Vragen en antwoorden lachgas

Het verhandelen van lachgas voor recreatief gebruik (bv. lachgas in ballonnen) valt sinds juli onder de Warenwet. Waarom is dat zo?

Na een uitspraak van de Hoge Raad in februari 2016 en naar aanleiding van een arrest van het Europees Hof van Justitie van 10 juli 2014 duidelijk geworden dat middelen zonder ‘therapeutische werking’ niet als geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Geneesmiddelenwet kunnen worden geclassificeerd. Hierdoor is het recreatief gebruik van lachgas niet meer als onrechtmatig gebruik van een geneesmiddel aan te merken.

Wat zijn de gevolgen van deze wijziging van de status van dit product?

Het verhandelen van lachgas voor recreatief gebruik (bv. lachgas in ballonnen of lachgaspatronen die met dat doel op de markt worden gebracht) valt niet meer onder de Geneesmiddelenwet. Daarmee zijn producten met deze toepassing van lachgas een ‘waar’ en zijn de regels van de Warenwet van toepassing.

De Warenwet geldt voor alle producten (‘waren’) waarvoor geen specifieke regels zijn opgesteld. Producenten zijn primair verantwoordelijk voor de veiligheid van hun producten. De NVWA houdt toezicht op de naleving van voorschriften. Als die producten vervolgens voor andere doeleinden worden gebruikt dan waarvoor ze bedoeld zijn, dan kan de NVWA alleen optreden als er een bijzonder gevaar bestaat voor de gezondheid of veiligheid van personen.

De Warenwet stelt dat een product bij het gezien zijn bestemming te verwachten gebruik geen bijzondere gevaren voor gezondheid of veiligheid mag opleveren. De NVWA heeft het RIVM in 2016 gevraagd onderzoek te doen naar de risico’s van het gebruik van lachgas. Uit dit onderzoek bleek dat incidenteel recreatief gebruik (niet vaker dan 1 keer per maand minder dan 10 lachgasballonnen per keer) niet gevaarlijk is voor de gezondheid.

Wat is ‘recreatief gebruik’ van lachgas?

Het gaat om gebruik van lachgas als partydrug. Dit komt steeds vaker voor, zowel in het uitgaansleven als in de privésfeer. Het lachgas is in de meeste gevallen afkomstig uit de zilverkleurige gaspatronen die bedoeld zijn voor slagroomspuitbussen. Het lachgas wordt vanuit de gaspatronen overgebracht in ballonnetjes en uitgedeeld of verhandeld tijdens evenementen e.d. met als doel daarmee een psychedelisch effect op te wekken.

Er is hier sprake van gebruik voor een toepassing waarvoor de gaspatroon niet door de fabrikant is bedoeld en in de handel gebracht.

Wat zijn de risico’s van dit onbedoelde 'recreatieve'gebruik van lachgas?

Bij doorsnee recreatief gebruik van lachgas in Nederland (minder dan 10 ballonnen en maandelijks of minder frequent), worden geen gezondheidseffecten verwacht. Dat blijkt uit onderzoeken van het RIVM (2016) en het Trimbosinstituut (2017). Het laatste toont aan dat lachgasgebruik voor de meeste mensen ook tijdelijk en incidenteel van aard is en zich beperkt tot één of enkele ballonnen met lachgas per gelegenheid. Maar uit het onderzoek blijkt ook dat er personen en groepen zijn die vaak en/of veel lachgas gebruiken en dat is wel risicovol.

Bij gebruik van veel grotere hoeveelheden en/of met een veel grotere regelmaat (bijvoorbeeld wekelijks enkele tientallen ballonnen) kunnen neurologische en hematologische effecten optreden.

Mensen met een verminderde vitamine B12 opname lopen mogelijk eerder een risico op gezondheidseffecten. Intensief gebruik van lachgas kan, als de gebruikster zwanger is, nadelige effecten op de ongeboren vrucht  hebben (Bron RIVM, 2016).

Op de website drugsinfoteam.nl wordt ingegaan op de risico’s van lachgas.

Wie is verantwoordelijk voor de veiligheid van dit gebruik van lachgas voor recreatief gebruik?

Slagroomspuiten of lachgaspatronen zijn in principe veilig voor het beoogde doel. De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor (de gevolgen van) het gebruik van lachgas uit deze patronen, bijvoorbeeld als partydrug.

Degene die ballonnen met lachgas op festivals aanbiedt aan gebruikers, voor geld of gratis, is een producent in de zin van de Warenwet (een ‘waar’) en is daarmee verantwoordelijk voor de veiligheid van het product dat hij of zij levert. Datzelfde geldt voor (internet)leveranciers van lachgaspatronen die duidelijk recreatief gebruik propageren. Toepassen of verhandelen van lachgas voor een ander doel dan waarvoor de fabrikant het heeft gemaakt is niet per definitie illegaal. Er zal door degene die het voor andere doeleinden verhandelt wel moeten worden nagegaan of het ook veilig kan worden gebruikt door de mensen aan wie het product wordt verhandeld.

Het is de verantwoordelijkheid van degene die lachgas verstrekt dat het product voldoet aan de eisen van de Warenwet. Het product mag op basis van art. 18 onder a. van de Warenwet gezien haar bestemming te verwachten gebruik geen bijzondere gevaren voor gezondheid of veiligheid opleveren. Om na te gaan of na de wijziging van de status van het lachgas voor recreatief gebruik handhavend optreden nodig is tegen de verhandeling van deze ‘producten’ op basis van de Warenwet, is door de NVWA nagegaan of er sprake is van een ernstig gezondheidsrisico. Gelet op de uitkomst van de indicatieve risico-inschatting van het RIVM is er voor de NVWA geen reden om handhavend op te treden. 

Zie ook