We zetten ons in voor een dierwaardig bestaan voor elk dier, altijd. Dit streven komt voort uit de overtuiging dat alle dieren recht hebben op een goede behandeling en een omgeving die bijdraagt aan hun welzijn.
Voor het verbeteren van dierenwelzijn werken we samen met diverse stakeholders, zoals maatschappelijke organisaties, brancheorganisaties en bedrijven.
Ons toezicht richten we op alle relevante aspecten van een dierwaardige omgang met dieren. Denk hierbij aan handelingen, huisvesting, verzorging, vervoeren, verzamelen en het doden van dieren. We focussen onze inspanningen op plaatsen en situaties waar de grootste welzijnsrisico's worden verwacht, om zo de meeste impact te kunnen maken voor zowel een groot aantal dieren als voor een individueel dier.
Trends en ontwikkelingen
In delen van de maatschappij is een vooruitstrevend denkbeeld ontstaan over de eigenwaarde van dieren. Dit denken heeft zich vertaald naar politiek en het ministerie van LVVN dat beleidslijnen uitzet voor een dierwaardige veehouderij. De ambitie om dierenwelzijn op Europees en nationaal niveau te bevorderen is onderdeel van een integrale politieke afweging, waarbij naast wetenschappelijke adviezen ook economische belangen worden meegewogen. Er is een spanningsveld tussen de ethische benadering en de realiteit van gebruik van dieren voor productie en consumptie.
Om dierenwelzijnsrisico’s te borgen, is het nodig dat betrokkenen in en om een keten hun eigen verantwoordelijkheid invullen en meer doen dan wettelijke eisen voorschrijven.
Voor dierenwelzijn wordt in nieuwe regelgeving meer gebruik gemaakt van doelvoorschriften. Een deel daarvan is geformuleerd als open norm. Dit draagt niet bij aan duidelijkheid voor degenen op wie de regels van toepassing zijn en voor de toezichthouder.
Voor gezelschapsdieren en bijzondere diersoorten zien we een toename in internethandel. Keuzes van consumenten worden beïnvloed door modetrends. Daartegenover is er met name voor honden en katten ook een beweging om schadelijke raskenmerken uit te bannen.
Dierentuinen komen meer onder een vergrootglas te liggen. Mensen zijn kritisch op de wijze waarop dieren worden gehouden.
Voor steeds meer diersoorten en diercategorieën is welzijn belangrijker aan het worden. Denk aan vissen, schaaldieren en insecten. Er wordt een huis- en hobbydierenlijst overwogen voor reptielen.
Het aantal uitgevoerde dierproeven is relatief stabiel. De gewenste vermindering lijkt niet door te zetten.
Er is meer wetenschappelijke kennis beschikbaar over het welzijn van dieren en bijbehorende risico’s. Dit legt nog meer druk op de verouderde wetgeving voor dierenwelzijn en het toezicht hierop.
Op online platformen wordt (wetenschappelijk onderbouwde) kennis ter discussie gesteld.
Er is een toename van het aantal handhavingsverzoeken, verzoeken tot openbaarmaking en Kamervragen. Dit kan ons helpen, maar hierdoor vindt ook verdringing plaats van ons toezicht.
Onze aanpak van de belangrijkste risico’s
Om maatschappelijk ongewenste risico’s te voorkomen of te beperken, maken wij de volgende strategische keuzes:
We sturen met toezicht op eigen verantwoordelijkheid van houders van dieren en op ketenaansprakelijkheid. Dit geldt ook voor risico's die niet wettelijk gereguleerd zijn. Dierwaardigheid is steeds meer de norm.
We onderhouden en breiden relaties uit met beleid, sector, wetenschap en ngo’s. We gaan in gesprek over het borgen van risico’s. We zetten in op een herstructurering van toezichtstaken met onze partner RVO.
Dierwaardigheid is een dynamisch begrip dat zich ontwikkelt. Dit maakt dat ons toezicht toekomstbestendig, wendbaar en kritisch dient te zijn. We focussen op diersoorten en plaatsen waar het risico het grootst is en toezicht het meest effect heeft. We verbeteren het toezicht op verzamelcentra omdat hier de risico’s hoog zijn. Op slachthuizen werken we met de ‘three strikes out’ methode. Bij onbedwelmde slacht zijn we permanent aanwezig.
We brengen de basis en kwaliteit van toezichtsdata verder op orde en we zetten in op het verkrijgen van data van derden.
Vanuit onze reflectieve rol, stimuleren we beleid om effectieve, handhaafbare en fraudebestendige regelgeving te maken. Steeds vaker doen we dit ook rechtstreeks bij Europese regelgeving. We erkennen nieuwe thema’s zoals het welzijn van vissen, schaaldieren en insecten en dieren in hun natuurlijke omgeving. Goede invulling van regels vanuit onze reflectieve functie is noodzakelijk. Regels en beleid voor deze diersoorten zijn namelijk onvoldoende aanwezig.
We houden toezicht op bedrijfsmatige handel van gezelschapsdieren. Zowel bij import van (jonge) dieren als op nationale handelaren. Bij het fokken zien we toe op schadelijke kenmerken. We zetten in op borging van dierenwelzijn van proefdieren. Bij dierproeven gaat onze aandacht uit naar 3V beleid (vervanging, verfijning, vermindering) en ‘culture of care’.
Door innovatie en ontwikkeling van nieuwe toezichtsinstrumenten of -methoden creëren we meer effect van ons toezicht.
Communicatie wordt ingezet voor preventie, bewustwording en het stimuleren van naleefgedrag. We onderzoeken de mogelijkheden om meer te doen met actieve openbaarmaking en zoeken de dialoog met stakeholders in en rondom de dierlijke ketens.