Quarantaine-organismen moeten op een veilige manier vernietigd of verwerkt worden. Is er een Q-organisme ontdekt bij uw bedrijf? U moet zelf regelen dat het besmette materiaal wordt vernietigd. Zoek daarvoor een vernietigingslocatie die de partij op de juiste manier kan verwerken. Heeft u zelf een vernietigingslocatie? Bekijk hoe u opgenomen kunt worden in het register vernietigingslocaties.
Vernietigingslocaties opzoeken
U kunt in een register bedrijven opzoeken die besmet plantaardig materiaal veilig kunnen verwerken. Daarnaast kunt u op een kaart zoeken naar een geschikte vernietigingslocatie bij u in de buurt. Deze bedrijven zijn door ons gecontroleerd en goedgekeurd.
Soorten vernietigingslocaties
Planten of plantendelen met daarin een Q-organisme kunnen op verschillende manieren worden vernietigd of verwerkt. Daarom vindt u op de lijst meerdere soorten vernietigingslocaties. Waaronder vuilverbrandingsinstallaties, wasplaatsen waar vrachtwagens gereinigd en ontsmet kunnen worden, vergistingsinstallaties en composteringsbedrijven.
Registratie als vernietigingslocatie aanvragen
Heeft u een vernietigingslocatie, of wilt u een locatie starten? En wilt u worden opgenomen in het register vernietigingslocaties Q-organismen? Dan kunt u bij ons een registratie aanvragen.
- Bekijk eerst of uw bedrijf voldoet aan de algemene voorwaarden en aanvullende eisen. U vindt deze onderaan deze pagina.
- U kunt vervolgens het Aanvraagformulier vernietigingslocaties invullen en opsturen naar planningfytogwb@nvwa.nl.
- Hierna nemen we contact met u op om een afspraak te plannen.
- Wij controleren of uw bedrijf voldoet aan de voorwaarden en aanvullende eisen. Is dat het geval, dan zullen we uw bedrijf opnemen in het register vernietigingslocaties.
Bedrijven kunnen u hierna vinden via het overzicht op onze website en contact met u opnemen. Zij hebben hiermee een garantie dat u aan de voorwaarden voldoet.
Algemene voorwaarden voor registratie
- Verwerker beschikt over een betrouwbaar systeem van interne beheersing, controle en registratie. De volgende onderdelen worden in ieder geval geregistreerd:
- Aanvoerdatum en tijdstip
- Verwerkings/vernietigingsdatum en tijdstip
- Wijze van verwerking/vernietiging
- Opslag en afvoer van restproducten
- Indien verwerker planten ontvangt, waarvan de eigenaar of houder heeft aangegeven, of verwerker redelijkerwijs kan vermoeden, dat deze planten zijn besmet met een quarantaineorganisme, past verwerker een proces van verwerking toe, dat verspreiding van het quarantaineorganisme uitsluit.
- De eisen die zijn gekoppeld aan de toe te passen werkwijze voor de fytosanitair veilige verwerking van planten(resten) en andere materialen op de locatie vindt u direct onder deze algemene voorwaarden. Bij wijziging van de eisen, is de actuele versie van toepassing. De NVWA informeert de bedrijven over wijzigingen van de eisen voor verwerking.
- Indien verwerker plant(rest)en en andere materialen verwerkt of voorbewerkt en daarbij een restproduct voortbrengt dat drager van het quarantaineorganisme kan zijn, is verwerker verplicht het restproduct op een fytosanitair veilige wijze af te zetten. Dit kan door het restproduct af te zetten naar een locatie die is opgenomen in het 'Register vernietigingslocaties' of af te zetten op een andere door de NVWA-inspecteur goedgekeurde wijze. In dat geval dient het bedrijf te kunnen garanderen dat dit niet afgezet wordt in de land- of tuinbouw.
- Verwerker draagt van een partij planten geen planten over naar een andere locatie wanneer de verwerker de mededeling heeft gekregen, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat die planten zijn aangetast door een quarantaineorganisme.
- Verwerker verleent medewerking aan inspectiebezoeken van een NVWA-inspecteur op de naleving van de voorwaarden en aanvullende eisen voor de vermelding in het 'Register vernietigingslocaties'.
