Welke regels gelden voor een rookruimte?

Rookruimtes zijn niet langer toegestaan in horeca-inrichtingen, als gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad van 27 september 2019. De definitie van horeca-inrichting is in de Tabaks- en rookwarenwet vastgelegd en betreft onder andere caf├ęs, discotheken, coffeeshops en shishalounges, maar ook concertzalen, hotels en restaurants. En daarnaast sportinrichtingen zoals sportkantines en sporthallen.

In andere gebouwen en inrichtingen dan horeca-inrichtingen mag vooralsnog nog een rookruimte worden ingericht. Dit is overigens niet verplicht. Aan deze rookruimte worden specifieke eisen gesteld:

  • De rookruimte is afgesloten met een deur.
  • De ruimte is aangeduid als rookruimte.
  • De rookruimte geeft geen rookoverlast in aangrenzende ruimtes.
  • Er worden geen werkzaamheden uitgevoerd in de rookruimte.
  • De rookruimte bevat geen andere of meer faciliteiten dan de andere ruimten.

  • De rookruimte mag geen verkeersruimte zijn. De rookruimte mag dus niet fungeren als de noodzakelijke doorgang om een andere ruimte te bereiken.

  • De rookruimte is niet in gebruik als kopieerruimte of vergaderruimte.
  • Een ruimte is permanent aangewezen als rookruimte. Wisselend gebruik van een ruimte als werkruimte en rookruimte is niet toegestaan. Zorginstellingen kunnen een 2e wachtruimte, kantine, recreatieruimte of soortgelijke ruimte aanwijzen als rookruimte als een instelling zich daarbij aan de regels houdt. En alleen als er meer dan 1 wachtruimte, kantine, recreatieruimte of soortgelijke ruimte aanwezig is. Roken mag dan in maximaal de helft van deze ruimten. Het gaat om instellingen voor:
    • geestelijke gezondheidszorg
    • ouderenzorg
    • gehandicaptenzorg
    • maatschappelijke opvang