Start een survey naar biocideresiduen in levensmiddelen en geef daarbij voorrang aan veel geconsumeerde bewerkte en verwerkte levensmiddelen. Dit advies geeft bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Download: Advies van de directeur bureau Risicobeoordeling & onderzoek over risicobeoordeling van biocideresiduen in levensmiddelen
Download: Managementreactie NVWA op advies van BuRO over biocideresiduen in levensmiddelen
Overige adviezen
In opdracht van BuRO heeft RIVM een prioritering van (werkzame) stoffen in biociden aangebracht, voor monitoring in vlees- en zuivelproductieketens. BuRO adviseert om deze prioriteringsmethode te gebruiken voor de survey, mede omdat ze specifiek is gericht op de situatie in Nederland. Daarnaast adviseert BuRO de NVWA om de ontwikkeling van analysemethodes voor biocideresiduen in levensmiddelen te bevorderen.
Aan de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport geeft BuRO het advies om de uitkomsten van de survey onder de aandacht te brengen in Europees verband. Deze informatie kan namelijk worden gebruikt bij de prioritering van (werkzame) stoffen voor het vaststellen van maximum residulimieten (MRL’s). Bovendien adviseert BuRO de staatssecretaris om het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat over dit advies te informeren, omdat zij betrokken zijn bij de Europese evaluatie van de Biocidenverordening.
Achtergrond en onderzoeksvraag
Biociden zijn middelen om schadelijke of ongewenste organismen te bestrijden, zoals desinfectiemiddelen. Deze worden in voedselproductieketens gebruikt om de microbiële veiligheid te verhogen. Er kunnen residuen (resten) van deze middelen in levensmiddelen achterblijven.
Het is momenteel niet mogelijk om de risico’s van deze residuen voor de voedselveiligheid te beoordelen. BuRO vindt dat dit nader onderzocht moet worden en heeft de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: ‘Wat is nodig voor een risicobeoordeling van biocideresiduen in levensmiddelen?’
Beantwoording van de onderzoeksvraag
Voor een risicobeoordeling van biocideresiduen in levensmiddelen is informatie nodig over zowel de aanwezigheid van residuen in levensmiddelen, als de mogelijke gezondheidseffecten (toxiciteit) van deze stoffen. Toxiciteitsgegevens zijn meestal beschikbaar, maar voor veel stoffen in biociden is er geen tot weinig informatie over de gehalten in levensmiddelen. Ook zijn er voor weinig stoffen in biociden maximum residulimieten (MRL’s) vastgesteld.
Op dit moment bestaat er daardoor een vicieuze cirkel. Het meten van de hoeveelheid residu door de NVWA en het vaststellen van MRL’s in wetgeving wachten op elkaar. Deze cirkel kan doorbroken worden door te beginnen met een survey naar een selectie van werkzame stoffen in veel geconsumeerde levensmiddelen.
In een volgende fase kan deze survey uitgebreid worden met metingen in een grotere groep levensmiddelen en met andere werkzame stoffen. Ook kunnen in een latere fase, naast werkzame stoffen, andere stofgroepen worden onderzocht die ook in levensmiddelen terecht kunnen komen door biocidegebruik. Zoals omzettingsproducten, hulpstoffen, isomeren en bijproducten.
Deze gegevens kunnen vervolgens worden gebruikt bij het opstellen van MRL’s. Deze MRL’s kunnen helpen bij het toezicht door de NVWA.