- Verwerker verleent medewerking aan inspectiebezoeken van medewerkers van de Keuringsdiensten (NAK, Naktuinbouw, KCB, BKD) of een NVWA-inspecteur, die toezicht uitoefenen op de aanvoer van en/of het fytosanitair veilig verwerken van planten die zijn besmet met een quarantaineorganisme.
- Indien verwerker diens locatie die is vermeld in het 'Register vernietigingslocaties', niet gepubliceerd wil hebben op de NVWA-website, meldt de verwerker dit schriftelijk of geeft dit aan in het aanmeldingsformulier. De NVWA vermeldt de betreffende verwerkingslocatie dan niet op de NVWA-website.
- Verwerker stemt in met de werkwijze waarbij NVWA-inspecteurs of medewerkers van de Keuringsdiensten de gegevens van de in het 'Register vernietigingslocaties' vermelde locatie verstrekken aan eigenaren of houders van partijen planten die zijn besmet met een quarantaineorganisme.
- Verwerker stelt de NVWA in kennis indien het bedrijf in het verwerkingsproces op de locatie, die in het 'Register vernietigingslocaties' is vermeld, één of meer wijzigingen doorvoert, die consequenties hebben voor de fytosanitair veilige verwerking van planten die besmet zijn met een quarantaineorganisme. De kennisgeving vindt plaats met een bericht naar planningfytogwb@nvwa.nl.
- De directeur of de bedrijfsleider van het geregistreerde bedrijf wijst een contactpersoon aan, tot wie de NVWA-inspecteur of medewerkers van de Keuringsdiensten belast met toezicht, zich kunnen richten.
- Indien niet (meer) aan een of meer voorwaarden kan worden voldaan, neemt verwerker contact op met de NVWA door een bericht te sturen naar planningfytogwb@nvwa.nl. In overleg met de NVWA-inspecteur kan een werkwijze worden gevolgd die de goedkeuring heeft van de NVWA-inspecteur.
- De NVWA is niet aansprakelijk voor schade die direct of indirect het gevolg is van het verwerken van planten die besmet zijn met een quarantaineorganisme.
- Rechten en plichten voortkomend uit andere wetgeving, blijven onverminderd van toepassing. Indien verwerker niet (meer) kan voldoen aan de hiervoor bedoelde wetgeving, kan verwerker geen gebruik maken van registratie in het 'Register vernietigingslocaties'.
- Verwerker dient een geldige milieuvergunning te kunnen overleggen.
- Verwerker dient een verklaring of bewijs van vernietiging/reiniging af te geven aan de eigenaar van het vernietigde/verwerkte materiaal.
- Verwerker heeft een systeem van informatievoorziening waarbij de medewerkers belast met de uitvoering van de werkzaamheden, geïnformeerd worden dat het materiaal dat is aangevoerd, besmet is met een organisme en terstond moet worden verwerkt (uitgezonderd wasplaatsen en steenwol).
- Wanneer het bedrijf niet meer opgenomen wil zijn in het 'Register vernietigingslocaties' stelt het bedrijf de NVWA op de hoogte hiervan via planningfytogwb@nvwa.nl.
Aanvullende eisen per onderwerp
- Verwerker verwerkt met vliegende insecten besmette planten binnen 24 uur na ontvangst van de planten, en zonder de planten op het terrein op te slaan.
- Verwerker verwerkt geen planten die besmet zijn met vliegende insecten wanneer de verwerkingslocatie zich in een straal van 1 km bevindt van glastuinbouw.
- Verwerker verwerkt met vliegende insecten besmette planten binnen 24 uur na ontvangst van de planten.
- Verwerker slaat besmette planten zodanig op dat geen verstuiving of verwaaien van planten of quarantaineorganismen kan plaats vinden.
- Verwerker slaat besmette planten vanaf het moment van ontvangst op lekdichte vloeren op. Indien vloeren niet lekdicht zijn, kan verwerker geen planten ontvangen die besmet zijn met quarantaineorganismen behorend tot de categorieën bacteriën en schimmels en virussen.
