De NVWA streeft naar een samenleving waarin iedereen gemotiveerd is om dieren een dierwaardig bestaan te geven. Dit is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van degene die verantwoordelijk is voor het dier. Bij het toezicht op dierenwelzijn beoordelen we diverse aspecten die bepalend zijn voor het welzijn. Vertrekpunt daarbij is de erkenning van, en het voorzien in, de intrinsieke waarde en de integriteit van het dier. Bij landbouwhuisdieren richten we ons op diverse schakels in de keten: de fokkerij, de primaire bedrijven, het transport, het doden van dieren en de slacht. We zien toe op het dierenwelzijn bij instellingen en bedrijven die dierproeven uitvoeren en/of proefdieren fokken. Ook houden we toezicht op het bedrijfsmatig houden van honden en katten en andere gezelschapsdieren waaronder exoten, dieren in de dierentuin, circusdieren en in bepaalde gevallen ook hobbymatig gehouden dieren. Naast fysiek toezicht voeren we ook uit administratieve controles en internettoezicht uit.

Ons toezicht omvat veel meer dan het uitvoeren van inspecties. We werken ook aan het ontwikkelen van nieuwe toezichtsmethoden en -technieken, aan handhavings- en risicovoorlichting en aan hulp bij naleving. Ook bereiden we ons voor op inwerkingtreding van nieuwe wet- en regelgeving (zoals rondom dierwaardige veehouderij), waartoe we overleg voeren en samenwerken met andere betrokken partijen. Zo spelen we een verbindende rol op het gebied van dierenwelzijn. We vervullen daarbij ook een signalerende rol als er nieuwe risico’s voor dierenwelzijn ontstaan of als risico’s onderbelicht blijven en wetgeving daarover achterblijft.

We focussen ons toezicht daar waar we de grootste risico’s verwachten én waar we de meeste impact kunnen hebben. We hebben daarbij oog voor kleinere diergroepen en nichemarkten. Bij misstanden grijpen we daadkrachtig in, zacht waar het kan en hard waar het moet: gericht op effect.

Focus toezicht in 2026

Een dierwaardig bestaan voor elk dier, altijd. Dit streven komt voort uit de overtuiging dat alle dieren recht hebben op een goede behandeling en een omgeving die bijdraagt aan hun welzijn.

Dat betekent dat ons toezicht gericht is op:

  • de borging van het welzijn van landbouwhuisdieren door houders op primaire bedrijven, bij transport en tijdens het doden en slachten;
  • de borging van het welzijn van bedrijfsmatig gehouden honden en katten, dierentuin- en proefdieren, en bedrijfsmatig en hobbymatig gehouden exotische dieren;
  • het bepalen waar het toezicht op het welzijn van diercategorieën tot dit moment beperkt is maar meer toezicht vraagt gezien de risico’s voor het welzijn.
  • het inzetten van onze middelen waar dat het hardst nodig is en het meest effectief is. We maken risico- en doelgroepgericht, kennisgedreven en transparante keuzes. Het dier staat daarbij centraal. Dit houdt in dat we niet de capaciteit hebben om op te treden bij elk incident met dierenwelzijn.

Het voldoen aan geldende wet- en regelgeving is niet voldoende om het dierenwelzijn te borgen. Daarbij komt dat houders van dieren ook schadelijk gedrag kunnen vertonen waarvoor (nog) geen wet- en regelgeving is geformuleerd. Van houders en markt- en ketenpartijen wordt verwacht dat zij op basis van nieuwe inzichten handelen om het welzijn van hun dieren goed te waarborgen.

In ons toezicht kiezen we voor een risicogerichte aanpak, zodat we vooral daar toezicht houden waar dit het meest effect heeft. Ons uitgangspunt hierbij is dat de verantwoordelijkheid voor dierenwelzijn in de eerste plaats bij de dierhouder ligt en daarnaast bij andere ketenpartijen in de dierlijke sector. Hiervoor versterken we onze informatiepositie en werken we intensief samen met andere partijen. We leveren een proactieve bijdrage bij de ontwikkeling, totstandkoming en implementatie van beleid en wet- en regelgeving op het gebied van dierenwelzijn. Verder zorgen we ervoor dat we kunnen beschikken over de informatie die nodig is voor het toezicht. Daarbij richten we ons als toezichthouder met name op eisen aan wet- en regelgeving op het vlak van handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid.

Risico’s

  • Onvoldoende vakmanschap en kennis bij houders van dieren, ontoereikende huisvesting, verzorging en onzorgvuldig handelen bij het hanteren, laden, vervoeren en doden van dieren zijn risico’s die het welzijn van dieren kunnen schaden.
  • Het laten prevaleren van economische belangen boven het welzijn van dieren.
  • Privéomstandigheden waardoor de houder de door hem gehouden dieren niet goed verzorgt.
  • Bij houders van wilde dieren ontbreken kennis en kunde over de verzorging. Ook dierenartsen hebben onvoldoende kennis.
  • Het meenemen van honden en katten uit andere landen vanuit de gedachte goed te doen voor het welzijn van deze dieren, brengt zonder naleving van de regels het risico mee van invoer van onder andere hondsdolheid. Dit kan ook grote gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen.
  • De snelheid waarmee dieren worden verhandeld. Dieren worden soms in korte tijd diverse malen doorverkocht, mede gefaciliteerd door sociale media.
  • Nieuwe regelgeving die in het kader van dierenwelzijn in werking treedt, en die als onvoldoende handhaafbaar en uitvoerbaar wordt beschouwd, brengt het risico met zich mee dat toezicht op dierenwelzijn ernstig bemoeilijkt of zelfs onmogelijk wordt.
  • Een beperkt handelingsperspectief van houders omdat andere ketenpartijen dan de houders bepalend zijn voor zaken zoals voeding, huisvesting en de logistiek van transport.
  • Het niet (snel genoeg) komen tot een transitie van de dierlijke productieketen gebaseerd op een integrale langetermijnvisie die niet alleen gericht is op een dierwaardige (vee)houderij, maar die ook voorziet in andere maatschappelijke opgaven als natuur, milieu, klimaat, water, bodem en het voldoen aan daaraan gerelateerde wet- en regelgeving.

Aandeel publiek belang Dierenwelzijn

Urenverdeling per domein binnen publiek belang Dierenwelzijn