Natuur en milieu
Een gezonde leefomgeving is van grote waarde voor ons allemaal. Het betekent schone lucht, schoon water en een gezonde bodem. Dit draagt bij aan veerkrachtige ecosystemen en een rijke biodiversiteit wat essentieel is voor onze gezondheid en ons welzijn. Ons doel is het herkennen, beperken en beheersen van risico’s en gevaren die een gezonde leefomgeving kunnen bedreigen.
Dit doen we door toezicht te houden op diverse terreinen die direct van invloed zijn op onze leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan het verantwoord gebruik van mest en bestrijdingsmiddelen, de toepassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het bevorderen van duurzame visvangst.
Trends en ontwikkelingen
We zien de volgende trends en ontwikkelingen die de natuur en het milieu kunnen beïnvloeden:
Biodiversiteit staat wereldwijd en in Nederland zwaar onder druk. Inheemse planten en dieren verdwijnen, mede veroorzaakt door intensieve landbouw. Gebruik en overschot van meststoffen, bestrijdingsmiddelen en overbevissing heeft negatieve effecten op de biodiversiteit. Ook de opmars van invasieve exoten en illegale handel in beschermde soorten draagt bij aan afname van de biodiversiteit. Nederland scoort in Europa laag op biodiversiteit. De landbouwsector heeft de potentie om positief bij te dragen aan herstel.
Handel in beschermde dieren en planten, producten en hout is zeer lucratief. De pakkans is minimaal en winstmarges zijn hoog omdat het gaat om ‘roof’ uit de natuur. Georganiseerde misdaad lijkt een rol van betekenis te spelen. Naast frauduleus handelen, speelt bij veel bedrijven onwetendheid een rol.
Nederland is de grootste importeur en exporteur van agrogoederen die bijdragen aan ontbossing. Goederen als cacao, palmolie en hout, moeten daarom aantoonbaar legaal zijn en niet afkomstig uit ontbost gebied. De kans is aanwezig dat de verordening wordt uitgebreid met andere ecosystemen en producten als mais en thee.
In de Nederlands bodem, natuurgebieden, het oppervlaktewater en grondwater zijn te hoge concentraties meststoffen en chemische stoffen uit bestrijdingsmiddelen aanwezig. Het terugdringen van deze stoffen is gestagneerd. Mede door de lage afbraaksnelheid, komen middelen voor die al jaren verboden zijn. De bron kan ook illegaal gebruik zijn. Er is onvoldoende zicht op de herkomst en routes van deze chemische stoffen.
Onze voedsel- en drinkwatervoorziening is gebaat bij een schone leefomgeving. Schadelijke stoffen kunnen op verschillende manieren ons lichaam binnendringen. Kwetsbare groepen zijn extra gevoelig voor de gevolgen. Een vervuilde leefomgeving betekent dat de drinkwatervoorziening onder druk komt te staan. Ook het eten van vis uit Nederlandse wateren of zwemmen in buitenwater, zijn niet langer vanzelfsprekend. Dit kan leiden tot negatieve impact op de gezondheid en tot ecologische en economische schade. De balans tussen ecologie en economie is in Nederland nog onvoldoende gevonden.
Er is een duidelijke toename van milieurechtszaken door burgers en ngo’s. De overheid wordt via de rechter gedwongen tot actie. Burgers maken zich zorgen om hun gezondheid of de impact op de natuur bij gebruik van bestrijdingsmiddelen. Met name bij intensieve teelten zoals bloembollen, maar ook bij aardappels en uien. De zorgen om gezondheid hebben negatieve gevolgen op het welzijn van de mens, net als de spanningen tussen telers en burgers die dit kan opleveren in gemeenschappen.
Klimaatverandering beïnvloedt het werkterrein van de NVWA in toenemende mate. Veranderende weersomstandigheden vergroten het risico op uitspoeling van meststoffen en bestrijdingsmiddelen naar bodem en water. De druk op toezicht op het gebruik van mest en chemische middelen en de naleving van regels neemt hierdoor toe.