- Indien verwerker bij besmette planten een voorbewerking toepast waarbij grond vrijkomt, zet verwerker deze grond op een fytosanitair veilige wijze af. Dit kan door de grond een hittebehandeling van minimaal 60 minuten bij minimaal 70ºC te geven, de grond te inunderen, volgens de daarvoor geldende NVWA-instructie voor inundatie[2], of de grond af te zetten naar een locatie niet in gebruik voor de landbouw. Dit laatste moet eenduidig herleidbaar zijn in de door verwerker bijgehouden administratie.
- Indien verwerker geen pasteurisatiestap toepast in het vergistingsproces, kan verwerker op deze locatie geen planten ontvangen besmet met bacterieziekten.
- Indien verwerker geen pasteurisatiestap toepast in het vergistingsproces, hanteert verwerker een werkwijze waarbij batch- of semi batchgewijs materiaal aan de vergistingstank wordt toegevoegd én wordt afgevoerd.
- In geval van een schimmelbesmetting bij citrus zet de verwerker het digestaat af naar een bedrijf of locatie binnen Nederland en verantwoordt de afvoer in de mestboekhouding en met gebruikmaking van het vervoerbewijs dierlijke mest conform de geldende regelgeving.
- Verwerker verwerkt besmette planten of maakt een aanvang van de verwerking van deze planten binnen 24 uur na ontvangst van de planten.
- Verwerker slaat besmette planten zodanig op dat geen verstuiving of verwaaien van planten of quarantaineorganismen kan plaats vinden.
- Verwerker slaat besmette planten vanaf het moment van ontvangst bij voorkeur op lekdichte vloeren op. Indien vloeren niet lekdicht zijn, kan verwerker geen planten ontvangen die besmet zijn met quarantaineorganismen behorend tot de categorieën bacteriën en schimmels en virussen.
- Indien verwerker bij besmette planten een voorbewerking toepast waarbij grond vrij komt, zet verwerker deze grond op een fytosanitair veilige wijze af. Dit kan door de grond een hittebehandeling van minimaal 60 minuten bij minimaal 70ºC te geven, de grond te inunderen, volgens de daarvoor geldende NVWA-instructie voor inundatie, of de grond af te zetten naar een locatie niet in gebruik voor de landbouw. Dit laatste moet eenduidig herleidbaar zijn in de door verwerker bijgehouden administratie.
- Verwerker past tunnelcompostering toe waarbij het materiaal gedurende minimaal 3 aaneengesloten dagen een temperatuur bereikt van minimaal 60º. Verwerker maakt gebruik van een temperatuur registratiesysteem waarmee de temperatuur ook op de koudste plaatsen continue wordt gemeten.
- Verwerker loost geen afvalwater op het oppervlaktewater. Voor afvalwater geldt de minimale eis afvoer naar een rioolwaterzuivering.
- In geval van een schimmelbesmetting bij citrus zet de verwerker de compost af naar een bedrijf of locatie binnen Nederland en verantwoordt de afvoer in de Mestboekhouding en met gebruikmaking van het Vervoerbewijs dierlijke mest conform de geldende regelgeving.
- Plantmateriaal dat besmet is met bacteriën, schimmels of virussen dient bij minimaal 60°C gecomposteerd te worden gedurende 3 aaneengesloten dagen. Uitgezonderd hierop zijn de Q organismen: (Voor deze Q-organismen geldt dat deze op 55°C gecomposteerd worden gedurende 3 aaneengesloten dagen):
- Xylella fastidiosa
- Phyllosticta citricarpa
- Elsinoë australis
- E.citricola
- E. fawcettii
- Verwerker verwerkt geen plantaardig materiaal dat besmet is met vliegende insecten wanneer de verwerkingslocatie zich in een straal van 1 km bevindt van glastuinbouw.
- Voor zover opslag van besmette planten op de locatie plaatsvindt, draagt verwerker zorg dat geen verstuiving van materiaal of anderszins verspreiding van het organisme kan plaatsvinden.
- Verwerker slaat besmette planten vanaf het moment van ontvangst bij voorkeur op lekdichte vloeren op. Indien vloeren niet lekdicht zijn, kan verwerker geen planten ontvangen die besmet zijn met quarantaineorganismen behorend tot de categorieën bacteriën en schimmels en virussen.
