Voedselveiligheid staat in Nederland op een hoog niveau. Dat willen we graag zo houden omdat iedereen erop moet kunnen vertrouwen dat ons voedsel veilig is. We houden toezicht ‘van grond tot mond’: van akkerbouw en veeteelt tot en met de retail en horeca. We kijken ook naar de samenstelling van bijzondere voedingsmiddelen, zoals babyvoeding en voedingssupplementen.
Bij Voedselveiligheid draait het vooral om het beheersen van chemische risico’s en micro-organismen die de gezondheid van mensen en dieren bedreigen. We houden nationale en internationale ontwikkelingen in de gaten die van invloed kunnen zijn op de voedselveiligheid in Nederland. Daarbij hebben we ook oog voor voedselzekerheid, duurzaamheid en gezonde voeding.
Daarnaast controleren we bedrijven op fraude en misleiding, om zowel consumenten als bedrijven in de keten te beschermen tegen onveilig voedsel en oneerlijke praktijken.
Trends en ontwikkelingen
Wij zien de volgende belangrijke trends en ontwikkelingen die de voedselveiligheid kunnen beïnvloeden:
Klimaatverandering heeft een directe impact op de veiligheid van grondstoffen en ons voedsel. Extreme weersomstandigheden vormen een voedingsbodem voor schimmels en micro-organismen en voor plaagdieren. De wens om duurzamer te produceren zorgt voor verdere transitie naar een kringlooplandbouw die zich richt op behoud van biodiversiteit en die de milieu-impact beperkt door zorgvuldig om te gaan met grondstoffen en efficiënter gebruik van reststromen.
Duurzaamheidsinitiatieven kunnen – hoe belangrijk ook – nieuwe risico’s met zich meebrengen. De kennis over verspreiding, ophoping en langetermijneffecten van contaminanten is beperkt. Zo kan het gebruik van reststromen of circulaire grondstoffen leiden tot ophoping van contaminanten, zoals zware metalen of persistente stoffen. Ook microplastics en schadelijke stoffen uit voedselcontactmaterialen vormen mogelijke risico’s, met name bij het gebruik van gerecyclede verpakkingen. Daarnaast ontstaan er risico’s op fraude wanneer verschillende stromen binnen één bedrijf samenkomen.
Voedselproducenten maken in toenemende mate gebruik van alternatieve of nieuwe grondstoffen, ingrediënten en verpakkingen. Geopolitieke instabiliteit en onzekerheid zorgen ervoor dat toegang tot voedsel en grondstoffen wordt beperkt. Dit heeft gevolgen voor goederenstromen en resulteert in snel wisselende volumes en oorsprong van producten. De snelle en dynamische handel van grondstoffen maakt voedselketens langer, internationaler en minder transparant.
Tegelijkertijd is er een beweging richting lokale productie en verkoop. Het gebruik van reststromen maakt de traceerbaarheid binnen de diervoeder- en voedselketen complexer. Door deze complexiteit en de toenemende druk op veiligheidseisen neemt de kans op fraude toe.
Consumptiepatronen veranderen. Consumenten hechten meer waarde aan de herkomst van hun voedsel en kiezen vaker voor biologische en lokale producten. Een andere beweging is de toenemende vraag naar gemaksvoeding en maaltijdbezorging. Sociale media hebben aanzienlijke invloed op consumenten, waarbij misinformatie de feitelijke informatie kan overstemmen. Digitale handel is naast fysieke winkels een belangrijk verkoopkanaal geworden. Deze digitale handel maakt het moeilijker om herkomst te bepalen en veiligheid te waarborgen. Er is bij zowel consumenten als bedrijven gebrek aan kennis over voedselveiligheid. Een diverse en vergrijzende bevolking brengt nieuwe voorkeuren en aanvullende eisen met zich mee. Incidenten schaden het vertrouwen en kwetsbare groepen zijn extra gevoelig voor de gevolgen.
Nieuwe technologieën bieden kansen maar vragen tegelijkertijd aanpassingen in beleid en toezicht. We hebben te maken met toenemende wet- en regelgeving en een groeiend aantal taken bij krimpende budgetten. Een daling van de toezichtintensiteit heeft directe gevolgen voor de naleving. De uitdaging is met beperkte capaciteit het toezicht én maatschappelijk vertrouwen op peil te houden. Het toezicht op voedselveiligheid is risicogericht en kennisgedreven. Er wordt ingezet op digitalisering, automatisering en innovatie. Wetenschappelijke risicoanalyses worden gemaakt. Een sterke kennis en informatiepositie stelt ons in staat gevaren proactief te identificeren, monitoren en aan te pakken. Alternatieve toezichtmethoden en instrumenten worden ontwikkeld.
