Advies van BuRO over risico’s van residuen van gewasbeschermingsmiddelen op geïmporteerde rozen

Op geïmporteerde rozen en andere snijbloemen kunnen residuen van gewasbeschermingsmiddelen aanwezig zijn. Zorg dat hier regelgeving voor komt, zodat er geen gezondheids- en milieurisico’s kunnen ontstaan. Dit adviseert bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en aan de staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport.

Overige adviezen aan de minister en staatssecretaris

BuRO geeft daarnaast de volgende adviezen aan de minister en staatssecretaris:

  • Zorg ervoor dat bloemisten, veilingmedewerkers, inspecteurs en anderen die beroepsmatig met geïmporteerde rozen en andere snijbloemen in aanraking komen de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (conform EN374-2016) correct gebruiken. Dit is extra belangrijk zolang er geen regels zijn voor residuen van gewasbeschermingsmiddelen op snijbloemen.
  • Ontraad de consumptie van rozenblaadjes van rozen die niet specifiek voor dat doel geteeld zijn.
  • Roep consumenten en bedrijven op om afval van geïmporteerde rozen en andere snijbloemen niet bij het gft-afval of op de composthoop te deponeren.

Advies aan de NVWA

BuRO brengt ook een advies uit aan de inspecteur-generaal van de NVWA. Het advies luidt: zorg ervoor dat inspecteurs en andere werknemers van de NVWA die met geïmporteerde rozen en andere snijbloemen in aanraking komen de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (conform EN374-2016) correct gebruiken.

Aanleiding voor het onderzoek

In 2020 heeft BuRO onderzoek gedaan naar risico’s in de sierteeltketen. Toen kwam naar voren dat Nederland veel snijbloemen importeert uit landen van buiten de Europese Unie (EU). Deze bloemen kunnen hoge gehaltes aan residuen van verschillende gewasbeschermingsmiddelen bevatten. Dit levert mogelijk een risico op voor consumenten en werkers in de bloemensector. Bovendien kunnen deze residuen in het milieu terechtkomen, bijvoorbeeld door het composteren van bloemen.

Daarom adviseerde BuRO om verder onderzoek te doen naar de aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen op geïmporteerde snijbloemen.

Onderzoeksvragen en aanpak

Voor dit onderzoek heeft BuRO de volgende onderzoeksvragen opgesteld:

  • Levert de aanwezigheid van residuen van gewasbeschermingsmiddelen op rozen uit landen buiten de EU een risico op voor werkers in de bloemensector en/of voor consumenten in Nederland?
  • Levert de aanwezigheid van residuen van gewasbeschermingsmiddelen op rozen afkomstig uit landen buiten de EU een risico op voor bodemorganismen en/of bijen in Nederland?

BuRO heeft rozenmonsters genomen en laten analyseren. Er zijn geen bestaande methoden om risico’s voor mens of milieu in te schatten op basis van gemeten concentraties van stoffen in of op rozen. Daarom heeft BuRO het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gevraagd om een risicobeoordeling voor werkers en consumenten op te stellen. Deze risicobeoordeling is gebruikt bij het beantwoorden van de eerste onderzoeksvraag. Om de risico’s in te schatten voor bodemorganismen en bijen, die via de bodem aan de residuen worden blootgesteld, heeft BuRO zelf een risicobeoordeling opgesteld.

Antwoord op de onderzoeksvragen

Levert de aanwezigheid van residuen van gewasbeschermingsmiddelen op rozen uit landen buiten de EU een risico op voor werkers in de bloemensector en/of voor consumenten in Nederland?

De aanwezigheid van residuen van gewasbeschermingsmiddelen op geïmporteerde rozen geeft mogelijk een gezondheidsrisico voor bloemisten en inspecteurs die beroepsmatig met rozen in aanraking komen. Dit is vooral zo als zij geen gebruik maken van persoonlijke beschermingsmiddelen. Maar ook als zij met bedekte armen en benen en met handschoenen werken, kan een gezondheidsrisico niet worden uitgesloten. Het is dan nog steeds mogelijk dat de stoffen via de huid binnendringen.

Op de bemonsterde rozen zijn stoffen aangetroffen die verboden zijn in de EU. Rozen waarop deze stoffen zitten, mogen hier wel worden verhandeld. Onder de stoffen die een mogelijk gezondheidsrisico opleveren, bevinden zich stoffen die kanker kunnen veroorzaken (carcinogene stoffen), stoffen die genen kunnen beschadigen (mutagene stoffen) en stoffen die schadelijk zijn voor de voortplanting of het nageslacht (reprotoxische stoffen). Sommige stoffen zijn schadelijk voor het ongeboren kind of schadelijk voor de zuigeling via borstvoeding. Ook zijn er 2 stoffen aangetroffen die mogelijk genotoxisch zijn: ze kunnen lichaamscellen binnendringen en daar het DNA beschadigen. Bij deze stoffen maakt het niet uit hoe hoog de concentratie is, er is altijd een gezondheidsrisico als ze aanwezig zijn. Daarnaast zijn er stoffen aangetroffen die tot contacteczeem kunnen leiden.

Consumenten worden aan de aangetroffen residuen blootgesteld via huidcontact, hand-mondcontact, incidenteel sabbelen en inhalatie. De verwachting is dat de meeste stoffen geen gezondheidsrisico opleveren. Er is wel een gezondheidsrisico bij consumptie van rozenblaadjes van rozen die daar niet voor bestemd zijn. Dit is met name het geval voor kleine kinderen.

Tot slot is er een risico dat schimmels resistent worden tegen azolen, die zowel in gewasbeschermingsmiddelen als in geneesmiddelen gebruikt worden tegen schimmels. Dit kan gebeuren als deze rozen bij het groenafval terecht komen.

Levert de aanwezigheid van residuen van gewasbeschermingsmiddelen op rozen afkomstig uit landen buiten de EU een risico op voor bodemorganismen en/of bijen in Nederland?

Er is mogelijk een risico voor bodemorganismen en bijen als afval van geïmporteerde rozen uit landen buiten de EU bij het groenafval terechtkomt en op die manier in compost wordt verwerkt.

Er is vervolgonderzoek nodig om te bepalen op welke wijze afval van geïmporteerde rozen en andere snijbloemen en sierteeltproducten veilig kan worden afgevoerd.

Vervolgonderzoek

In dit onderzoek is gekeken naar residuen op rozen uit landen van buiten de EU. Naast rozen worden veel andere snijbloemen en sierteeltproducten uit landen buiten de EU geïmporteerd. Deze producten bevatten ook residuen van gewasbeschermingsmiddelen. Daardoor worden mens en milieu aan nog meer stoffen blootgesteld, en nemen de risico’s mogelijk toe. Voor een completer beeld is vervolgonderzoek nodig naar residuen op andere snijbloemen en sierteeltproducten geïmporteerd uit landen buiten de EU, en naar residuen op eetbare bloemen op de Nederlandse markt.