Bepaalde uiterlijke kenmerken bij honden en katten, zoals een korte snuit of korte poten, kunnen het welzijn van deze dieren negatief beïnvloeden. Ontwikkel daarom een methode om de gevolgen van uiterlijke kenmerken voor het dierenwelzijn objectief te beoordelen. Dit advies geeft bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) aan de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).
Download: Advies van BuRO over schadelijke uiterlijke kenmerken bij honden en katten
Download: Annex A. Risicobeoordeling schadelijke uiterlijke kenmerken hond
Download: Annex B. Risicobeoordeling schadelijke uiterlijke kenmerken kat
Download: Annex C. Technische rapportage Expertsessies hond
Download: Annex D. Technische rapportage Expertsessies kat
Download: Annex E. Glossary
Download: Annex 6: Expertsessie Schadelijke uiterlijke kenmerken hond
Download: Annex 6: Expertsessie Schadelijke uiterlijke kenmerken kat
Download: Annex 7: Scoren welzijnsconsequenties Expertsessie Schadelijke uiterlijke kenmerken hond
Download: Annex 7: Scoren welzijnsconsequenties Expertsessie Schadelijke uiterlijke kenmerken kat
Download: Annex 8: Schatten prevalentie & blootstelling - Expertsessie Schadelijke uiterlijke kenmerken hond
Download: Annex 8: Schatten prevalentie & blootstelling – Expertsessie Schadelijke uiterlijke kenmerken kat
Meerdere adviezen aan LVVN
BuRO geeft meerdere adviezen aan de staatssecretaris van LVVN.
Allereerst adviseert BuRO om voor honden en katten aparte referentie- en beoordelingskaders voor schadelijke uiterlijke kenmerken te ontwikkelen. Daarin moet staan wat een hond of kat nodig heeft om goed te kunnen functioneren en zich natuurlijk te kunnen gedragen. Ook adviseert BuRO om meetmethoden en grenswaarden te ontwikkelen om de gevolgen van uiterlijke kenmerken voor het dierenwelzijn objectief te kunnen beoordelen.
Daarnaast is het belangrijk om een goed beeld te krijgen van alle honden en katten die in Nederland aanwezig zijn. Dit kan via structurele monitoring en registratie van honden en katten, inclusief hun uiterlijke kenmerken. Deze aanpak helpt het risico voor dierenwelzijn beter in kaart te brengen en het beleid te onderbouwen.
Zolang deze kaders nog ontbreken, kan het beleid zich het best richten op de grootste welzijnsrisico’s. Daarom moet er een verbod komen op het fokken met katten met een extreem korte snuit (brachycefale katten). Een dergelijk verbod is er al voor honden. Daarnaast adviseert BuRO een verbod in te stellen op het houden en vertonen van katten met korte, kromme voorpoten. Ook is het belangrijk om de kennis en invloed van dierenartsen te gebruiken bij voorlichting over schadelijke uiterlijke kenmerken. Zij kunnen helpen voorkomen dat deze kenmerken als normaal of wenselijk worden gezien. Verder is het belangrijk om eigenaren effectiever te informeren en illegale handel in honden en katten met schadelijke uiterlijke kenmerken tegen te gaan.
Aanleiding en achtergrond
Uiterlijk speelt vaak een belangrijke rol bij de keuze voor een hond of kat. Maar sommige populaire uiterlijke kenmerken, zoals een korte snuit, vouworen of korte poten, kunnen leiden tot ernstige aantasting van het dierenwelzijn. Eigenaren herkennen deze welzijnsproblemen niet altijd. Verschillende organisaties geven al informatie over de gevolgen voor het dierenwelzijn, maar dat is niet genoeg om de vraag naar dieren met schadelijke uiterlijke kenmerken te laten dalen.
In januari 2023 zei de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV, nu LVVN) een verbod te willen op het houden en vertonen van honden en katten met schadelijke uiterlijke kenmerken. Om dit verbod in te kunnen stellen, moet eerst wetenschappelijk bewezen worden dat deze kenmerken schadelijk zijn en of een dier deze kenmerken heeft.
BuRO kreeg daarom de volgende vragen:
- Welke uiterlijke kenmerken bij honden en katten leiden tot welzijnsaantasting?
- In welke mate leiden deze uiterlijke kenmerken tot welzijnsaantasting?
- Hoe kunnen deze kenmerken objectief worden getoetst?
Aanpak
BuRO heeft 2 risicobeoordelingen uitgevoerd: 1 voor honden en 1 voor katten. De uitgevoerde risicobeoordelingen zijn gericht op uiterlijke kenmerken en niet op specifieke rassen. Eenzelfde kenmerk kan namelijk bij verschillende rassen en kruisingen voorkomen. Erfelijke aandoeningen zonder direct verband met het uiterlijk vallen buiten het onderzoek.
