Gewijzigde eisen voor import van planten met groeimedium

Vanaf 1 september 2019 gelden gewijzigde eisen voor import van planten met aanhangend groei­medium, bijvoorbeeld grond, turf, cocopeat, perliet, etcetera. Dit betreft een wijziging van de huidige Fytorichtlijn, Annex IV A I, punt 34. Er komt geen overgangstermijn. Importeert u dit soort planten, dan moet u mogelijk actie ondernemen.

Waarom extra eisen en voor welke producten?

Groeimedium kan vele schadelijke organismen bevatten. De nieuwe eisen geven meer zekerheid  dat deze organismen niet met aanhangend groeimedium meekomen. Ze gelden voor alle planten waar groeimedium aan of bij zit, inclusief stekken. Steriel medium van in-vitroplanten is uitgezonderd. De eisen gelden voor import uit alle landen buiten de EU uitgezonderd Zwitserland.

Welke eisen zijn van toepassing?

De eisen hebben betrekking op het groeimedium dat aanwezig is op of bij de plant op het moment van import in de EU. Zijn de planten, inclusief de wortels, op dat moment volledig schoon, dan geldt de eis niet. Voor het groeimedium dat wel aanwezig is geldt:

Annex IV A I, punt 34
a) op het moment dat de planten in dit (aanwezige) groeimedium worden gezet

i. Het groeimedium is vrij van grond en organisch materiaal en niet eerder gebruikt voor de plantenteelt of andere landbouwdoeleinden. (Anorganische bestanddelen als perliet, oasis, etc. zijn dus toegestaan. Ook papier wordt hiertoe gerekend).
i.i. OF het groeimedium bestaat uitsluitend uit turf en/of kokosvezel (bijvoorbeeld cocopeat) en is niet eerder gebruikt voor de plantenteelt of andere landbouwdoeleinden. (Andere organische bestanddelen (bijv. (veen)mos, (rijst)stro), of combinaties daarmee, zijn niet toegestaan, tenzij behandeld (zie optie iii).
i.i.i. OF het groeimedium heeft een doeltreffende behandeling ondergaan om te verzekeren dat het vrij is van schadelijke organismen; deze behandeling (middel(en) en methode) moet als bijschrijving op het fytosanitair certificaat worden vermeld. (De NVWA beschouwt onder meer RHP-horticulture gecertificeerde grond als een doeltreffende behandeling. Echter, het is de officiële autoriteit van het exporterend land die bepaalt welke behandelingen zij accorderen om aan deze eis te voldoen en het fytosanitair certificaat waarmerkt; neem daarom tijdig contact met hen op).

EN
is opgeslagen geweest onder omstandigheden waarbij het vrij blijft van schadelijke organismen;

EN
b) sinds het planten in dit (aanwezige) groeimedium:

i)   zijn passende maatregelen genomen om het groeimedium vrij te houden van schadelijke organismen, waaronder ten minste:

  • het medium fysiek isoleren van grond en andere mogelijke bronnen van verontreiniging
  • hygiënische maatregelen
  • het gebruik van water dat vrij is van schadelijke organismen

OF

ii. is dit medium binnen 2 weken voor export volledig verwijderd door wassen met water dat vrij is van schadelijke organismen. Omplanten is toegestaan in groeimedium dat voldoet aan de eisen uit a) en als daarna wordt voldaan aan de eisen uit b) i.

Wat moet op het fytosanitair certificaat staan?

Is er sprake van aanhangend groeimedium, neem op het certificaat dan een bijschrijving op over Annex IV A I, punt 34. Vermeld daarin welke optie van a en van b van toepassing is. Schrijft u de hele tekst uit, gebruik daarvoor dan de officiële wetstekst. Zie Nederlandse versie 2019/523/EU, Engelse versie 2019/523/EU, Spaanse versie 2019/523/EU, Franse versie 2019/523/EU.

