Werkzaamheden van de NVWA in vogelvlucht

Diergezondheid (preventie)

Dieren gezond houden is van groot belang; Nederland is binnen Europa de grootste exporteur van levende dieren (ongeveer 8 miljoen varkens, kwart miljoen schapen en geiten, 100.000 runderen en kalveren).

Ondernemers als veehouders (ruim 50.000), veetransporteurs (400) exploitanten van verzamelcentra (60) en wasplaatsen (350), importeurs, en producenten van levende producten als sperma, embryo’s, broedeieren moeten daarom aan regels voldoen. De regels hebben vooral betrekking op het monitoren en melden van eventuele ziektegevallen, reinigen van hokken en transportmiddelen, en scheiden van dieren naar herkomst. Ook de inrichting van bedrijven moet aan eisen voldoen.

Diergezondheid (bestrijding en afhandeling van verdenkingen)

Als dieren een besmettelijke dierziekte hebben opgelopen is het zaak om de verspreiding ervan snel tegen te gaan. Dierenartsen en veehouders hebben daarin een belangrijke rol. Vroegtijdig melden van ziekteverschijnselen is erg belangrijk om de dierziekte snel de kop in te drukken. Meer hierover vindt u op de pagina 'Melden dierziekte'.

Via het team NVWA-incident- & crisiscentrum voor dierziekten, worden alle verdenkingen van dierziekten afgehandeld. Het crisiscentrum stelt draaiboeken op, traint en begeleidt de mensen in de voorbereiding op crisissituaties, organiseert nationale en internationale oefeningen en adviseert beleidsmakers over effectieve maatregelen voor dierziektebestrijding. 

Dierenwelzijn

In regelgeving is vastgelegd hoe mensen met dieren moeten omgaan. Het welzijn van dieren kan op uiteenlopende plaatsen in het geding zijn: bij de veehouder, hobbydierhouder of proefdierinstelling, bij het transport, en bij het slachten.

Aan het houden van dieren worden eisen gesteld op basis van het Besluit en de Regeling houders van dieren en de Wet dieren. Helaas treft de NVWA zo nu en dan schrijnende gevallen van dierverwaarlozing aan. Sociaal-maatschappelijke of financiële problemen van de dierhouder kunnen een onderliggende oorzaak zijn.

Het welzijn van dieren tijdens transport is voor de NVWA een belangrijk aandachtspunt. De Europese transportverordening stelt eisen aan onder andere de duur van het transport, de toegestane belading, drinkwatervoorziening en temperatuurbeheersing. De dieren moeten in ieder geval transportwaardig zijn. Dierenartsen kunnen daar uitsluitsel over geven. Controles vinden plaats bij aanvang van export en tijdens transport.

Voorafgaand aan het slachten moeten dieren, voor zover aan de orde, goed worden verzorgd en gehuisvest en adequaat worden bedwelmd. Bij onbedwelmde slacht gelden aanvullende eisen. Dierenartsen van de NVWA zien toe op de naleving van deze welzijnsregels.

Proefdierinstellingen rapporteren jaarlijks aan de NVWA hoe het lijden van dieren zo veel mogelijk wordt voorkomen. De NVWA voert controles uit bij deze instellingen en brengt jaarlijks een rapportage uit over het welzijn van deze dieren. Meer informatie over eisen aan instellingen voor het uitvoeren van dierproeven (pagina Dierenwelzijn).

De NVWA kan zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk optreden bij de constatering van dierenwelzijnsovertredingen. Zo kan de NVWA een 'bestuurlijke boete' opleggen of een proces-verbaal opmaken die wordt ingestuurd naar het Openbaar Ministerie.

Meer over het welzijn van dieren vindt u op de pagina Dierenwelzijn.

Diergeneesmiddelen

Om de gezondheid van mensen niet onnodig te belasten en de werking van diergeneesmiddelen op peil te houden is het belangrijk dat dierhouders zo min mogelijk middelen gebruiken en alleen middelen die zijn toegestaan.

De NVWA controleert op basis van steekproeven of op basis van bijvoorbeeld gegevens uit het slachthuis. Controles vinden plaats bij veehouders, bij dierenartsen, of bij handelaren en producenten. Ook de handel via internet wordt gemonitored.

Vleesketen / Voedselveiligheid in slachthuizen en uitsnijderijen

Vlees kan makkelijk bederven en mensen ziek maken. Het slachtproces en de verwerking van vlees is daarom aan regels gebonden.

