Bestrijdingsrichtlijnen

De wetgeving van de EU kent voor een aantal organismen, die (op 1 na) allemaal gerelateerd zijn aan de teelt van aardappelen, zogenaamde bestrijdingsrichtlijnen. De aardappel is 1 van de belangrijkste gewassen in de Europese Unie. De teelt van aardappelen kent een aantal ziekten die wereldwijd geweerd worden en de aanwezigheid hiervan levert grote problemen op bij de handel (export) van aardappelen.

Doel van de richtlijnen is eliminatie (of beheersing) van de betreffende organismen en verspreiding hiervan binnen de EU te voorkomen.

De richtlijnen geven nadere invulling (hoe) aan de eisen die van toepassing zijn voor de teelt van aardappelen waaraan moet worden voldaan. In geval van aardappelmoeheid geldt dit ook voor andere gewassen die in rotatie met aardappelen worden geteeld. Deze eisen  staan vermeld in (bijlage IV van) de fytorichtlijn. 

Tevens regelen de richtlijnen de wijze van laboratoriumonderzoek dat moet worden toegepast om het organisme te kunnen identificeren.

Er is een vermelding opgenomen over de verplichting tot het uitvoeren van surveys naar de aanwezigheid van de organismen binnen de EU.

 Er zijn richtlijnen voor de bestrijding van:

  • Wratziekte (Synchytrium endobioticum);
  • Ringrot (Clavibacter michiganensis spp. sepedonicus),;
  • Bruinrot (Ralstonia solanacearum) ;
  • Aardappelmoeheid (Globodera rostochiensis en Globodera pallida).

Daarnaast is er een richtlijn voor de bestrijding van de San José-schildluis (Quadraspidiotus perniciosus). Het organisme is niet (meer) vermeld als schadelijk organisme in de fytorichtlijn, maar wordt wel gezien als schadelijk voor de productie van tweezaadlobbige houtachtige gewassen en van de vruchten daarvan. Het organisme komt voor zover bekend niet in Nederland voor.