Zorg ervoor dat er een wettelijke eis komt voor het asbestgehalte in speelgoed met grondstoffen uit natuurlijke delfstoffen. Voor de bepaling van het asbestgehalte moet een geschikte kwantitatieve methode worden gebruikt. Dit adviseert bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.  

Overig advies aan de minister

BuRO geeft daarnaast de volgende adviezen aan de minister:

Communiceer aan ouders dat het gezondheidsrisico door het spelen met verschillende soorten speelzand, in het algemeen, verwaarloosbaar is.

Voor de kinderen die zijn blootgesteld aan één of meer van de 4 specifieke producten decoratiezand, is het belangrijk om een realistische inschatting te maken van de speelfrequentie en speelduur met dit product en dit af te zetten tegen de worstcase aannames van RIVM.

Advies aan de NVWA

BuRO brengt ook een advies uit aan de inspecteur-generaal van de NVWA:

Houd toezicht op ondernemers die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van speelgoed dat gewonnen wordt uit natuurlijke delfstoffen, waaronder speelzand.

Aanleiding voor het onderzoek

In november 2025 is er in Australië en Nieuw-Zeeland een incident geweest met speelzand waar asbest in zat. Deze vezels kunnen vrij komen tijdens het spelen. Dit zand bleek afkomstig uit China. Naar aanleiding van dit geval heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) hierover geïnformeerd en zijn ze samen een onderzoek begonnen. Directie Handhaven van de NVWA heeft vervolgens aan BuRO de volgende vraag gesteld:

‘Wat zijn de risico’s voor de volksgezondheid van speelzand met asbest?’

Aanpak

De NVWA heeft in februari 2026 totaal 106 monsters speelzand genomen van verschillende categorieën speelzand: (Knijp)speelgoed gevuld met zand, decoratiezand, klevend kinetisch zand, half-klevend kinetisch zand en zandbakzand. Deze zijn onderzocht door een extern laboratorium (SGS Search) op het type asbestvezel en het gehalte aan asbestvezels.

BuRO heeft aan TNO gevraagd om een beoordeling van de analysemethodes op geschiktheid voor de bepaling van het asbestgehalte in speelzand.

https://publications.tno.nl/publication/34645851/FWzOAUiL/TNO-2026-M10694.pdf

RIVM heeft op basis van deze analyseresultaten een risicobeoordeling uitgevoerd voor kinderen.

https://www.rivm.nl/en/documenten/risk-assessment-of-asbestos-in-toy-sand

Beantwoording van de onderzoeksvraag

De blootstelling aan asbestvezels door het spelen met verschillende categorieën speelzand is door RIVM berekend op basis van worstcase aannames.

Deze geschatte levensgemiddelde blootstelling is voor al het onderzochte speelzand lager dan, of rond het niveau voor een verwaarloosbaar risico. Doordat kinderen spelen met verschillende soorten speelzand en door de variatie in het gehalte asbest dat is aangetroffen, is het gezondheidsrisico door het spelen met speelzand verwaarloosbaar.

Monsters met gehalte hoger dan de eis

Bij 2 monsters speelgoed gevuld met zand en 4 monsters decoratiezand is het gemeten gehalte hoger dan de wettelijke limiet van 0,1 gewichtsprocent.

Voor de 2 monsters speelgoed gevuld met zand wordt het gezondheidsrisico door het vrijkomen van asbestvezels ingeschat als verwaarloosbaar.

Voor de 4 monsters decoratiezand is de door RIVM geschatte levensgemiddelde blootstelling hoger dan het maximaal toelaatbare risiconiveau. Dit betekent dat er een gezondheidsrisico is voor deze 4 producten. Op individueel niveau is het aannemelijk dat een kind minder vaak en/of korter met deze specifieke producten heeft gespeeld dan de worstcase aannames van RIVM. Hierdoor zal de geschatte levensgemiddelde blootstelling waarschijnlijk lager zijn dan de maximaal toelaatbare risiconiveau en is het gezondheidsrisico acceptabel.