Regelgeving bruinrot

De bacterie die bruinrot veroorzaakt, is vermeld als schadelijk organisme in de EU Fytorichtlijn (Richtlijn 2000/29/EG).

Een schadelijk organisme wordt ook wel 'quarantaine organisme' genoemd en dat betekent dat de introductie en verspreiding van het organisme moet worden voorkomen. Partijen waarvan is aangetoond dat deze besmet zijn, moeten worden vernietigd. Ook worden in de Fytorichtlijn eisen gesteld aan de teelt van aardappelen met betrekking tot bruinrot en een aantal andere schadelijke organismen.

In artikel 18 van bijlage IV A II van Richtlijn 2000/29/EG zijn eisen geformuleerd die van toepassing zijn bij de teelt (en afzet) van aardappelen in de Europese Unie.

Voor het in het verkeer brengen van zowel poot- als consumptieaardappelen gelden voorschriften voor het in het verkeer met betrekking tot bruinrot. Voor consumptieaardappelen geldt dat de aardappelen vrij moeten zijn van bruinrot. Voor pootaardappelen geldt dat de knollen van oorsprong moeten zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van of uit gebieden waarvan bekend is dat er voorkomt, maar de knollen van oorsprong zijn van een plaats van productie die vrij van bevonden is of geacht wordt ervan vrij te zijn omdat een adequate behandeling voor de uitroeiingvan is toegepast.

Gelet op de situatie met betrekking tot bruinrot in Nederland, betekent dit dat voor pootaardappelen voldaan moet worden aan de 'Bestrijdingsrichtlijn voor bruinrot'. Deze richtlijn (98/57/EG) beschrijft specifiek voor bruinrot hoe lidstaten moeten handelen om de situatie in de lidstaat met betrekking tot deze bacterie vast te stellen en hoe te handelen bij vaststellen van de aanwezigheid van de bacterie. Denk hierbij aan uitvoeren van inspecties, surveys en laboratoriumonderzoeken .

De genoemde EU richtlijnen zijn in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Deze documenten en verwijzingen naar de Nederlandse wetgeving zijn beschikbaar op de pagina fytosanitaire wetgeving.