- Het plantmateriaal dient gecomposteerd te worden waarbij composthoop minimaal driemaal is omgezet en na elke omzetting de temperatuur in de composthoop ten minste 60°C bereikt gedurende minimaal 24 uur en het percolaat fytosanitair verantwoord afgevoerd wordt. Het materiaal dient volledig te worden gecomposteerd (dus na afloop van het proces volledig vergaan en gedesintegreerd).
- Verwerker dient te beschikken over een temperatuurregistratiesysteem waarmee de temperatuur regelmatig en op verschillende locaties tijdens de verwerking gemeten en geregistreerd wordt.
- Voor zover opslag van aardappelen aan de orde is, slaat verwerker de (waarschijnlijk) besmette aardappelen vanaf het moment van ontvangst op lekdichte vloeren op. Indien vloeren niet lekdicht zijn, kan verwerker geen aardappelen ontvangen die (waarschijnlijk) besmet zijn met bruin- of ringrot.
- Verwerker loost geen lekwater of afvalwater op het oppervlaktewater. Verwerker voert lek- of afvalwater op een fytosanitair veilige wijze af. Dit betekent dat het water wordt verhit tot minimaal 95º bij minimaal 30 seconden, tot minimaal 85º bij minimaal 3 minuten, of tot minimaal 70º bij minimaal 60 minuten. Afvoer van lekwater of afvalwater is fytosanitair veilig bij afvoer naar een erkende rioolwaterzuiverings-installatie van het verwerkende bedrijf of naar een publieke rioolwater-zuiveringsinstallatie.
- Verwerker zet tarragrond van aardappelen op fytosanitair veilige wijze af. Indien de locatie van verwerker staat vermeld in het Register erkende verwerkers aardappeltarragrond voldoet verwerker aan de eis door de grond af te zetten volgens de voorwaarden die aan de vermelding in het register verbonden zijn, met dien verstande dat bij afzet van de tarragrond naar een landbouwperceel deze afzet de goedkeuring behoeft van de inspecteur van de NVWA. Indien de tarragrond afkomstig is van aardappelen waarschijnlijk besmet met aardappelwratziekte of met bruin- of ringrot, is afzet van deze grond uitsluitend buiten de landbouw toegestaan. Ook in deze situatie is de goedkeuring van de inspecteur NVWA vereist voor toetsing op het risico van besmetting van het oppervlaktewater in gebieden waar geen beregeningsverbod van toepassing is. Daarnaast kan verwerker de tarragrond een hittebehandeling geven van minimaal 60 minuten bij minimaal 70ºC of de grond inunderen volgens de daarvoor geldende NVWA-instructie voor inundatie[1] én dit wordt uitgevoerd ten genoegen van de inspecteur NVWA.
- Indien verwerker tarragrond op de bedrijfslocatie verzamelt alvorens de grond af te voeren, treft verwerker maatregelen zodat de grond niet kan verstuiven of dat anderszins verspreiding van quarantaineorganismen plaatsvindt. Dit kan door de grond onder water te zetten of af te dekken. Voorts voorkomt verwerker dat onbevoegden toegang hebben tot de verzamelde tarragrond.
- Apparatuur of machines die gebruikt is of zijn voor de verwerking van aardappelen die waarschijnlijk besmet zijn met een quarantaineorganisme, mogen niet worden gebruikt voor de behandeling van pootaardappelen, tenzij de apparatuur en/of machines ten genoegen van de NVWA-inspecteur[2] zijn gereinigd en ontsmet.
- De verwerker dient een registratie bij te houden waarmee de tracering van de reiniging en/of ontsmetting van de landbouwmachine of vrachtwagen uitgevoerd kan worden.
- Verwerker verwerkt grond die besmet is met vliegende insecten direct zonder dat de grond op het terrein wordt opgeslagen.
- Verwerker verwerkt geen grond die besmet is met vliegende insecten wanneer de verwerkingslocatie zich in een straal van 1 km bevindt van glastuinbouw.
- Voor zover opslag van besmette grond op de locatie plaatsvindt, draagt verwerker zorg dat geen verstuiving van materiaal of anderszins verspreiding van het organisme kan plaatsvinden.