Het toezicht is gestoeld op 3 pijlers. De inrichting van bedrijven moet op orde zijn, de werkprocessen moeten goed omschreven zijn en gebaseerd op HACCP (Hazard analysis of critical control points), en de werkzaamheden moeten goed worden uitgevoerd. Door middel van audits en dagelijks toezicht houdt de NVWA de naleving in de gaten bij meer dan 200 slachterijen en bijna 500 uitsnijderijen.

Informatie over voeding en gezondheid van de dieren bij de veehouder (VKI, voedselketeninformatie) is de laatste jaren belangrijk geworden voor de keuring van dieren en karkassen.

Meststoffen

Dieren in Nederland produceren meer mest dan de Nederlandse bodem zonder schade kan opnemen. Daarom zijn er grenzen gesteld aan het aantal dieren dat veehouders mogen hebben (‘dierrechten’), en aan de hoeveelheid mest die in de bodem mag worden verwerkt. Vanwege de overschotten zijn er ook regels gesteld aan het transport van mest. Het dumpen van mest wordt daarmee tegengegaan.

De NVWA controleert of mest in de juiste periode en de juiste hoeveelheden wordt verwerkt en voert controles uit bij transporteurs en verwerkers. Bij de controles werkt de NVWA nauw samen met Dienst Regelingen van het ministerie van EZ.

Gewasbescherming

Net als bij diergeneesmiddelen is bij gewasbescherming het streven zo min mogelijk chemische middelen in te zetten, en alleen middelen te gebruiken die zijn toegestaan. Ook uitspoeling naar bodem en water, of verwaaien van middelen, moet zo min mogelijk plaatsvinden. Aan de toelating, het verhandelen en het gebruik van middelen zijn daarom eisen gesteld. De NVWA voert controles uit bij telers, detailhandel en groothandel.  

Experts van de NVWA adviseren beleidsmakers, nationaal en internationaal, het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) en de farmaceutische industrie op welke manier ziekten en plagen effectief kunnen worden geweerd. Ook wijst de NVWA op onderzoeksvragen die aan de orde zijn. Meer hierover vindt u op de pagina Gewasbescherming.

Natuur

Natuurgebieden en kwetsbare plantensoorten en diersoorten worden wereldwijd beschermd. De NVWA voert controles uit om te voorkomen dat mensen handelen in plantensoorten of diersoorten die beschermd zijn (zoals de dier- en plantensoorten genoemd op de CITES-verordening). De provincies zien erop toe dat mensen geen verboden activiteiten uitvoeren die schade aanbrengen aan de Nederlandse natuurgebieden.   

Dieren, zoals de tijgermug, of planten, zoals de ambrosia, die niet van nature in Nederland voorkomen en de gezondheid van mensen, dieren of planten in gevaar brengen, worden invasieve exoten genoemd. De NVWA helpt deze soorten te bedwingen. Een speciaal team van de NVWA (team invasieve exoten) maakt risicoanalyses en  adviseert over deze risico’s.

De NVWA controleert of bedrijven die met genetisch materiaal werken, beschikken over de daarvoor benodigde documenten. Dat gebeurt op basis van het Nagoya Protocol.

De NVWA controleert of bedrijven geen illegaal gekapt hout op de markt brengen en voert de controle uit op de FLEGT vergunningen.

Fytosanitaire vrijwaring (handel van ziektevrije planten)

Wereldwijd groeit de handel in planten. Ontvangende landen willen gevrijwaard blijven van nieuwe ziekten en plagen. Daarom zijn er internationale afspraken gemaakt over het monitoren van ziekten en plagen en het afgeven van certificaten die bevestigen dat de geïmporteerde planten aan de eisen van het ontvangende land voldoen. Binnen de EU worden daarvoor de plantenpaspoorten gebruikt.

De NVWA voert inspecties uit bij binnenkomst van planten en plantaardig materiaal, voert monitoringprogramma’s uit, regisseert bestrijding van eventuele schadelijke organismen. In 2010 was dat bijvoorbeeld het geval met de Aziatische boktor.

4 keuringdiensten verzorgen de afgifte van plantenpaspoorten en fytosanitaire certificaten, onder verantwoordelijkheid van de NVWA.

De NVWA vergaart en beheert wetenschappelijke kennis over plantenziekten en plagen. Daarmee adviseert de NVWA beleidsdirecties over nieuw fytosanitair beleid en markttoegang tot 3e landen.

