Overzicht regels voedingssupplementen en kruidenpreparaten

De NVWA houdt toezicht op de productie, samenstelling en etikettering van voedingssupplementen en kruidenpreparaten.

Definities

Wat verstaan we onder een voedingssupplement of kruidenpreparaat?

Voedingssupplement

Een voedingssupplement is een product dat bedoeld is als aanvulling op de normale voeding en een geconcentreerde bron van vitaminen en mineralen of andere bioactieve stoffen vormt. Het product bestaat meestal uit pillen of capsules, soms ook druppels, poeders of drankjes.

Kruidenpreparaat

Een kruidenpreparaat is een al dan niet bewerkte kruidensubstantie en bestemd voor gebruik door de mens. De substantie bestaat uit plantenmateriaal. Een kruidenpreparaat kan ook een kruidenextract of een voedingssupplement zijn. Kruidenpreparaten worden opgenomen via de mond, via het menselijk lichaamsoppervlak of via inhaleren. Sommige preparaten kunnen gifstoffen bevatten als aristolochiazuren, PAK’s of lood. Deze stoffen zijn schadelijk voor de gezondheid.

Regels over samenstelling

De Warenwet zegt welke vitamines en mineralen in voedingssupplementen mogen voorkomen en, voor een aantal, in welke hoeveelheden.

Het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten (ook wel Kruidenbesluit) stelt regels voor het gebruik van kruiden in levensmiddelen zoals voedingssupplementen. Bekende voorbeelden van kruiden die in voedingssupplementen worden gebruikt zijn valeriaan, knoflook, ginkgo en sint-janskruid. Het Kruidenbesluit regelt ook het gebruik van kruiden in huidsmeersels die niet onder de cosmeticawetgeving vallen. Kruiden die in de keuken worden gebruikt om gerechten meer smaak te geven, vallen niet onder het Kruidenbesluit.

Het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten stelt dat kruidenpreparaten slechts kruidensubstanties mogen bevatten in hoeveelheden die niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Daarin staat als uitwerking de volgende specifieke eisen:

  • Kruidenpreparaten mogen geen aristolochiazuren bevatten of derivaten hiervan.
  • Kruiden die toxische pyrrolizidine-alkaloïden bevatten, mogen alleen worden gebruikt als de hoeveelheid toxische pyrrolizidine-alkaloïden in het kruidenpreparaat niet hoger is dan 1 microgram per kilogram of liter.
  • Kruidenpreparaten mogen geen yohimbe-alkaloïden of derivaten hiervan bevatten.
  • Kruidenpreparaten mogen geen materiaal bevatten dat geheel of gedeeltelijk afkomstig is van planten die genoemd zijn in deel II van de bijlage van het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten.

Uitzonderingen

Niet alle kruidenpreparaten vallen onder het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten. Buiten dit besluit vallen:

PAK's-norm

In Verordening (EG) 1881/2006 staat een norm voor de aanwezigheid van PAK’s in voedingssupplementen. PAK's is een groep van stoffen waarvan meerdere kankerverwekkend zijn. Specifiek gaat het om een norm voor benzo(a)pyreen en om een norm voor de som van vier PAK's. Valt een voedingssupplement of kruidenpreparaat niet onder Verordening (EG) 1881/2006 dan geldt de norm uit de Warenwetregeling Verontreinigingen in Levensmiddelen. 

Claims

Op voedingssupplementen en kruidenpreparaten is Verordening (EG) nr. 1924/2006 van toepassing. Hierin staat dat voedingsclaims en gezondheidsclaims alleen onder bepaalde voorwaarden op voedingssupplementen en kruidenpreparaten mogen staan. Medische claims zijn niet toegestaan op voedingssupplementen en andere levensmiddelen. Voor veel kruiden staan gezondheidsclaims 'on hold'. Meer informatie vindt u bij het onderwerp Claims levensmiddelen.

Gebruiksadvies, doseringsadvies en etikettering

Op voedingssupplementen en kruidenpreparaten moet een gebruiksadvies en doseringsadvies staan. Daarnaast gelden de etiketteringseisen van Verordening (EG) nr. 1169/2011. Voor voedingssupplementen gelden ook nog specifieke etiketteringseisen. Er moet bijvoorbeeld duidelijk op het etiket vermeld zijn welke stoffen er in zitten. Bovendien moet er een vermelding op staan dat voedingssupplementen niet als vervanging voor gevarieerde voeding worden gebruikt.

Andere wetgeving die van belang is

Naast alle voor levensmiddelen van toepassing zijnde besluiten en regelingen uit de Warenwet, is vooral onderstaande wetgeving van belang:

  • De Geneesmiddelenwet. Het gebruik van medische claims bij het aanprijzen of verhandelen van een levensmiddel kan tot gevolg hebben dat de wettelijke status van het product verandert in een geneesmiddel. De Geneesmiddelenwet verbiedt het verhandelen van geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning is verleend. De Geneesmiddelenwet geeft de mogelijkheid om kruidenpreparaten die met een lange traditie in de medische praktijk zijn gebruikt, te registreren als geneesmiddel (het verlenen van een handelsvergunning). Voor kruidenmiddelen die voldoen aan de definitie van traditioneel kruidengeneesmiddel geldt een vereenvoudigde registratieprocedure. Kruidenpreparaten die geen traditionele toepassing kennen, kunnen als regulier kruidengeneesmiddel worden geregistreerd. In Nederland beoordeelt het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) of producten als geneesmiddel op de markt kunnen worden toegelaten. In Nederland zijn slechts enkele kruidenpreparaten, waaronder sint-janskruid, als kruidengeneesmiddel geregistreerd.
  • In voedingssupplementen en kruidenpreparaten mogen geen stoffen voorkomen in doseringen die maken dat het product onder de strekking van de Geneesmiddelenwet valt (geneesmiddel naar toediening).
  • Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten. Indien een ingrediënt of voedingsmiddel vóór mei 1997 niet in significante mate in de EU in de handel was, is er sprake van een nieuw voedingsmiddel. Voor dergelijke voedingsmiddelen moet een vergunning worden aangevraagd voordat ze in de handel worden gebracht worden.
  • Verordening (EG) nr. 852/2004, met onder andere de verplichting voor importeurs en producenten om een voedselveiligheidssysteem (HACCP) te hebben voor het waarborgen van de veiligheid van hun producten. Bedrijven die voedingssupplementen onder Good Manufacturing Practices (GMP) produceren moeten ook een voedselveiligheidsplan te hebben. Maar als specifieke onderdelen van het voedselveiligheidsplan worden ondervangen door GMP, kan hiernaar worden verwezen.
  • Sinds 1 januari 2005 is de Algemene Levensmiddelen Verordening (General Food Law: Verordening (EG) nr. 178/2002) van kracht. Daarmee is traceerbaarheid verplicht voor iedereen die levensmiddelen produceert. En zijn exploitanten van levensmiddelenbedrijven verplicht producten die de volksgezondheid in gevaar brengen uit de markt te halen en hiervan melding te maken bij de NVWA.