Voorbeelden van situaties, en de opties die u voor import in Nederland dan moet gebruiken:

  • De planten hebben altijd in volledig anorganisch groeimedium gestaan (bijvoorbeeld perliet), en dit medium is tijdens de teelt vrij gehouden van schadelijke organismen: gebruik optie a) i en b) i.
  • De planten hebben altijd in kokosvezel en/of turf gestaan, en dit medium is tijdens de teelt vrij gehouden van schadelijke organismen: gebruik optie a) ii en b) i.
  • De planten hebben altijd in een mengsel van anorganisch materiaal (bijvoorbeeld perliet) en kokosvezel en/of turf gestaan, en dit medium is tijdens de teelt vrij gehouden van schadelijke organismen: gebruik optie a) ii en b) i. De NVWA staat een combinatie van a) i en a) ii toe, mits de bijschrijving a) ii vermeldt.
  • Het groeimedium is anorganisch en/of turf en/of kokosvezel en was eerder gebruikt voor agrarische doeleinden: het moet dus behandeld worden voor (her)gebruik: optie a) iii.
  • De plant heeft in of op de volle grond gestaan en deze grond is er niet of niet volledig afgewassen; het groeimedium (bijvoorbeeld de hele kluit) moet voor of na het oppotten een doeltreffende behandeling hebben ondergaan: optie a) iii en b) i.
  • Is RHP-horticulture gecertificeerde grond gebruikt en door de officiële autoriteiten van het exporterend land erkend als doeltreffende behandeling, dan moet dit in de bijschrijving vermeld worden als optie a) iii. Vermeld als toelichting op de gebruikte middelen en methode: “Treatment and certification according to RHP protocols” (of een vergelijkbare tekst in de op het certificaat gebruikte taal).
  • Is in het aanhangend groeimedium naast RHP grond nog andere grond aanwezig (bijvorbeeld klei), dan moet dat behandeld zijn. Op de bijschrijving moet als a) iii dan deze behandeling worden vermeld (niet die van de RHP-grond).

Hoe wordt bij import gecontroleerd?

  • Indien er groeimedium aanwezig is, controleert de inspecteur of de bijschrijving voor Annex 34,  deel a en b, op het fytosanitair certificaat staat. Ontbreekt deze, dan wordt de import van de partij niet toegestaan.
  • Is er wel een bijschrijving, dan beoordeelt de inspecteur of deze overeen komt met wat hij/zij waarneemt aan de partij. Geeft het fytosanitair certificaat bijvoorbeeld aan dat er alleen turf en/of kokosvezel in zit en de inspecteur ziet ook (restanten van) klei, dan wordt de import van de partij niet toegestaan. Ziet de inspecteur levende organismen (bijvoorbeeld insecten), dan kan hij/zij een monster nemen.
  • Naast deze gewijzigde eis voor aanhangende grond blijven andere eisen onverminderd van kracht. Let bij het gebruik van zaagsel als verpakkingsmateriaal op de eisen die gelden voor zaagsel van bepaalde houtsoorten.

Wat zijn de belangrijkste verschillen met de huidige eisen

  • Cyprus, Egypte, Israël, Libië, Malta, Marokko en Tunesië zijn niet langer uitgezonderd.
  • Slechts verklaren dat “het groeimedium vrij was van insecten en schadelijke nematoden en behandeld is tegen andere schadelijke organismen” is geen optie meer.
  • Vervallen is de optie “grond van de wortels schudden met achterlating minimum hoeveelheid”. Wortels moeten nu schoon gewassen worden.
  • Bij gebruik van optie a) iii (een doeltreffende behandeling) moeten de gebruikte middel(en) en methode op het fytosanitair certificaat vermeld worden.
  • Het gebruik van water vrij van schadelijke organismen is nieuw.

Wat kan ik zelf doen om de import van mijn plantmateriaal mogelijk te houden?

Uw leverancier en de officiële autoriteiten van het land van herkomst van de planten bepalen of en op welke wijze aan de eisen kan worden voldaan. Vraag uw leverancier of zij deze nieuwe regels kennen en eraan kunnen voldoen. Controleer ook of de autoriteiten op het fytosanitair certificaat de vereiste waarborgen kunnen verklaren, met name ook aangaande eventuele behandelingen.

Waar kan ik deze informatie in wetgeving teruglezen?

De officiële tekst staat op de website van de NVWA en van de EU (Uitvoeringsrichtlijn 2019/523/EU, Bijlage 4, deel A, rubriek I, punt 34 (blz. 56 in NL versie)). Op deze laatste website vindt u de tekst ook in andere talen. Zie Nederlandse versie 2019/523/EU, Engelse versie 2019/523/EU, Spaanse versie 2019/523/EU, Franse versie 2019/523/EU

Meer informatie

Heeft u vragen over de juiste wijze van vermelden van een bijschrijving, neem dan contact op met een van de keuringsdiensten. Voor andere vragen kunt u eveneens terecht bij de keuringsdiensten, of kijk op de websites van de NVWA, Naktuinbouw en KCB.