Voedselveiligheid industriële levensmiddelen

Bijna 10.000 bedrijven in Nederland produceren, importeren, koelen of transporteren levensmiddelen waarbij ze moeten letten op de veiligheid of de traceerbaarheid van deze producten.

Alle bedrijven moeten hun werkprocessen hebben gebaseerd op de principes van HACCP (Hazard analysis and critical control points). Aan bedrijven die met dierlijke producten werken worden eisen gesteld aan de inrichting van de gebouwen (vloeren, wanden, wasgelegenheden).

De NVWA inspecteert deze bedrijven en ook hun producten. In dit monitoringonderzoek kijkt de NVWA of producten ziekteverwekkers, verontreinigingen of kankerverwekkende stoffen bevatten. Ook wordt gelet op voorschriften voor etikettering en traceerbaarheid.

Met name de etikettering van stoffen waar mensen allergisch voor zijn, zoals gluten, pinda’s, lactose, is van belang.

Bijzondere eet- en drinkwaren

Dieetvoeding voor medisch gebruik, zuigelingenvoeding, voedingssupplementen, kruidenpreparaten, vitaminepreparaten vallen in de categorie ‘bijzondere eet- en drinkwaren’. Belangrijk bij deze producten is niet alleen dat er geen ziekteverwekkers in zitten, maar ook dat op het etiket staat wat er in zit, en omgekeerd, dat er in zit wat er op het etiket staat. Bedrijven mogen alleen goedgekeurde gezondheidsclaims op het etiket melden.

De NVWA controleert producten die vrij verkrijgbaar zijn via reguliere winkels, via gezondheidscentra en via internet.

Diervoeder

Verontreinigingen in diervoeder kunnen een gevaar zijn voor de gezondheid van dieren en ook van mensen. Voorbeelden uit het verleden laten dat duidelijk zien (dioxine, melamine). Diervoederbedrijven moeten daarom monitoren of hun grondstoffen schoon zijn, en hun eigen productieprocessen opbouwen volgens de principes van HACCP. In Nederland zijn bijna 4000 bedrijven betrokken bij de productie, transport, verwerking van diervoeders.

De NVWA inspecteert de werkprocessen van de bedrijven en monitort de samenstelling van grondstoffen en diervoeders.

Dierlijke bijproducten

Vet, botten, huid, wol, slachtafval en ook mest zijn dierlijke bijproducten. Die kunnen op allerlei manier verwerkt worden tot nuttige producten (bodemverbeteraar, brandstof, leer, gelatine). Maar alléén als er geen risico is voor de gezondheid van mensen mogen ze terug de voedselketen in. Om dierlijke bijproducten veilig te kunnen verwerken heeft de Europese Unie 3 categorieën onderscheiden. Categorie 1-materiaal (hoogste risico) mag alleen worden verbrand en gestort, categorie 3-materiaal (laagste risico) mag onder speciale voorwaarden worden verwerkt tot diervoeder.

De NVWA let bij de oorsprongbedrijven (slachterijen, veehouderijen, retail) op het goed kanaliseren van de verschillende categorieën. Verderop in de keten is het vooral belangrijk dat de verschillende categorieën gescheiden worden verwerkt. Net als bij andere industriële verwerking is de traceerbaarheid belangrijk.

Visketen

In Europa mag je op bepaalde vissoorten niet onbeperkt vissen. Zodoende blijft de populatie van deze soorten op peil. Aan het vissen op zee, het aanlanden, en de verwerking van vis worden daarom eisen gesteld.

De NVWA controleert schepen op zee (motorvermogen, netcapaciteit, logboek, gesloten tijden), het aanlanden van vis in de havens (hoeveelheid en soort). Ook kijkt de NVWA of de binnengebrachte vis ziekteverwekkers of verontreinigingen bevat.

Niet iedereen mag vissen in de handel brengen. De NVWA treedt daarom op tegen illegale vangst van bijvoorbeeld paling of kreeft.

Europese en nationale subsidieregelingen

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), voor een deel aangevuld met nationale regelingen, biedt landbouwers enerzijds ondersteuning in hun inkomen, en anderzijds compensatie (subsidies) voor kosten of inkomensderving als gevolg van (bovenwettelijke) prestaties ten gunste van natuurherstel en ontwikkeling. Bijna € 800 miljoen kan via deze regelingen worden toegekend aan Nederlandse ondernemers.