De risicobeoordelingen zijn gebaseerd op wetenschappelijke literatuur en beoordelingen van deskundigen. De resultaten zijn verwerkt volgens de risicobeoordelingsmethodiek van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Daarbij is gekeken naar de volgende zaken:
- de uiterlijke kenmerken: hoe zien de kenmerken eruit
- wat betekenen die kenmerken voor het welzijn van honden en katten
- prevalentie: hoeveel dieren met een kenmerk hebben last van dat kenmerk
- blootstelling: hoeveel dieren hebben deze kenmerken
- hoe groot is het risico voor het welzijn van honden en katten in Nederland
Beantwoording van de vragen
Welke uiterlijke kenmerken bij honden en katten leiden tot welzijnsaantasting?
Uit de risicobeoordeling blijkt dat meerdere uiterlijke kenmerken het welzijn van honden en katten kunnen aantasten. Met hulp van deskundigen zijn voor beide diersoorten de 9 belangrijkste kenmerken geselecteerd en verder beoordeeld.
Bij honden gaat het om de volgende uiterlijke kenmerken:
- een brachycefale schedelvorm (korte snuit)
- een afwijkende ooglidstand
- een kleine, ronde schedel
- een heel klein lichaam (<3 kg)
- dwerggroei (chondrodystrofie)
- huidplooien door een te veel aan vel
- een kurkentrekkerstaart
- standsafwijkingen van de voorpoten
- een (dubbel)merle vachtkleur
Bij katten gaat het om de volgende uiterlijke kenmerken:
- een brachycefale schedelvorm (korte snuit)
- langharigheid (wolharen)
- een witte vacht met 1 of 2 blauwe ogen
- een gebrek aan vacht
- naar voren gevouwen oren
- dwerggroei/kortbenigheid
- een deels of volledig ontbrekende staart
- naar achteren gekrulde oren
- verkorte, kromme voorpoten
In welke mate leiden deze uiterlijke kenmerken tot welzijnsaantasting?
De beoordeelde kenmerken kunnen grote gevolgen hebben voor het welzijn van honden en katten. Dieren met deze kenmerken krijgen soms ernstige gezondheidsproblemen en kunnen moeite hebben om hun natuurlijke gedrag uit te voeren.
Hoe kunnen deze kenmerken objectief worden getoetst?
De manier waarop uiterlijke kenmerken objectief kunnen worden beoordeeld, verschilt per kenmerk. Sommige kenmerken, zoals naar voren gevouwen oren bij katten, zijn gemakkelijk te zien. Andere kenmerken, zoals een korte snuit (brachycefale schedelvorm), komen in verschillende gradaties voor. Bij zulke kenmerken is een vaste beoordelingsmethode nodig. Soms moet daarnaast ook worden beoordeeld hoeveel last het dier van het kenmerk heeft.
Belangrijkste bevindingen en conclusies
Schadelijke uiterlijke kenmerken kunnen de lichaamsfuncties en het gedrag van honden en katten ernstig belemmeren. In Nederland komen schadelijke uiterlijke kenmerken al veel voor bij honden. Daarom zijn er voor honden vooral maatregelen nodig om het leed te beperken. De katten in Nederland zijn nu vooral willekeurige kruisingen, meestal zonder schadelijke uiterlijke kenmerken. Maar de vraag naar katten met specifieke uiterlijke kenmerken neemt toe. Daarom zijn er voor katten vooral maatregelen nodig die verdere verspreiding van schadelijke kenmerken helpen voorkomen. De risicobeoordelingen maken duidelijk welke kenmerken prioriteit hebben en waar kennis ontbreekt.
Een extreem korte snuit (brachycefale schedelvorm) levert bij honden en katten het grootste risico voor het welzijn op. Dit betekent dat er behoorlijk wat dieren in Nederland zijn met een korte snuit en dat veel van deze dieren daar erge last van hebben.
Sommige kenmerken kunnen eenvoudig worden vastgesteld. Een kenmerk is dan wel of niet aanwezig. Veel andere kenmerken komen in verschillende gradaties voor. Het is niet altijd duidelijk dat een dier last heeft van bepaalde uiterlijke kenmerken. Alleen het meten van bijvoorbeeld de lengte van de snuit, de hoeveelheid huidplooien of de lengte van de poten is dan niet genoeg. Zo’n meting laat nog niet zien vanaf welk punt een kenmerk schadelijk wordt. BuRO heeft daarom ook gekeken naar mogelijke signalen dat een dier last heeft van uiterlijke kenmerken, zoals kreupelheid, geluiden bij het ademen, pijn en afwijkend gedrag. Maar er is meer onderzoek nodig om te bepalen wanneer een kenmerk gevolgen heeft voor de gezondheid en het gedrag van het dier en welke signalen hiervoor het best gebruikt kunnen worden.
De adviezen en de risicobeoordelingen worden verder toegelicht in de bijbehorende documenten. De leeswijzer is opgenomen in het document met het advies.