Bij visuitzettingen en -verplaatsingen kunnen exoten meeliften. Zorg ervoor dat stakeholders zich hier meer van bewust zijn. Stimuleer activiteiten om introductie en verspreiding van meeliftende exoten te voorkomen. En zorg voor zelfregulering of toezicht bij visuitzettingen, zodat er geen meelifters worden uitgezet. Deze adviezen geeft bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) aan de directeur Natuur en de directeur Visserij en Grote Wateren van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), en aan de Inspecteur-Generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Download: Advies van BuRO over het meeliften van exoten bij visuitzettingen in Nederland
Download: Managementreactie op het advies van BuRO van BuRO over het meeliften van exoten bij visuitzettingen in Nederland
Achtergrond
In Nederland worden geregeld vissen uitgezet en verplaatst. Daarbij kunnen onbedoeld andere aquatische soorten meeliften, waaronder exoten. Exoten zijn uitheemse soorten die door menselijk handelen in ons land terechtkomen. Deze exoten kunnen het lokale ecosysteem en de inheemse biodiversiteit aantasten.
Er bestond geen goed beeld van de schaal en de wijze waarop visuitzettingen en -verplaatsingen plaatsvinden in Nederland. Ook was niet bekend in welke mate exoten onbedoeld meeliften en welke risico’s dit oplevert voor het aquatische ecosysteem. Daarom heeft BuRO een onderzoek laten uitvoeren door Stichting RAVON. Het onderzoek was gericht op de volgende zaken:
- de aard en omvang van visuitzettingen en -verplaatsingen in Nederland
- de wettelijke kaders die voor deze activiteiten gelden
- het daadwerkelijk meeliften van exoten
Daarnaast is er een aparte opdracht verstrekt aan GiMaRIS voor het onderzoeken van een glasaaltransport.
RAVON heeft ook gekeken naar de maatregelen die genomen kunnen worden om introductie en verdere verspreiding van meeliftende exoten via visuitzettingen tegen te gaan. Vervolgens heeft BuRO maatregelen geselecteerd die qua uitvoerbaarheid en proportionaliteit aansluiten bij de situatie in Nederland.
Resultaten
In Nederland zijn veel partijen betrokken bij het uitzetten en verplaatsen van vis. De werkelijke omvang van deze activiteiten is moeilijk in kaart te brengen. Er ontbreekt in Nederland namelijk een centrale registratie van visuitzettingen. Naar schatting worden jaarlijks op honderden locaties legaal vissen uitgezet. Hierbij gaat het om meer dan 20 vissoorten, waarvan ongeveer een derde uitheems is. Dit gebeurt voornamelijk om de visstand voor (sport)visserij te verhogen. Ook worden naar schatting duizenden kilo’s vis jaarlijks op tientallen locaties verplaatst. Deze verplaatsingen worden onder andere uitgevoerd om de visstand veilig te stellen.
De regels voor uitzettingen en verplaatsingen van vis in Nederland staan in de Visserijwet en de Omgevingswet. Daarnaast regelt de Europese Aalverordening het uitzetten van jonge aal (glasaal). In deze wetten zijn geen regels voor preventie van onbedoelde introducties en verspreiding van meeliftende soorten opgenomen. Wel moet Nederland erop toezien dat viskwekerijen de nodige maatregelen nemen om negatieve gevolgen van de introductie en verplaatsing van meelifters te voorkomen. Dit staat in de Europese verordening inzake het gebruik van uitheemse soorten in aquacultuur.
Meeliftende exoten zijn aangetroffen bij het uitzetten van glasaal en bij verplaatsingen van verschillende vissoorten. In alle gevallen ging het om de uitzetting of verplaatsing van in het wild gevangen vis. Tijdens het onderzoek zijn er geen exoten aangetroffen bij viskwekerijen. Wel zijn er in het verleden (invasieve) exoten waargenomen op kweeklocaties, waaronder invasieve exoten die op de Unielijst staan.
Diverse maatregelen kunnen de kans op meelifters verkleinen. De maatregelen kunnen genomen worden voor en tijdens vistransporten, en bij viskwekerijen. Een voorbeeld van een maatregel is om alleen vissen te verplaatsen die afkomstig zijn uit viskwekerijen waar de kans op meeliftende exoten minimaal is. Daarnaast is het belangrijk om de vistransporten zorgvuldig te controleren op meeliftende soorten en het materiaal tussen activiteiten door grondig te reinigen. Deze laatste maatregelen zijn vooral belangrijk bij het uitzetten van vissen afkomstig uit het wild of bij visverplaatsingen.