Vanuit de EU volgen hieruit controleverplichtingen (5%) ten aanzien van de fysieke beoordeling van de landbouwpercelen. Dat gebeurt in toenemende mate met teledetectie. Daar waar dit niet volstaat meet en beoordeelt de NVWA ter plekke. 

Ook voor de natuursubsidies kent de EU controleverplichtingen (5%).  De voorwaarden uit de gekozen natuurpakketten beoordeelt de NVWA ter plekke.

Tenslotte zijn de aanvragers van zowel de inkomenssteun als de natuursubsidies gehouden aan het beginsel van cross compliance. Als ondernemers niet aan alle randvoorwaarden voldoen krijgen ze minder subsidie. Controlebevindingen van de NVWA worden bij die beslissing gebruikt. Daarnaast controleert de NVWA een selectie (1%) van aanvragers in de volle breedte van hun bedrijfsvoering op het naleven van de randvoorwaarden.

Voedselveiligheid in horeca, retail en instellingen

Als mensen uit eten gaan, een broodje bestellen, of bijvoorbeeld vlees halen bij de slager moeten ze er van uit kunnen gaan dat het voedsel veilig is. Aan keukens in horeca of instellingen, aan supermarkten en aan speciaalzaken (bakkers, slagers, zuivelspeciaalzaken, visspeciaalzaken) worden daarom eisen gesteld ten aanzien van het bereiden, vervoeren, bewaren en uitstallen van producten. De eisen hebben vooral betrekking op hygiëne, op etikettering en op traceerbaarheid.

Ongeveer 80.000 bedrijven in Nederland leveren voedsel direct aan consumenten. De NVWA inspecteert niet elk jaar alle keukens of alle bedrijven. Bij slechte bedrijven komt de NVWA vaker dan bij goede bedrijven. Notoire overtreders moeten óf verbeteren óf sluiten. Meer hierover is te lezen in het rapport 'Aanpak van notoire overtreders in horeca en ambachtelijke bedrijven'.

Tabak

Vanwege de schade aan gezondheid van mensen zijn aan bijvoorbeeld tabaksreclame en roken in openbare gelegenheden beperkingen gesteld.

De NVWA controleert of de regels worden nageleefd. Meer hierover vindt u op de pagina Rook en tabak.

Veilige consumentenproducten

Naast levensmiddelen krijgen consumenten te maken met uiteenlopende producten (non food) die risico’s voor de gezondheid met zich meebrengen. Zo kan bijvoorbeeld cosmetica bacteriën of kankerverwekkende stoffen bevatten. Op speelgoed kan loodhoudende verf zitten. Loszittende delen kunnen ingeslikt worden. Kermisattracties kunnen ondeugdelijk zijn. Electrotechnische apparaten kunnen snel kortsluiting geven. Beschermingsmiddelen op gereedschap kunnen ontbreken. Vanuit Europese wetgeving en de Nederlandse warenwet zijn er daarom eisen gesteld aan de veiligheid van consumentenproducten.

De NVWA inspecteert producten bij binnenkomst in (lucht)havens en in winkels. Onveilige producten laat de NVWA door producenten, importeurs of winkeliers uit de handel halen.

Import (dieren, dierlijke producten, planten, levensmiddelen, consumentenartikelen)

Veel producten (dierlijke producten, levensmiddelen, consumentenartikelen) planten en dieren komen de Europese Unie binnen via Nederlandse (lucht)havens. Producten met een hoog risico, zoals de producten uit Japan na het kernongeval in Fukushima, worden intensief geïnspecteerd. Producten met minder risico worden steekproefsgewijs gecontroleerd. De Douane is daarbij een belangrijke partner van de NVWA.

Meer over dit onderwerp is te vinden op de pagina Import.

Export (idem)

Export is belangrijk voor de Nederlandse economie. Planten, dieren, dierlijke producten, levensmiddelen en consumentenartikelen kunnen alleen geëxporteerd worden als er verklaringen bij zitten waarin een bevoegde instantie aangeeft dat de producten voldoen aan de eisen van het ontvangende land. In de Nederland is de NVWA die bevoegde instantie.

Meer over dit onderwerp is te vinden op de pagina Export.

Opleidingen milieu BoA

De NVWA verzorgt geen opleidingen meer voor externe groene BOA’s. Vanaf 1 augustus 2016 wordt het examen afgenomen door EXTH uit Amersfoort.