PSTVd in aardappelen

In Nederland wordt jaarlijks een survey uitgevoerd in aardappelen naar PSTVd en andere pospiviroïden. De NAK voert deze survey uit in opdracht van NVWA. Het onderzoek vindt plaats in prebasis pootgoed.  

In 2015 zijn géén vondsten gedaan van Potato spindle tuber viroid (IAI) in kweekmateriaal voor aardappelen of elders in de aardappelketen. De vondsten in 2014 bij een veredelingsbedrijf en een onderzoeksinstelling waren in 2014 aanleiding voor een grootschalig onderzoek in de kweeksector. Dit onderzoek kende een kleine uitloop in 2015. De vondsten zijn aanleiding geweest voor het versterken van het preventie- en bemonsteringsprogramma voor dit viroïde in de kweeksector. In 2015 is dit versterkingsprogramma voor het eerst toegepast. De vondsten van PSTVd in de kweeksector zijn geen bedreiging gebleken voor de reguliere teelt van poot- en andere aardappelen.

Het doel is om de Nederlandse aardappelkolom vrij te houden van PSTVd en andere pospiviroïden. Hoewel de kans op een vondst klein wordt geacht, is een draaiboek ontwikkeld om bij een eventuele vondst hiervan snel de noodzakelijk maatregelen te nemen. Het gebruik van gegarandeerd vrij plantmateriaal en zeer hygiënische werkwijzen bij de veredeling van nieuwe aardappelrassen en in vitro vermeerdering van plantmateriaal vormen de belangrijkste, op preventie gerichte speerpunten voor deze groep ziekteverwekkers.

Het uitgangspunt voor de maatregelen bij een vondst is de National regulatory control system for Potato spindle tuber viroid (PSTVd), die door de European and Mediterranean Plant Protection Organisation (EPPO) is vastgesteld (PM9/13). Deze richtlijn gaat ervan uit, dat bij een besmetting op een aardappelteeltbedrijf alle pootaardappelen niet meer geschikt zijn voor wederuitplant.