Onze aanpak van de belangrijkste risico’s
Om maatschappelijk ongewenste risico’s te voorkomen of te beperken, maken wij de volgende strategische keuzes:
We zetten ons in voor een gezondere leefomgeving. We werken samen met andere toezichthouders en stakeholders. Door gebruik te maken van kennis krijgen we beter zicht op (opkomende) risico’s. We stellen rapportages op om knelpunten en risico's in regelgeving te signaleren. Daarmee kunnen we duurzame oplossingen aandragen en beleidsmakers voorzien van inzichten. Door samenwerken creëren we meerwaarde.
De samenwerking op het gebied van verbetering van de waterkwaliteit tussen de NVWA, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), omgevingsdiensten, waterschappen en Rijkswaterstaat, werken we uit. De komende jaren gaan we samen gebiedsgericht handhaven, gezamenlijke kennisopbouw en datadeling regelen en gezamenlijk invulling geven aan het signaleren en agenderen van belangrijke problemen en risico’s voor waterkwaliteit. Samen bereiken we meer impact op de waterkwaliteit.
We zetten in op het versterken van de band met nationale handhavingspartners. We gaan na of de taakverdeling past. We versterken de banden met marktpartijen via controle op keurmerken en private kwaliteitssystemen. Actieve samenwerking met ngo’s en wetenschap zorgen voor een groter kennisfundament.
We willen bijdragen aan een betere biodiversiteit, een betere waterkwaliteit, en een gezonde leefomgeving door de maatschappij mee te nemen. Via verschillende communicatiekanalen willen we informatie delen en in gesprek gaan over zorgen. Zodat we weten wat er in de maatschappij leeft om onze impact te vergroten. Zo volgen we voortdurend de ontwikkelingen rond de maatschappelijke onrust bij de bollenteelt.
Vanwege het mestoverschot moeten boeren mest afvoeren. Hoge afvoerkosten kunnen een fraudeprikkel opleveren. We zoeken naar afwijkingen en trends op basis van data-analyses en voeren risicogerichte inspecties uit. Het is belangrijk dat er niet te veel mest in de leefomgeving terechtkomt. Dat is namelijk een bedreiging voor een schone leefomgeving. Samen met andere toezichthouders werken we gebiedsgericht.
Er is bijzondere aandacht voor de toepassing van bestrijdingsmiddelen in kwetsbare gebieden zoals Natura 2000 en grondwaterbeschermingsgebieden. Of gebieden met veel omwonenden of kwetsbare personen zoals de omgeving van scholen. Onze aandacht gaat ook in het bijzonder naar de intensieve teelten zoals bloembollen, aardappels en uien. Door het gebruik van bestrijdingsmiddelen zijn bij deze teelten zijn de risico’s voor de leefomgeving groot.
Naast het toezicht op de naleving van de regels ondersteunt de NVWA ook de Toekomstvisie gewasbescherming 2030. Daarin staat dat in 2030 de land- en tuinbouw in Nederland uit een duurzame productie met weerbare planten en teeltsystemen bestaat. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan zo veel mogelijk worden voorkomen. Daar waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, is dit in overeenstemming met de principes van geïntegreerde gewasbescherming, nagenoeg zonder emissies naar het milieu en nagenoeg zonder residuen. De vermindering van gewasbeschermingsmiddelen zal volgens ons een rechtstreekse positieve bijdrage leveren aan de verbetering van de leefomgeving en de waterkwaliteit.
Biociden worden voor verschillende toepassingen gebruikt. Op dit moment is er te weinig informatie over de toepassing en de risico’s voor de leefomgeving. We zijn bezig een naleefbeeld op te stellen op basis waarvan een aanpak geformuleerd wordt, waarbij samenwerking met stakeholders voor biociden verder versterkt wordt.
Toezicht op een open norm kan een knelpunt opleveren. Dit is het geval als te weinig duidelijk is hoe de norm ingevuld moet worden en daardoor voor meerdere interpretaties vatbaar is. Bij geïntegreerde gewasbescherming is dit het geval. Enkel voor knaagdierenbestrijding is de open norm voldoende ingevuld. Een open norm draagt niet bij aan effectief toezicht. In overleg met LVVN moeten we hierover afspraken maken.
De internationale dimensie van de handel in producten van beschermde plant- en diersoorten, hout, vis, mest en bestrijdingsmiddelen verdient meer aandacht. We maken bilaterale afspraken over toezicht met andere EU-lidstaten. Ook leveren we een actieve bijdrage aan EU-werkgroepen. Daarnaast zullen we formele en informele samenwerkingsverbanden aangaan met lidstaten en derde landen.
