Gezonde planten zijn van groot belang. Ze garanderen onze voedselzekerheid, beschermen de inheemse biodiversiteit in onze groene leefomgeving en vormen de ruggengraat van een vitale groene sector in Nederland.
Plantenziekten en plagen kunnen Nederland binnenkomen en zich verspreiden. Deze fytosanitaire bedreigingen kunnen grote gevolgen hebben voor zowel onze natuur als onze economie.
Daarom zetten we ons in voor de bescherming van plantgezondheid. Dit doen we in de gehele plantaardige keten en in openbare ruimtes zoals parken en bossen. Onze hoofdtaak is het voorkomen, bestrijden of beheersen van specifieke bestrijdingsplichtige ziekten en plagen. We werken hierbij nauw samen met de plantaardige keuringsdiensten.
We streven naar plantaardige ketens en groene ruimtes die vrij zijn van quarantaineorganismen. Bovendien zorgen we ervoor dat Nederlandse exportproducten voldoen aan de hoogste fytosanitaire vereisten.
Ons toezicht berust op risicokennis en praktijkkennis, ondersteund door effectieve wet- en regelgeving. We optimaliseren ons toezicht door snelle gegevensanalyses en evaluatie, en passen dit aan de meest recente ontwikkelingen aan. Wanneer nodig treden we daadkrachtig op om de plantgezondheid te waarborgen.
Trends en ontwikkelingen
De verwachting is dat fytosanitaire risico’s voor Nederland in de komende jaren verder zullen toenemen als gevolg van ontwikkelingen op het gebied van demografie, landbouw, ecologie, handel, geopolitiek en techniek.
We zien de volgende trends en ontwikkelingen die de plantgezondheid kunnen beïnvloeden:
De groei van de wereldbevolking en verhoging van de levensstandaard leiden tot een grotere vraag naar voedsel. Tegelijkertijd is er een beweging naar een plantaardig en biologisch dieet met focus op duurzame productie en minder acceptatie van chemische middelen. Ook is er behoefte aan het jaarrond beschikbaar zijn van veel plantaardige producten. Dit vergroot de druk op het landbouwareaal. Schaalvergroting in teelt en handel neemt verder toe.
Klimaatverandering leidt tot hogere gemiddelde temperaturen, waardoor nieuwe plantenziekten en plagen zich sneller kunnen vestigen. Gewassen zullen minder weerbaar zijn. Een warmer klimaat biedt ook mogelijkheden voor het telen van nieuwe gewassen, wat nieuwe risico’s met zich meebrengt.
Zowel binnen de EU als internationaal is er steeds meer strengere wet- en regelgeving bijgekomen. De verwachting is dat dit verder toeneemt onder invloed van geopolitieke spanningen. Dit leidt tot nieuwe handelsbarrières, waardoor meer import- en exportinspecties nodig zijn. Dat kan leiden tot het verleggen van focus naar lokale consumptie.
Toenemend verkeer van plantmaterialen via postpakketten en reizigersbagage zorgt voor nieuwe risico’s. Mede door de geringe kennis van risico’s bij handelaren en consumenten. Deze verkeersstroom is nog grotendeels buiten beeld.
Betere en gevoeligere inspectie- en detectietechnieken komen beschikbaar. Dit levert bij inspecties meer vondsten op. Ook notificaties uit derde landen zullen toenemen. Daardoor wordt het steeds urgenter om te beantwoorden welke relevantie een beperkte concentratie ziekteverwekkers heeft. Zeker als deze zich niet kunnen verspreiden.
Nieuwe laboratoriumtechnieken zullen meer gebruikt worden ter ondersteuning van het diagnostisch proces. Aanwezigheid van ‘klassieke’ diagnostische kennis blijft essentieel. De beschikbaarheid van fytosanitaire experts gaat omlaag door vergrijzing en het ontbreken van opleidingen. Dit leidt tot hoge druk op medewerkers.
In de toekomst worden ook fytosanitaire eisen gesteld aan invasieve exoten. Hierop zijn we nog niet voorbereid. Onder meer omdat er onvoldoende opgeleide mensen aanwezig zijn.
Onze aanpak van de belangrijkste risico’s
Het zal niet mogelijk zijn alle elementen uit de trends het hoofd te bieden met de huidige middelen. Om het meeste effect te sorteren, maken wij de volgende strategische keuzes:
We gaan meer samenwerken met EU-lidstaten en partnerlanden om te anticiperen op veranderingen. Onze inzet is optimale benutting van internationale gremia. De focus moet daarbij liggen op het verbeteren van de naleving de exportwetgeving en het inregelen van handhavingsmogelijkheden. De fytosanitaire toppositie van Nederland helpt om regelgeving risicogericht vorm te geven.
De verantwoordelijkheid om de fytosanitaire veiligheid te verbeteren, is steeds meer een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheid, marktdeelnemers en consumenten. Preventie bij de bron en het vergroten van bewustwording van fytosanitaire risico's is van belang om introductie en verspreiding te beperken. Communicatie zal actiever naar buiten plaatsvinden. Door informatie te delen met de relevante stakeholders wordt de fytosanitaire bewustwording vergroot. Ook zetten we in op een verbetering van het aanleveren van traceerbaarheidsgegevens door marktdeelnemers.
Er komt meer aandacht voor informatie- en ontwikkeltrajecten om naleving te monitoren. We richten ons daarbij op de toepasbaarheid van nieuwe technologieën en methoden. Deze worden waar mogelijk geïmplementeerd in het toezicht. Het benutten van private controlesystemen kan bijvoorbeeld helpen capaciteit gerichter in te zetten. Inzet van gedragskennis wordt gebruikt voor een nog effectiever inzet van handhavingsinstrumenten.
We versterken de regie op samenwerking tussen NVWA, LVVN en plantaardige keuringsdiensten. Wij kunnen ons dan meer richten op fraude, recidive en betrokkenheid van (criminele) netwerken.
Door nauwere samenwerking kan de reikwijdte van het toezicht vergroot worden door de taken en de inzet van bevoegdheden duidelijk te verdelen. Hierdoor worden expertise en kennis optimaler benut. Daarnaast zorgt een sterkere verbinding voor wederzijds begrip.