Geavanceerde detectiemethoden kunnen kleinere hoeveelheden schadelijke stoffen opsporen. Dit kan bewustzijn en bezorgdheid bij consumenten oproepen over de aanwezigheid van schadelijke stoffen. Regelgeving wordt aangescherpt omdat er nieuwe risico’s zijn of kennis beschikbaar komt. Het voorzorgsbeginsel, waarmee uit voorzorg strenge regels worden opgesteld om potentiële risico’s te beperken, leidt tot restrictieve normen. De balans tussen voorzorgsbeginsel, proportionaliteit en evenredigheid van maatregelen verdient continu aandacht. Producenten en importeurs moeten investeren in technologie en processen om aan strengere EU-eisen te voldoen. Voedselveiligheid moet zich steeds vaker verhouden tot voedselzekerheid, duurzaamheid en gezonde voeding.
Onze aanpak van de belangrijkste risico’s
Bedrijven dragen primaire verantwoordelijkheid, maar nemen deze niet altijd. Wij moeten onze rol als toezichthouder kunnen vervullen. Met beperkte middelen proberen we de risico’s in de keten gericht te monitoren en beheersen.
We kiezen ervoor ons de komende jaren te richten op de volgende strategische keuzes om het niveau van voedselveiligheid hoog te houden:
Voedselveiligheid is een fundamenteel maatschappelijk belang. Het vraagt om een brede, integrale blik waarbij voedselveiligheidsrisico’s moeten worden gewogen tegen andere belangen. Met beperkte middelen kan dat alleen met een goede informatiepositie. We maken slim gebruik van data en informatie om risico’s te prioriteren en inspanningen efficiënt te richten. We zullen invulling geven aan onze onafhankelijke en reflectieve rol richting beleidsdepartementen en bedrijfsleven. We nemen in een vroeg stadium deel aan EU-wetgevingstrajecten. Dit is essentieel omdat voedselveiligheid direct invloed heeft op volksgezondheid en het vertrouwen van consumenten.
Het is belangrijk dat ons toezicht aansluit bij innovaties en technologische ontwikkelingen in de sector en de maatschappij. Aanpassingen in wet- en regelgeving en beleid zijn daarvoor vaak noodzakelijk. We denken actief mee over de voorwaarden waaronder experimenteerruimte mogelijk is. Ook zetten we meer in op administratief toezicht en op het voorkomen van het bewust in de handel brengen van onveilige grondstoffen. Daarnaast richten we ons sterker op preventie en ontwikkelen we nalevingsinstrumenten die aanzetten tot veilig gedrag.
Technologie en innovatie zijn essentieel om effectief en relevant te blijven. Door aan te sluiten bij deze ontwikkelingen, kunnen we ons toezicht efficiënter maken, risico’s sneller opsporen en de voedselsector ondersteunen bij veilige innovatie. Dit is cruciaal om voedselveiligheid te garanderen.
We investeren in samenwerking met andere toezichthouders, nationaal en internationaal. Dit doen we om kennis over opkomende risico’s te delen, trends te monitoren, gezamenlijk op te treden bij grensoverschrijdende incidenten en informatie uit te wisselen. Deze afstemming met andere lidstaten is essentieel voor het harmoniseren van voedselveiligheidsnormen. Daarnaast versterken we samenwerking door kennis te delen met stakeholders. We bemoedigen burgerwetenschap (citizen science) en bevorderen publiek-private informatie-uitwisseling. Samenwerking is cruciaal om complexe uitdagingen effectief aan te pakken. Door nationaal en internationaal kennis en informatie te delen, kunnen we sneller en doeltreffender reageren op opkomende risico’s en incidenten. Harmonisatie van normen en wetgeving zorgt voor een eerlijke markt. Samenwerking met industrie en onderzoeksinstituten stelt ons in staat voorop te lopen bij het identificeren van nieuwe risico’s.
We zetten communicatie strategisch in voor maatschappelijk effect, draagvlak, naleving en transparantie. Communicatie wordt ingezet voor preventie, bewustwording en het stimuleren van naleefgedrag. Via sociale media informeren we consumenten en bedrijven over risico’s. We signaleren misinformatie en reageren met voorlichting op trends. We maken inspectieresultaten vaker openbaar en zoeken waar mogelijk de dialoog met stakeholders. We zetten in op het bevorderen van opleiding en training omdat we zien dat kennis over voedselveiligheid op sommige plekken in de keten beperkt is. We voorzien in gestructureerde informatie over wetgeving. We richten ons in de keten steeds vaker op secundaire stakeholders zoals brancheorganisaties en ngo’s.
Het vertrouwen in ons voedsel is hoog, maar fraude en misleiding kan dit ondermijnen. We zetten in op een brede aanpak om fysieke en administratieve voedselfraude en misleiding te bestrijden. Dit omvat controles op voedselveiligheidsrisico’s, fraude en misleiding. Door schaarste van grondstoffen en toenemende druk op de voedselketen nemen deze risico’s verder toe. Bij complexe criminaliteit wordt strafrecht ingezet via de Inlichtingen- en Opsporingsdienst (NVWA-IOD).