Status UDA: uitsluitend op recept en door dierenarts afleveren

Uitsluitend op recept van een dierenarts verkrijgbaar bij dierenarts of apotheker. De eigenaar/houder van het dier mag de middelen wel zelf toedienen.

Status UDD: uitsluitend door dierenarts toe te passen

Alleen een dierenarts mag deze middelen aan het dier geven. Het gaat hier bijvoorbeeld om alle middelen voor intraveneus (in de ader) gebruik. Sinds 1 maart 2014 hebben ook antibiotica de UDD-status. Een veehouder mag alleen onder strenge voorwaarden zelf antibiotica toedienen. Lees meer over de voorwaarden voor het toedienen van antibiotica op de pagina Antibiotica in de veehouderij.