Het gezondheidsrisico van speelzand dat voldoet aan de wettelijke eisen is verwaarloosbaar. Bij jarenlang vaak spelen met speelzand dat niet aan de wettelijke limiet voor asbest voldoet, is er mogelijk een gezondheidsrisico. Dat concludeert Bureau Risicobeoordeling & Onderzoek (BuRO) van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) naar aanleiding van een risicobeoordeling door het RIVM.
Het RIVM heeft de risicobeoordeling in opdracht van de NVWA uitgevoerd. Daarbij is uitgegaan van het meest ongunstige scenario. Namelijk dat een kind gedurende 13 jaar meerdere keren per week met verontreinigd speelzand in aanraking komt. In de praktijk zal een kind daar veel korter en minder vaak mee spelen. Daardoor is het gezondheidsrisico ook bij de onderzochte producten die niet aan de wettelijke limiet voldoen klein, concludeert BuRO. Voor de risicobeoordeling heeft het RIVM gebruik gemaakt van de analyseresultaten van het NVWA-onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in speelzand.
Beeld: © NVWA
Onderzoek naar speelzand
De NVWA onderzocht 106 verschillende speelzandproducten in een geaccrediteerd laboratorium. Het gaat om (knijp)speelgoed gevuld met zand, klevend kinetisch zand, zandbak- en strooizand en decoratiezand voor knutselen en kleuren. In 66 producten is geen asbest aangetroffen, in 34 producten een hele kleine hoeveelheid. In 6 producten lag de aangetroffen hoeveelheid boven de wettelijke limiet van 0,1% asbest. Bij 2 van deze producten kan het zand alleen vrijkomen als het product stuk gaat. De overige 4 producten zijn zogeheten decoratiezand. Deze 6 producten zijn van de markt gehaald, omdat ze niet aan de wettelijke eisen voldoen.
In het laboratorium zijn de producten eerst onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Daarbij is gebruik gemaakt van een methode volgens de norm NEN 5896. Deze methode is niet geschikt om de hoeveelheid asbest te bepalen. Daarom zijn positieve monsters verder onderzocht volgens de norm VDI 3866 (Blatt 5). De NVWA heeft kennisinstituut TNO gevraagd om de gebruikte werkwijze te beoordelen. TNO concludeert dat deze werkwijze het meest geschikt is om de hoeveelheid asbest in een product als speelzand te bepalen.
Advies BuRO aan NVWA
Op basis van het NVWA-onderzoek en de risicobeoordeling concludeert BuRO dat de wettelijke limiet van maximaal 0,1% asbest in speelgoed voldoende bescherming geeft.
Asbest is een natuurlijk mineraal. Bij het winnen van delfstoffen als zand kunnen er daardoor soms onbedoeld asbestvezels in het zand terechtkomen. Bedrijven moeten ervoor zorgen dat zij alleen producten op de markt brengen die aan de wettelijke eisen voldoen. Dat betekent dat producten als speelzand moeten voldoen aan de wettelijke limiet voor asbest. BuRO adviseert de NVWA om erop toe te zien dat bedrijven zich hieraan houden. De NVWA zal dat doen.
Alle resultaten openbaar
De NVWA maakt alle resultaten van het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in speelzand openbaar. De betrokken bedrijven zijn daarover inmiddels geïnformeerd. Naar verwachting wordt de lijst met alle onderzochte producten en de bijbehorende uitslagen over maximaal 2 weken gepubliceerd.
Meer informatie
Consumenten en bedrijven kunnen contact opnemen met ons Klantcontactcentrum. Voor vragen over dit nieuwsbericht kunnen journalisten contact opnemen met onze persvoorlichters.