Voor het toezicht op bestrijdingsmiddelen is het van belang dat we beschikken over meer monitoringsgegevens van de sector. Er bestaat een registratieplicht voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Deze registratie is van belang voor het toezicht. Dit geldt ook voor biociden waarvoor geen Europese plicht bestaat. We zetten ons in voor invulling van deze Europese verplichting op korte termijn, voor een effectievere inzet van ons toezicht. We hebben ook informatie nodig over verkoopcijfers van bestrijdingsmiddelen om risicogericht te kunnen werken.
Voor het onderwerp mest willen we kunnen beschikken over realtime route-informatie. Dit heeft als toegevoegde waarde dat inspecteurs zien waar vrachtwagens met mest rijden en zodoende sneller ter plaatse kunnen zijn. Als risicodoelgroepen zijn intermediairs, covergisters, varkenshouders en akkerbouwers gedetecteerd.
Door data gedreven te werken, krijgen we meer inzicht in legale en illegale handelsnetwerken in binnen- en buitenland. Dit geldt voor de handel in beschermde dieren, mest, vis en bestrijdingsmiddelen. We brengen de risico’s in kaart om ons toezicht op te richten. Daarnaast investeren we richting sectoren in betere voorlichting en meer bewustzijn van de regels.
Bij toezicht op visvangst wordt volop gebruikgemaakt van informatie van blackboxen. Ook gebruiken we monitoringsgegevens en administratieve verplichtingen en beelden vanuit dronetoezicht. Deze ontwikkelingen zetten we door om de beperkte capaciteit maximaal en op de juiste plek in te zetten. Dit is belangrijk omdat een deel van de visvangst plaatsvindt in kwetsbare natuur. Het verkrijgen van de benodigde actuele informatie blijft daarom onderwerp van gesprek met LVVN.
Voor de uitoefening van onze taken is het belangrijk dat we gegevens kunnen opvragen bij derden. Hiervoor hebben we niet voldoende bevoegdheden. Daardoor ontbreken in bepaalde gevallen informatie en inzichten die nodig zijn om risico’s te beheersen en reduceren. We blijven in gesprek met LVVN en VWS om meer bevoegdheden te krijgen.
Voor het toezicht op mest, bestrijdingsmiddelen, ontbossing, duurzame visvangst en gemeenschappelijk landbouwbeleid zullen we in toenemende mate gebruikmaken van innovatieve technieken. Zoals de inzet van drones en satellietbeelden. Dit maakt deel uit van onze datagedreven manier van werken.
Boeren kunnen aanzienlijk bijdragen aan het verhogen van de biodiversiteit en het verbeteren van de leefomgeving. Een groot gedeelte van het Nederlands grondgebied is in agrarisch gebruik. Daar liggen kansen om tot herstel van ecosystemen te komen. We hebben de belangrijke taak toe te zien op subsidies voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Deze taak versterkt de doelen die we via het toezicht op mest en bestrijdingsmiddelen willen behalen. Via het vormgeven van gebiedsgericht handhaven, betrekken we het toezicht op het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
Criminaliteit die de leefomgeving en het milieu raakt, noemen we milieucriminaliteit. Milieucriminaliteit is schadelijk. Het ondermijnt het rechtssysteem en schaadt het vertrouwen van consumenten. De Inlichtingen- en Opsporingsdienst (NVWA-IOD) is aangewezen om milieucriminaliteit aan te pakken.
De nieuwe richtlijn milieucriminaliteit verplicht lidstaten om hard(er) op te treden. We zullen – als daarvoor voldoende middelen beschikbaar worden gesteld - ons toezicht en de inzet van de NVWA-IOD verbreden op basis van de richtlijn.
Via de Strategische Milieukamer (SMK) zal meer worden samengewerkt. Er wordt een nationale strategie en een dreigingsbeeld milieucriminaliteit opgesteld. Daarnaast worden gezamenlijke prioriteiten vastgesteld. Diverse projecten onder de vlag van de SMK zullen bijdragen aan de strafrechtelijke aanpak van milieucriminaliteit.