Onderzoekers uit 11 landen werkten mee aan een internationaal onderzoek naar plantenvirussen. Dit leidde tot de identificatie van 32 nieuwe soorten. Deze ontdekking draagt bij aan meer kennis over de diversiteit van plantenvirussen en helpt de betekenis van deze virussen voor de plantgezondheid beter te beoordelen.

Het onderzoek werd opgezet door het Nederlands Instituut voor Vectoren, Invasieve planten en Plantgezondheid (NIVIP), onderdeel van de NVWA. Er waren 19 onderzoeksinstituten bij betrokken. Door virusgegevens zoals genetische sequenties vroegtijdig met elkaar te delen, konden de onderzoekers nieuwe inzichten verkrijgen in de diversiteit, verspreiding en mogelijke waardplanten van een belangrijke groep plantenvirussen: de rhabdovirussen. De resultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Archives of Virology.

Verborgen diversiteit

Met moderne analysetechnieken zoals High Throughput Sequencing (HTS) worden steeds meer onbekende virussen aangetroffen. Het onderzoek laat zien dat de diversiteit aan plantenvirussen groter is dan tot nu toe werd aangenomen.

De onderzochte virussen werden gevonden in uiteenlopende plantensoorten, afkomstig uit verschillende delen van de wereld. Zo werd hetzelfde nieuwe virus aangetroffen in peterselie in Duitsland en in het Verenigd Koninkrijk. Zulke bevindingen helpen onderzoekers om beter inzicht te krijgen in de verspreiding van virussen en hun mogelijke waardplanten.

Ook werden nieuwe virussen gevonden in wilde plantensoorten, waaronder Gewone berenklauw en Bijvoet. Veel van deze planten vertoonden geen zichtbare ziekteverschijnselen.

Samenwerking in binnen- en buitenland

Het onderzoek kwam tot stand dankzij intensieve samenwerking tussen onderzoeksinstellingen wereldwijd. Ook binnen Nederland speelde samenwerking een belangrijke rol. Monsters, sequentiedata en kennis werden uitgewisseld tussen NIVIP, Wageningen University & Research en Naktuinbouw.

Daarnaast waren verschillende onderzochte monsters afkomstig van inzendingen en inspecties van keurmeesters en fytosanitaire inspecteurs van Naktuinbouw, KCB en de NVWA.

"Dankzij het vroegtijdig delen van virusgegevens konden we verbanden leggen die afzonderlijke onderzoeken waarschijnlijk niet hadden laten zien”, zegt Marleen Botermans, plantenviroloog bij NIVIP. “Juist door vondsten uit verschillende landen samen te brengen, ontstond een veel completer beeld van de diversiteit en verspreiding van deze virussen."

Deze samenwerking maakte het mogelijk om virusvondsten uit verschillende bronnen met elkaar te vergelijken en tientallen nieuwe virussoorten te identificeren.

Van ontdekking naar risicobeoordeling

De meeste nieuw beschreven virussen zijn op dit moment uitsluitend bekend op basis van hun genetische eigenschappen. Voor veel virussen is nog onbekend of zij ziekten veroorzaken, hoe zij zich verspreiden en welke waardplanten zij hebben.

Een opvallende vondst was een nieuw virus in goudenregen (Laburnum × watereri). Dit virus werd aangetroffen in een herbariumexemplaar uit 1967 én in een levende boom. Deze ontdekking laat zien hoe historische collecties kunnen bijdragen aan nieuwe inzichten in de verspreiding en geschiedenis van plantenvirussen.

Meer kennis is nodig om de eigenschappen van de nieuw beschreven virussen beter te begrijpen. Die kennis ondersteunt de ontwikkeling van diagnostische methoden en de beoordeling van de fytosanitaire relevantie van deze virussen. Dergelijke bevindingen vormen vaak de basis voor vervolgonderzoek naar hun biologie en betekenis voor de plantgezondheid.

Belang voor plantgezondheid

Internationale handel, klimaatverandering en veranderende teeltsystemen vergroten de kans op introductie en verspreiding van plantenziekten. Daarom is het belangrijk om ook onbekende virussen in beeld te brengen.

Door vroegtijdig kennis op te bouwen over nieuwe virussoorten draagt NIVIP bij aan een betere voorbereiding op mogelijke toekomstige risico's voor de plantgezondheid. Tegelijkertijd helpt deze kennis om proportionele besluiten te nemen wanneer blijkt dat een nieuw virus juist weinig of geen risico vormt of al wijdverspreid voorkomt.

Het onderzoek onderstreept het belang van internationale samenwerking en gegevensuitwisseling voor de bescherming van de Nederlandse en internationale plantgezondheid en een betere duiding van plantenvirusdiversiteit.