Harmonised Risk Indicator (HRI) in Nederland 2011 - 2018

In mei 2019 heeft de Europese Commissie 2 indicatoren vastgesteld die de trend weergeven in de verkoop in kilogram werkzame stof en het aantal verleende vrijstellingen van 4 categorieën gewasbeschermingsmiddelen. De bedoeling is om daarmee het gebruik van laagrisico-stoffen te stimuleren en het gebruik van stoffen met hogere risicoprofielen te ontmoedigen. De NVWA publiceert de gegevens voor Nederland op haar website.

Het gaat om de indicatoren die de trend weergeven in de verkoop in kilogram werkzame stof, de Harmonised Risk Indicator 1 (HRI 1), en het aantal verleende vrijstellingen, de Harmonised Risk Indicator 2 (HRI 2), van 4 categorieën gewasbeschermingsmiddelen:

  • laagrisicostoffen verdeeld over stoffen op basis van micro-organismen (A) en chemische stoffen (B)
  • gewone stoffen verdeeld over stoffen op basis van micro-organismen ( C)  en chemische stoffen (D)
  • stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen, verdeeld over stoffen die niet geclassificeerd zijn als carcinogeen, reprotoxisch of hormoonverstorend in het hoogste risicoprofiel ( E) en stoffen die wel geclassificeerd zijn als carcinogeen, reprotoxisch of hormoonverstorend in het hoogste risicoprofiel (F)
  • (nog) niet (of niet meer) toegelaten stoffen (G)

De stoffen uit de 1e groep hebben het laagste risicoprofiel, de stoffen uit de 4e groep het hoogste risicoprofiel, want die stoffen zijn vanwege risico’s niet meer goedgekeurd of zijn – op EU-niveau -  nog niet op risico’s beoordeeld.

Naarmate het risicoprofiel van een stof hoger is, tellen de hoeveelheden van die stof of het aantal verleende vrijstellingen zwaarder mee. Ze hebben dan een hogere wegingsfactor, waarbij de wegingsfactoren 1, 8, 16 en 64 zijn voor respectievelijk de categorieën 1, 2, 3 en 4. De bedoeling is om daarmee het gebruik van laagrisico-stoffen te stimuleren en stoffen met hogere risicoprofielen te ontmoedigen.