Houd vast aan de eis dat ten minste 99% zuiver CO2 wordt gebruikt in de glastuinbouw en voedingsmiddelenindustrie. Voer daarnaast regelmatige kwaliteitscontroles uit. Dit adviseert bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) aan de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).
Aanleiding voor het onderzoek
Telers in de glastuinbouw voegen extra CO2 aan de lucht toe om planten optimaal te laten groeien. Dit zorgt voor een hogere opbrengst. CO2 voor kassen komt nu nog voornamelijk uit de verbranding van aardgas in ketels en warmtekrachtkoppelingen (WKK's). In 2040 wil de glastuinbouw klimaatneutraal zijn en geen fossiele brandstoffen meer gebruiken. Daarom moet alle CO2 tegen die tijd uit andere bronnen komen.
CO2 uit afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) in Nederland of andere industrie of scheepvaart kan worden afgevangen en geleverd aan de glastuinbouw en de voedingsmiddelenindustrie (onder andere aan koolzuurfabrieken). Maar de omgevingsdiensten zijn bang dat de CO2 van industrieën verontreinigd kan zijn. Daardoor ontstaat er mogelijk een risico voor plant en mens. Dee omgevingsdienst moet een einde-afvalstatus afgeven, en dat mag alleen als er geen negatieve effecten voor het milieu of de gezondheid zijn.
Door BuRO is onderzocht welke maximale verontreiniging toelaatbaar is met het oog op voedselveiligheid als afgevangen CO2 wordt gebruikt in de glastuinbouw en de voedingsmiddelenindustrie.
Om een risicobeoordeling over voedselveiligheid van groenten in Nederlandse kassen te kunnen maken, moeten de (maximale) specificaties van het in kassen geblazen CO2 bekend zijn, evenals de verwachte hoeveelheden. Dat betekent dat de verontreinigingen (stoffen) nauwkeurig benoemd en gespecificeerd moeten zijn. Dit is nu niet het geval. Een voorzichtige, voorlopige conclusie van dit advies is dat bij 99% zuiver CO2 er waarschijnlijk geen zorgen over voedselveiligheid zijn.
Advies aan de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Houd vast aan de eis dat ten minste 99% zuiver CO2 wordt gebruikt in de glastuinbouw en voedingsmiddelenindustrie. Dit beperkt de aanwezigheid van vervuilende stoffen die gevaarlijk kunnen zijn voor de voedselveiligheid.
- Voer regelmatige kwaliteitscontroles uit en zoek daarbij gericht naar specifieke stoffen uit de verbranding. Voer voor deze stoffen een risicobeoordeling uit volgens de in dit advies aangegeven methodiek met toetsing aan gezondheidskundige grenswaarden.
Beantwoording van de gestelde vragen
1. Welke maximale verontreiniging is toelaatbaar met het oog op voedselveiligheid als afgevangen CO2 wordt gebruikt in de glastuinbouw en de voedingsmiddelenindustrie?
Bij BuRO is de samenstelling van afgevangen CO2 niet bekend. Ook is niet bekend of er afspraken over maximale concentraties zijn gemaakt. De volgende berekening is gemaakt op basis van aannames, namelijk dat groente 15 kg CO2/m2 per jaar en 50% van een verontreiniging opneemt uit afgevangen CO2. Voor de 4 meest verbouwde groenten in Nederlandse kassen betekent een verontreiniging van 1 µg/kg CO2 (0,0000001%) dan het volgende:
- Peuters krijgen 0,57 ng/kg lichaamsgewicht per dag binnen van een verontreiniging.
- Volwassenen krijgen 0,26 ng/kg lichaamsgewicht per dag binnen.
Vanuit afgevangen CO2 kunnen er dus vervuilende stoffen terechtkomen in voedingsmiddelen. Voor een aantal van deze stoffen geldt dat het beter is dat mensen hier niet meer van binnenkrijgen. Maar de hoeveelheid die mensen binnenkrijgen via in kassen verbouwde groenten (waarbij afgevangen CO2 is gebruikt) zal klein zijn.
2. Welke risicomanagementmaatregelen kunnen worden overwogen voor veilig gebruik van afgevangen CO2-gas?
In deze risicobeoordeling zijn vrij conservatieve benaderingen toegepast: er is uitgegaan van een dosering van 15 kg CO2/m2 per jaar, een jaarronde productie van tomaat en 50% opname van stoffen uit ingeblazen CO2. Voor een aantal verontreinigende stoffen wordt de gezondheidskundige grenswaarde al overschreden door de chronische dagelijkse voeding en is het onwenselijk meer van die stof aan de voeding toe te voegen. Maar de bijdrage van een verontreiniging zoals geschat zal in de meeste gevallen (wanneer de verontreiniging minimaal is) slechts beperkt bijdragen aan de totale inname van die verontreiniging. Voor de consumptie van frisdranken geldt eenzelfde conclusie, waarbij de bijdrage van een verontreiniging uit CO2 beperkt is (geschat op <0,2%). In hoeverre deze bijdrage acceptabel is en in hoeverre reductie van de totale inname door andere voedingsmiddelen kan worden bereikt, zijn risicomanagementbesluiten.
Om vast te stellen welke concentraties verontreinigingen maximaal zijn toegestaan, moeten deze stoffen eerst gemeten kunnen worden. In gezuiverd CO₂-gas zijn verontreinigingen makkelijker te meten dan in rookgas, omdat het gas gezuiverd is. Dit maakt het mogelijk om gevoelige analysetechnieken te gebruiken.