Bijschrijving aanhangend groeimedium per 14 december 2019

Op 1 september 2019 is de eis voor import van planten met aanhangend groei­medium gewijzigd. Op 14 december 2019 is de tekst van deze eis iets aangepast, en daarmee ook de notatie­wijze op het fytosanitair certificaat. De wijziging geldt met name bij gebruik van RHP gecertificeerde grond of bij behandeling van de kluit of groeimedium in de pot. Gebruikt u volledig turf of cocosvezel, of groeimedium vrij van organische bestanddelen, dan zijn de te gebruiken opties ongewijzigd.

We wijzen u er op, dat per 14 december 2019 alle bijschrijvingen zijn gewijzigd: de nummering is veranderd en voortaan moeten de relevante delen als tekst op het certificaat staan. Voor  Aanhangend groeimedium is dit de volledige tekst. Deze begint met (indien Engelstalig) “Consignment complies with Annex VII point 1, of Commission Implementing Regulation (EU) 2019/2072”. Daarachter komt de tekst van de van toepassing zijnde opties van deel a) en deel b).

Vanaf wanneer moet de nieuwe bijschrijvingswijze gebruikt worden?

De wijziging is reeds op 14 december 2019 van kracht geworden. De NVWA accepteert met ingang van 1 maart 2020 alleen nog certificaten met de juiste wijze van bijschrijving.

Wat is er gewijzigd?

De wijziging betreft Annex VII, punt 1 (voorheen Annex IV A I, punt 34). Aan deel a) is optie iv toegevoegd, de systeembenadering. Deze optie moet ondermeer gebruikt worden voor de bijschrijving van RHP-gecertificeerde grond (niet meer optie iii).

Als het groeimedium een behandeling heeft ondergaan, bijvoorbeeld dompelen, dan moest dat vanaf 1 september 2019 als optie iii) worden vermeld. Optie iii noemt nu alleen nog fumigatie en warmte­behandeling. NL accepteert bijschrijving van behandeling met gewasbeschermings­mid­de­len echter zowel onder optie iii als onder optie iv. Onder “Wat moet op het fytosanitair certificaat staan?“ staan voorbeelden van de bijschrijving voor verschillende situaties voor import in NL.

Bijschrijving bij aanhangend groeimedium (Annex VII, punt 1)

Welke eisen zijn van toepassing?

De eisen hebben betrekking op het groeimedium dat aanwezig is op of bij de plant op het moment van import in de EU. Zijn de planten, inclusief de wortels, op dat moment volledig schoon, dan geldt de eis niet. Voor het groeimedium dat wel aanwezig is geldt:

Annex VII, punt 1:

a) op het moment dat de planten in dit (aanwezige) groeimedium worden gezet

i. Het groeimedium is vrij van grond en organisch materiaal en niet eerder gebruikt voor de plantenteelt of andere landbouwdoeleinden. (Anorganische bestanddelen als perliet, oasis, etc. zijn dus toegestaan. Ook papier wordt hiertoe gerekend.)

ii. OF het groeimedium bestaat uitsluitend uit turf en/of kokosvezel (bv. cocopeat) en is niet eerder gebruikt voor de plantenteelt of andere landbouwdoeleinden. (Andere organische bestanddelen (bijv. (veen)mos, (rijst)stro), of combinaties daarmee, zijn niet toegestaan, tenzij behandeld (zie optie iii en iv).)

iii. OF het groeimedium heeft een doeltreffende fumigatie of warmtebehandeling ondergaan om te garanderen dat het vrij is van plaagorganismen; deze behandeling (middel(en) en methode) moet als bijschrijving op het fytosanitair certificaat worden vermeld, in de rubriek “Aanvullende verklaring”. (Deze optie mag ook gebruikt worden bij toepassing van andere doeltreffende behandelingen met gewasbeschermingsmiddelen, bijvoorbeeld dompelen).

iv. OF het groeimedium heeft een doeltreffende systeembenadering ondergaan om te garanderen dat het vrij is van plaagorganismen. In de rubriek “Aanvullende verklaring” moet op het fytosanitair certificaat beschreven worden, waaruit deze systeembenadering bestaat. (De NVWA beschouwt ondermeer RHP-horticulture gecertificeerde grond als een doel­tref­fende systeembenadering. Ook een behandeling met gewasbeschermings­middelen kan onder deze optie vallen. Echter, de officiële autoriteit van het exporterend land bepaalt welke behandelingen zij accordeert voor gebruik van deze optie.)

EN

is opgeslagen geweest onder omstandigheden waarbij het vrij blijft van schadelijke organismen;

EN

b) sinds het planten in dit (aanwezige) groeimedium:

i)   zijn passende maatregelen genomen om het groeimedium vrij te houden van schadelijke organismen, waaronder ten minste:

  • het medium fysiek isoleren van grond en andere mogelijke bronnen van verontreiniging;
  • hygiënische maatregelen;
  • het gebruik van water dat vrij is van schadelijke organismen;

OF

ii. is dit medium binnen 2 weken voor export volledig verwijderd door wassen met water dat vrij is van schadelijke organismen. Omplanten is toegestaan in groeimedium dat voldoet aan de eisen uit a) en als daarna wordt voldaan aan de eisen uit b) i.

