Stel uniforme eisen vast voor de bemonstering van zaaizaden. Die eisen moeten zorgen dat de genomen monsters betrouwbaar en representatief zijn voor de hele zaadpartij. Dat adviseert bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) aan de directeur van de National Plant Protection Organization (NPPO). De NPPO kan monsters die voldoen aan deze eisen gebruiken bij officiële bemonstering en bij bemonstering door marktdeelnemers onder officieel toezicht.
Download: Advies van de directeur bureau Risicobeoordeling & onderzoek over de bemonstering van zaaizaden voor officiële doeleinden
Download: Managementreactie op BuRO-advies bemonstering van zaaizaden voor officiële doeleinden
Overige adviezen
BuRO adviseert de NPPO daarnaast om:
- op basis van ISPM 31 minimale steekproefgroottes vast te stellen voor alle gewassen
- marktdeelnemers alleen voor officiële doeleinden te laten bemonsteren als zij door de NPPO zijn erkend volgens ISPM 45
- het toezicht op bemonstering door marktdeelnemers te richten op een juiste koppeling tussen zaadpartijen, monsters en toetsuitslagen
Aanleiding
Bij export van zaaizaden naar landen buiten de Europese Unie moeten partijen voldoen aan de fytosanitaire eisen van het land van bestemming. Pas dan kan de NPPO een officieel fytosanitair certificaat afgeven. Om aan te tonen dat een zaadpartij vrij is van schadelijke organismen kan een laboratoriumtoets of visuele inspectie nodig zijn. Hiervoor wordt eerst een monster genomen uit de zaadpartij. De NPPO heeft BuRO gevraagd te adviseren over de randvoorwaarden voor een betrouwbare en representatieve bemonstering van zaaizaden.
Belangrijkste bevindingen
Een betrouwbare bemonstering moet herhaalbaar en herleidbaar zijn. Ook moet de monsternemer over de juiste vaardigheden en technische kennis beschikken. Voor een betrouwbare koppeling tussen de zaadpartij, het monster en de toetsuitslagen is accurate monsterregistratie essentieel.
Voor een monster dat representatief is voor de hele partij is de omvang van de steekproef belangrijk. Daarnaast moet de partij homogeen zijn van samenstelling.
Wanneer marktdeelnemers onder officieel toezicht bemonsteren, voeren zij dezelfde technische handelingen uit als bij officiële bemonstering. Omdat zij eigenaar zijn van de partij, is onafhankelijk toezicht belangrijk. Daarnaast moeten regelmatige officiële controles de resultaten van de marktdeelnemers bevestigen.
Conclusie
In Nederland wordt bij bemonstering van zaaizaden door marktdeelnemers vaak gebruikgemaakt van eisen uit bestaande kwaliteitssystemen. Deze systemen dekken een groot deel van de randvoorwaarden voor betrouwbare en representatieve bemonstering. De NPPO heeft echter niet voor alle gewassen eisen voor de minimale monstergrootte opgesteld. Ook kunnen marktdeelnemers in de praktijk bemonsteren voor officiële doeleinden zonder formele erkenning door de NPPO. Een uniforme aanpak voor bemonstering van zaaizaden ontbreekt dus nog.
Reactie van de NPPO
Naar aanleiding van de EU-noodmaatregelen voor tomato brown rugose fruit virus (ToBRFV) die tot december 2024 van toepassing waren, is in Nederland de aanpak voor bemonstering voor officiële doeleinden aangescherpt. De NPPO heeft aangegeven dat ze op basis van dit advies het toezicht op monstername voor officiële doeleinden verder gaat versterken. De volledige reactie is opgenomen in de managementreactie bij het adviesrapport.