- Verwerker slaat besmette grond vanaf het moment van ontvangst op lekdichte vloeren op. Indien vloeren niet lekdicht zijn, kan verwerker geen grond ontvangen die besmet is met quarantaineorganismen behorend tot de categorieën bacteriën en schimmels en virussen.
- Grond dat besmet is met Q organismen wordt op een dergelijke manier behandeld waardoor alle aanwezige Q organismen vernietigd worden. Bijv. door het verhitten van de grond op hoge temperaturen.
- Verwerker dient te beschikken over een temperatuurregistratiesysteem waarmee de temperatuur regelmatig en op verschillende locaties tijdens de verwerking gemeten en geregistreerd wordt.
- Verwerker verwerkt planten die besmet zijn met vliegende insecten direct zonder dat de planten op het terrein worden opgeslagen.
- Verwerker verwerkt geen plantaardig materiaal dat besmet is met vliegende insecten wanneer de verwerkingslocatie zich in een straal van 1 km bevindt van glastuinbouw.
- Verwerker slaat besmette steenwol vanaf het moment van ontvangst bij voorkeur op lekdichte vloeren op. Indien vloeren niet lekdicht zijn, kan verwerker geen steenwol ontvangen die besmet is met quarantaineorganismen behorend tot de categorieën bacteriën en schimmels.
- Steenwolmatten worden uitsluitend aangevoerd in lekdichte en afgedekte containers.
- Bij het ontsmetten van landbouwmachines of vrachtwagens worden uitsluitend voor het doel toegelaten ontsmettingsmiddelen gebruikt.
- Na de ontsmetting dienen de landbouwmachines of vrachtwagens vrij te zijn van grond en gewasresten.
- Het reinigen of ontsmetten wordt uitgevoerd onder toezicht van de NVWA.
- De wasplaats dient een registratie bij te houden waarmee de tracering van de reiniging en/of ontsmetting van de landbouwmachine of vrachtwagen uitgevoerd kan worden.
- Het afvalwater of spoelwater van de wasplaats dient fytosanitair veilig worden afgevoerd.
- Verwerker verwerkt planten die besmet zijn met vliegende insecten direct zonder dat de planten op het terrein worden opgeslagen.
- Verwerker dient te beschikken over een temperatuurregistratiesysteem waarmee de temperatuur regelmatig en op verschillende locaties tijdens de verwerking gemeten en geregistreerd wordt.
- Voor het ontsmetten van een groeimedium besmet met insecten en mijten met een laag verspreidingsvermogen geldt dat dit op een temperatuur van minimaal 70°C dient te worden gebracht gedurende 5 minuten.
- Voor het ontsmetten van kleine hoeveelheden plantmateriaal dat besmet is met bacteriën en schimmels (m.u.v. Synchytrium) geldt dat dit op een temperatuur van minimaal 80°C dient te worden gebracht gedurende 30 minuten.
- Voor het ontsmetten van plantmateriaal besmet met nematoden wordt bij verhitting in een mobiele stoominstallatie een temperatuur bereikt van minimaal 90°C gedurende 20 minuten of minimaal 70°C gedurende 60 minuten.
- Voor het ontsmetten van plantmateriaal besmet met het Citrus tristeza virus of Cotton leaf curl Gezira virus wordt bij verhitting in een mobiele stoominstallatie een temperatuur bereikt van minimaal 60°C gedurende 30 minuten.
- Verwerker verwerkt planten die besmet zijn met vliegende insecten direct zonder dat de planten op het terrein worden opgeslagen.
- Verwerker verwerkt geen plantaardig materiaal dat besmet is met vliegende insecten wanneer de verwerkingslocatie zich in een straal van 1 km bevindt van glastuinbouw.
- Voor zover opslag van besmette planten op de locatie plaatsvindt, draagt verwerker zorg dat geen verstuiving van materiaal of anderszins verspreiding van het organisme kan plaatsvinden.
- Het storten van plantaardig materiaal besmet met een Q organisme kan alleen plaatsvinden wanneer de provincie de vereiste vergunning heeft verleend.
- Een besmette partij dient direct gestort te worden en afgedekt met een laag ander afval van tenminste 1 meter hoog.