Interventiebeleid in bijzondere situaties

Afwijken van het interventiebeleid

Als hoofdregel geldt dat van het NVWA interventiebeleid niet wordt afgeweken. Afwijken kan alleen als de wet dat voorschrijft, het OM dat beslist of de NVWA gezien de specifieke feiten en omstandigheden daartoe genoodzaakt is. Bepaling van die noodzaak wordt in aansluiting op het Besluit mandaat, volmacht en machtiging van de IG NVWA gedaan door de IG NVWA, de Hoofdinspecteur of het afdelingshoofd op wiens taakgebied de zaak betrekking heeft. Afwijken kan alleen wanneer dat gemotiveerd is en schriftelijk vastgelegd, bijvoorbeeld in het Rapport van Bevindingen.

Interventiebeleid bij (ernstige) incidenten en crises

In geval van incidenten, ernstige incidenten en of crises wordt conform het Handboek Crismanagement gewerkt. Het Algemeen Interventiebeleid en het Specifiek Interventiebeleid zijn van toepassing, tenzij de aard van het incident andere interventies noodzakelijk maakt. De Minister, IG NVWA of de hoofdinspecteur stelt de interventies vast die in de specifieke situatie noodzakelijk zijn. Bij vermoeden/verdenking van situaties, die tot ernstig letsel of schade aan de gezondheid van mens of dier kunnen leiden wordt het voorzorgsprincipe toegepast. Dat wil zeggen dat aannemelijk is maar niet per se wetenschappelijk vastgesteld, dat de risico’s zich voordoen.

Interventiebeleid bij agressie en geweld

Wanneer werknemers van de NVWA te maken krijgen met (dreiging van) agressie en geweld tijdens hun werk kan er - afhankelijk van het soort werkzaamheden - direct over worden gegaan tot het staken van de werkzaamheden. De NVWA doet aangifte bij dergelijke incidenten en zal eventuele schade verhalen op de veroorzaker. Voor de aanpak van agressie en geweld volgt de NVWA Rijksbeleid zoals verwoord in het kader Veilige Publieke Taak en uitgewerkt in de Eenduidige Landelijke Afspraken. Daarnaast is het algemeen dan wel het specifieke interventiebeleid onverkort van toepassing. In het veterinaire domein bestaat de mogelijkheid om bij niet meewerken op grond art 4, 4e lid van de Verordening (EG) Nr. 853/2004 een bestuurlijke boete op te leggen. De inspecteur stelt daartoe een rapport van bevindingen op.