Bestrijdingsmiddelen

Bestrijding kan in een jong stadium van de rupsen gebeuren, maar alleen als grote hoeveelheden rupsen worden verwacht op plaatsen waar veel mensen in contact kunnen komen met de brandharen. Bij elke vorm van bestrijden moet worden voorkomen dat brandharen uit 'oude' nesten van het voorgaande seizoen vrijkomen (zie gebruiksvoorschrift van het middel op het etiket).

Voor de bestrijding en beheersing van de eikenprocessierups zijn er verschillende mogelijkheden:

  • Bestrijding op basis van bacteriepreparaten
    Voor de bestrijding van rupsen van eikenprocessierups in een jong stadium (april/mei) kunnen biologische middelen op basis van de bacterie Bacillus thuringiensis (XenTari WG) worden ingezet.
  • Biologische bestrijding op basis van insectenparasitaire nematoden
    Sinds april 2010 is in diverse gemeenten geƫxperimenteerd met het toepassen van insectenparasitaire nematoden tegen de rupsen van het 1e en 2e larvale stadium van eikenprocessierups. De nematoden komen van nature in de bodem voor en zijn daarom gevoelig voor uitdroging en uv-licht. Nematoden moeten op een jong stadium van de rupsen (vanaf 2e en/of 3e larvale stadium, april/mei) worden gespoten. Voor een effectieve werking moeten de nematoden de larven van de eikenprocessierups binnendringen. Belangrijk is dat de rupsen tijdens de toepassing actief zijn zodat ze maximaal geraakt worden. Het beste tijdstip om de aaltjes toe te passen is dan ook in de avond tot ochtend om afsterven van de nematoden te voorkomen.
  • Mechanische bestrijding middels afzuigen (in water dan wel in zakken).
  • Thermische bestrijding middels branden (arbeidsintensief en methode die veel nadelen kent).
  • Combinatie van mechanische en thermische bestrijding (afzuigen en verassen).

In het verleden zijn regelmatig klachten gemeld over het vrijkomen van brandharen door uitgevoerde bestrijdingen. Om dit te vermijden is in het wettelijk gebruiksvoorschrift van het middel Xentari WG de volgende waarschuwing opgenomen:
'Belangrijk: Bij toepassing tegen rupsen die brandharen vormen (zoals de eikenprocessierups) dient rekening te worden gehouden met 'nesten' van rupsen van het voorgaande seizoen. Brandharen uit deze nesten kunnen nog lang actief blijven. Voorkom dat door de toepassing brandharen uit nesten in aangrenzende percelen belanden. Houdt daarom bij de wijze van toepassing en het moment van toepassing rekening met windrichting en windsnelheid om verdere verspreiding van brandharen naar de omgeving te voorkomen.'

Meer over beheersing en bestrijding in de Leidraad.