Regelgeving bruinrot

De bacterie die bruinrot veroorzaakt, is vermeld als schadelijk organisme in de Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072.

Een schadelijk organisme wordt ook wel 'quarantaine organisme' genoemd en dat betekent dat de introductie en verspreiding van het organisme moet worden voorkomen. Partijen waarvan is aangetoond dat deze besmet zijn, moeten worden vernietigd. Ook worden in de Uitvoeringsverordening eisen gesteld aan de teelt van aardappelen met betrekking tot bruinrot en een aantal andere schadelijke organismen.

In items 7 en 11 van bijlage VIII van Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2072 zijn eisen geformuleerd die van toepassing zijn bij de teelt (en afzet) van aardappelen in de Europese Unie.

Voor het in het verkeer brengen van zowel poot- als consumptieaardappelen gelden voorschriften voor het in het verkeer met betrekking tot bruinrot. Voor consumptieaardappelen geldt dat de aardappelen vrij moeten zijn van bruinrot. Voor pootaardappelen geldt dat de knollen van oorsprong moeten zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van of uit gebieden waarvan bekend is dat er voorkomt, maar de knollen van oorsprong zijn van een plaats van productie die vrij van bevonden is of geacht wordt vrij te zijn omdat een adequate behandeling voor de uitroeiing van is toegepast.

Gelet op de situatie met betrekking tot bruinrot in Nederland, betekent dit dat voor pootaardappelen voldaan moet worden aan de 'Bestrijdingsrichtlijn voor bruinrot'. Deze richtlijn (98/57/EG) beschrijft specifiek voor bruinrot hoe lidstaten moeten handelen om de situatie in de lidstaat met betrekking tot deze bacterie vast te stellen. Denk hierbij aan uitvoeren van inspecties, surveys en laboratoriumonderzoeken. De richtlijn geeft tevens aan welke maatregelen er genomen moeten worden bij het vaststellen van de aanwezigheid van de bacterie in aardappelen.

De richtlijnen voor bruinrot, aardappelmoeheid, ringrot en wratziekte worden per 01-01-2022 vervangen door Uitvoeringsbesluiten van de Europese Unie.