Wat moet op het fytosanitair certificaat staan?

Is er sprake van aanhangend groeimedium, neem op het certificaat dan een bijschrijving op over Annex VII, punt 1. Vermeld daarin welke optie van a en van b van toepassing is, door de daarbij horende officiële wettekst te vermelden. Voorbeelden voor bijschrijvingen worden hieronder gegeven. Zie verder de Nederlandse versie (EU) 2019/2072, Engelse versie (EU) 2019/2072, Spaanse versie (EU) 2019/2072, Franse versie (EU) 2019/2072.

Voorbeelden van situaties, en de opties die u daarbij voor import in Nederland moet gebruiken:

  • De planten hebben altijd in volledig anorganisch groeimedium gestaan (bijv. perliet), en dit medium is tijdens de teelt vrij gehouden van schadelijke organismen: gebruik optie a) i en b) i.
  • De planten hebben altijd in kokosvezel en/of turf gestaan, en dit medium is tijdens de teelt vrij gehouden van schadelijke organismen: gebruik optie a) ii en b) i.
  • De planten hebben altijd in een mengsel van anorganisch materiaal (bijv. perliet) en kokosvezel en/of turf gestaan, en dit medium is tijdens de teelt vrij gehouden van schadelijke organismen: gebruik optie a) ii en b) i. De NVWA staat een combinatie van a) i en a) ii toe, mits de bijschrijving a) ii vermeldt.
  • Het groeimedium is anorganisch en/of turf en/of kokosvezel en was eerder gebruikt voor agrarische doeleinden: het moet dus behandeld worden voor (her)gebruik: optie a) iii.
  • De plant heeft in of op de volle grond gestaan en deze grond is er niet of niet volledig afgewassen; het groeimedium (bijvoorbeeld de hele kluit) moet voor of na het oppotten een doeltreffende behandeling hebben ondergaan: optie a) iii en b) i OF optie a) iv en b) i.
  • Is RHP-horticulture gecertificeerde grond gebruikt en door de officiële autoriteiten van het exporterend land erkend als doeltreffende systeembenadering, dan moet dit in de bijschrijving vermeld worden als optie a) iv. Vermeld als toelichting op de gebruikte middelen en methode: “Treatment and certification according to RHP protocols” (of een vergelijkbare tekst in de op het certificaat gebruikte taal).
  • Is in het aanhangend groeimedium naast RHP grond nog andere grond aanwezig (bijv. klei), dan moet dat behandeld zijn. Gebruik optie a) iii OF a) iv en vermeld de behandelingen.

Hoe wordt bij import gecontroleerd?

  • Indien er groeimedium aanwezig is, controleert de inspecteur of de bijschrijving voor Annex VII, punt 1, deel a en b, op het fytosanitair certificaat staat. Ontbreekt deze, dan wordt de import van de partij niet toegestaan.
  • Is er wel een bijschrijving, dan beoordeelt de inspecteur of deze overeen komt met wat hij/zij waarneemt aan de partij. Geeft het fytosanitair certificaat bijvoorbeeld aan dat er alleen turf en/of kokosvezel in zit en de inspecteur ziet ook (restanten van) klei, dan wordt de import van de partij niet toegestaan. Ziet de inspecteur levende organismen (bijvoorbeeld insecten), dan kan hij/zij een monster nemen.
  • Naast deze gewijzigde eis voor aanhangende grond blijven andere eisen onverminderd van kracht. Let bij het gebruik van zaagsel als verpakkingsmateriaal op de eisen die gelden voor zaagsel van bepaalde houtsoorten.

Wat zijn de belangrijkste verschillen met de eisen van voor 14 december 2019

  • Het bijschrijvingsnummer is nu Annex VII, punt 1.
  • De volledige wettekst moet op het certificaat worden vermeld.
  • Voor RHP grond moet optie a iv) worden gebruikt en niet meer optie a iii)
  • Voor behandelingen als bijv. dompelen mag optie a iii) of optie a iv) worden gebruikt. De tekst van deze opties is gewijzigd, dus let op het vermelden van de correcte tekst. Wat hetzelfde gebleven is, is dat de gebruikte behandeling(en) ook moeten worden beschreven.

Wat kan ik zelf doen om de import van mijn plantmateriaal mogelijk te houden?

Als de certificaten van de door u geïmporteerde zendingen nog niet aan de nieuwe notatiewijze voldoen, meldt dit dan zo snel mogelijk aan uw leverancier en de officiële autoriteiten van het land van herkomst van de planten. Heeft u vragen over de juiste wijze van vermelden van een bijschrijving, neem dan contact op met een van de keuringsdiensten.